1939 - 1940
Op woensdagavond 4 januari 1939 heerste er een voelbare spanning op het Stationsplein in Eindhoven. Hoewel het exacte tijdstip van aankomst vooraf niet openbaar was gemaakt, had zich een grote groep nieuwsgierige en meelevende Eindhovenaren verzameld bij het station. Men wachtte op de komst van een bijzondere groep reizigers: jonge Duitse Joodse vluchtelingen.
Rond tien voor half negen arriveerde de eerste en grootste groep van negentig jongens met de dieseltrein uit Den Bosch. De meesten van hen waren die ochtend al vroeg in Berlijn in de trein gestapt. Onder begeleiding van mevrouw Truus Wijsmuller-Meijer (1896-1978), lid van het Amsterdamse hoofdcomité, waren ze bij Oldenzaal de grens overgekomen. Ondanks de uitputtende dagreis zagen de jongens, waarvan de meesten ouder dan twaalf jaar waren, er opgewekt en netjes gekleed uit. Het was duidelijk te zien dat zij grotendeels afkomstig waren uit de betere middenstand en welgestelde kringen; ze droegen degelijke kleding en reisden met stevige, nieuwe rugzakken en reistassen. Bijna niemand was de Nederlandse taal nog niet machtig.
Op het perron werden ze liefdevol ontvangen door de leden van het Eindhovense kinderencomité, dat was samengesteld uit burgers van alle gezindten. Zo was Hilda Verwey-Jonker, de heren mr. J. v. d. Putt en P. Staal en andere bestuursleden hierbij aanwezig. Niet veel later, om stipt elf uur, arriveerde een tweede groep van 24 jongeren, die voornamelijk uit Zuid-Duitsland, Keulen, Dortmund en Dresden kwamen. Dit bracht het totale aantal die avond op 114 jonge vluchtelingen.
Terwijl de meeste kinderen hoopvol en opgewekt oogden, viel het de omstanders op dat een aantal van de oudere jongens een heel andere indruk maakte. Zij keken schuw, angstig en aangeslagen om zich heen. Zij hadden in Duitsland al gehoord van de verschrikkingen van diverse kampen die na de Kristallnacht van 1938 werden geopend. Toen werden er zo'n 30.000 Joodse mannen gearresteerd en naar kampen als Dachau, Buchenwald en Sachsenhausen gestuurd.
Direct na aankomst stapten de vermoeide jongeren in klaarstaande bussen. De eerste halte was het gemeentelijk badhuis op het Lavendelplein en het nabijgelegen Sportfondsenbad. Hier konden de jongens genieten van een warme douche en kregen ze een glas warme limonade aangeboden om weer een beetje op krachten te komen.
In het badhuis stonden bovendien acht artsen klaar om alle kinderen aan een medisch onderzoek te onderwerpen. Deze grondige gezondheidskeuring nam enkele uren in beslag. Pas diep in de nacht konden de jongens vertrekken naar hun definitieve onderkomen: het grote, nog niet gebruikte gezellenhuis aan de Jonckbloetlaan, gelegen in de wijk De Elzent en vlak bij het Stadswandelpark.
In dit fraaie, lichte gebouw stond de jonge gasten een warm welkom te wachten. In de grote eetzaal beneden stonden de tafels al gedekt met flinke, met stroop besmeerde boterhammen en dampende ketels soep voor de hongerige magen. Boven waren de slaapkamers ingericht. In elk kamertje sliepen drie jongens op bedden en matrassen die door het Ministerie van Defensie tijdelijk in bruikleen waren afgestaan.
De eerste veertien dagen brachten de jongens in strikte quarantaine door in het gezellenhuis, dat in de volksmond en door Philips ook wel het „Dommelhuis” werd genoemd. Het gebouw was destijds door Philips gebouwd om ongehuwde werknemers te huisvesten, maar had na de bouw tien jaar lang leeggestaan tot het deze nieuwe, bijzondere bestemming kreeg.
Er werd direct een strakke dagindeling opgesteld onder leiding van de heer Van Brunschot en de huishoudelijk leidster, mejuffrouw Peeks. Het doel was om de jongens niet alleen een veilige en aangename tijd te bezorgen, maar hen ook nuttig bezig te houden. Verschillende leraren uit de regio stelden zich beschikbaar om de jongens reguliere lessen te geven. Daarnaast was er volop ruimte voor sport, spel en ontspanning.
In het begin zorgden de grote leeftijdsverschillen – de jongens waren tussen de zeven en achttien jaar oud – voor de nodige organisatorische uitdagingen. Toch slaagde de leiding erin om van het Dommelhuis een echt en liefdevol thuis te maken. De jongens pasten zich bewonderenswaardig snel aan en burgerden in binnen de Eindhovense gemeenschap.
Jongens die ijs kopen voor het Dommelhuis, met dank aan Hajo Meyer
ijsverkoper Sint Joseph
Roomijs 3,5 of 10 cent -consumptieijs 3 of 5 cent
Bron: foto zomer 1939 www.dokin.nl
Ze gingen naar lokale scholen zoals de HBS, de ambachtsschool en de textielschool, of liepen stage bij agrarische bedrijven en lokale ambachtslieden. De jonge vluchtelingen bleken leergierig en ambitieus; velen van hen behoorden al snel tot de besten van hun klas. Ook op het sportveld stonden ze hun mannetje. Hoewel ze achter de schermen soms erg bedrukt en verdrietig waren door het gemis van hun ouders en het thuisfront, hielp de veerkracht van hun jeugdige leeftijd hen om de draad weer op te pakken.
De jongens waren actief op allerlei terreinen en gaven ook een tijdschrift uit. Deze oorspronkelijk Duitstalige versie is op www.dokin.nl vertaald in het Engels. Alleen het laatste nummer van Unser Dommelhuis, nr. 12 uit februari 1940, is bewaard gebleven. De Nederlandse versie is beschikbaar als docx-download. Dit nummer bevat een uitgebreid verslag en een overzicht van de komende en vertrekkende jongens in het Dommelhuis, geschreven door Hilda Verwey-Jonker.
Na ruim een jaar in Eindhoven te hebben gewoond, kwam er in februari 1940 abrupt een einde aan deze stabiele periode. De Nederlandse overheid besloot dat de tachtig jongens die op dat moment nog in het Dommelhuis verbleven, moesten worden overgeplaatst naar verschillende andere opvanglocaties verspreid over het land. Het vertrek werd vastgesteld op 19 februari 1940.
Dit besluit landde zwaar bij de Eindhovense bevolking en de leiding van het tehuis, die de jongens inmiddels in hun hart hadden gesloten. Ook onder de jongens zelf, die in Eindhoven hun draai hadden gevonden en hechte vriendschappen onder elkaar hadden opgebouwd, zorgde het naderende vertrek voor veel verdriet en onrust.
Om de periode in Eindhoven toch waardig af te sluiten, bereidde men in het Dommelhuis met man en macht een groot, zelf georganiseerd afscheidsfeest voor. Ondanks de onzekere toekomst en het aanstaande vertrek bleven de jonge vluchtelingen diep dankbaar voor de veiligheid, de zorg en de kansen die het vrije Nederland en de stad Eindhoven hen tot dusver hadden geboden.
Zo'n honderd jongens en 12 stafleden voor het Dommelhuis in Eindhoven. In het midden zit waarschijnlijk de directie van mejuffrouw Bijvoet
"Van de ongeveer tweehonderd jongens die in het Dommelhuis hebben gezeten zijn er ongeveer honderd voor het uitbreken van de oorlog naar veiliger oorden verder gereisd. Van de resterende honderd is ongeveer de helft omgekomen," zegt Verwey-Jonker in 1988 in haar verschenen autobiografie.
Foto collectie Hilda Verwey-Jonker, gepubliceerd in Het Parool 05-05-1990
De opvang in Het Dommelhuis werd in eerste instantie geregeld door de Eindhovense afdeling van het landelijke Kindercomité. Een belangrijke rol was weggelegd voor Laura Marks. Als directiesecretaresse bij Philips nam zij het initiatief om deze Joodse jongens op te vangen, en zij regelde bij Philips dat het leegstaande Dommelhuis voor een gulden gehuurd kon worden. Later is besloten om het werk van het comité om te zetten in de Stichting Het Dommelhuis.
Het bestuur bestond uit voorzitter mr. J.J.A. van der Putt, secretaris Hilda Verwey-Jonker, penningmeester de heer M.A. Adolfs en bestuurslid P. Staal.
Dit bestuur nam een aantal personen in dienst: directrice mejuffrouw Bijvoet, die tevens onderwijzeres was, mejuffrouw Henny Peeks als leidster van de huishouding, en de heer Van Brunschot, een gymnastiekleraar die door de jongens „Hauptmann" werd genoemd.
Verder had het comité twee Joodse leden: Abraham Noach (procuratiehouder bij Philips) en zijn vrouw Ester Grietje Cohen*. Ook de voorzitter van de Joodse Gemeente, rabbijn L. Frank, was hierbij betrokken. Daarnaast was er een grote groep vrijwilligers en stafleden actief voor de individuele jongeren die kwamen en weer naar een ander opvanghuis gingen.
Meer informatie is te vinden bij het verhaal over Hilda Verwey-Jonker. Zij speelde een belangrijke rol in het geheel en bleef zich tijdens en na de bevrijding inzetten om ervoor te zorgen dat deze jongeren een veilig bestaan kregen.
*Abraham Mozes Noach (1893, procuratiehouder bij Philips) wordt met zijn vrouw Ester Grietje Cohen (1893) en hun 2 oudste kinderen Max en Jules in de oorlog opgepakt en ze sterven in Nazi Duitsland.
Hun twee jongste kinderen Roseke en Hans overleven de oorlog in onderduik.
Jonckbloetlaan 1 Eindhoven.
De naam Dommelhuis heeft het gebouw gekregen bij de opvang van Duitse jongeren. Voorheen werd het door architect A. Ingwersen aangeduid als Gezellentehuis 'De Sperwer'. In de krant werd het vermeld als Jonggezellenhuis, soms met de toevoeging Philips.
Het Dommelhuis bood een opvangplek aan in totaal 220 vluchtelingenjongens, die elk hun eigen weg naar en vanuit het tehuis vonden. Op het hoogtepunt, in januari 1939, verbleven er 119 bewoners tegelijkertijd. De meesten van hen kwamen via kindertransporten rechtstreeks uit Duitsland, of werden overgeplaatst vanuit andere Nederlandse opvanglocaties en quarantainestations zoals Zeeburg, Rotterdam, De Steeg en Deventer. Ook vonden jongens die illegaal de grens waren overgestoken via volwassenkampen als Hellevoetsluis hun weg naar de opvang.
In het dagelijks leven fungeerde het huis als een gestructureerd jeugdcentrum waar huisregels, zoals een rookverbod, streng werden gehandhaafd. De jongste kinderen gingen naar de basisschool op het Kerstroosplein, terwijl er voor alle bewoners strikte medische zorg was. Dankzij grondige screenings en inëntingen tegen difterie bleef het Dommelhuis gespaard van de uitbraken die andere kampen teisterden.
Naast de dagelijkse opvang lag de nadruk op het voorbereiden van de jongens op hun toekomst. Het tehuis regelde vakopleidingen—zoals een ruilproject voor slotenmakers en kleermakers—en liet bewoners doorstromen naar het Werkdorp op Wieringen of de Deventer Vereniging voor pionierstraining.
Uiteindelijk vormde het Dommelhuis voor de meesten een tussenstation. Velen emigreerden naar bestemmingen over de hele wereld, waaronder Engeland, de Verenigde Staten, Palestina, Frankrijk en landen in Zuid-Amerika. Anderen vonden onderdak bij pleeggezinnen in Nederland of werden herenigd met hun familie. In maart 1940 moest het Dommelhuis verplicht sluiten. Er woonden toen nog 83 jongens in het huis. Dit is een samenvatting van het verslag dat Hilda Verwey-Jonker schreef in het laatste nummer van het tijdschrift Unser Dommelhuis. Voor het volledig Engelstalig verslag klik hier.
Mejuffrouw Henny Peeks werd in februari 1938 aangesteld als leidster van de huishouding en van de medische dienst. Henny Peeks was in 1936 vertrokken om aan de linkse republikeinse kant te helpen in de Spaanse Burgeroorlog. Zij was als verpleegster door de "Commissie Hulp aan Spanje", als onderdeel van de Internationale Brigades, uitgezonden. Henny heeft ook als hoofd huishouding in het Hollands hospitaal in Villanueva de la Jara gewerkt.
Bij haar terugkeer in 1938 uit het verscheurde Spanje, waar de fascisten de strijd wonnen, woonde zij tijdelijk bij Philips-ingenieur Jaap Voogd, die ook betrokken was bij de oprichting van het Dommelhuis en waarschijnlijk ook heeft bemiddeld bij haar aanstelling. Door haar ervaringen in Spaanse ziekenhuizen heeft het vaccineren van alle Dommelhuis-jongeren waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld. Hierdoor is het Dommelhuis vrij gebleven van infecties, die andere opvanghuizen wel zijn overkomen. Zij staat ook op de groepsfoto met alle op dat moment aanwezige jongeren.
Na de sluiting van het Dommelhuis en de Duitse inval ging ze weer in Amsterdam wonen en raakte ze betrokken bij het verzet. Ze hielp onder andere Joodse onderduikers. Ze werd op 13 oktober 1943 gearresteerd door de Sicherheitsdienst. Zij overleefde haar gevangenschap in Vught (Häftling 651) en Ravensbrück. Onderweg gooide ze een briefje uit de trein gericht aan Jaap Voogd, Petrus Dondersstraat 28 te Eindhoven. Ir. Jaap Voogd was werkzaam bij Philips en een van de belangrijkste verzetsmensen in het Witte Dorp. In juli 1945 keerde ze, sterk verzwakt, terug in Nederland en werd ze wederom door de familie Voogd opgevangen. Voor haar hulp aan Joden tijdens de oorlog is Henny opgenomen in de database van Yad Vashem.
Haar levensverhaal staat bij: https://spanjestrijders.nl/bio/peeks-henny
https://stichting18september.nl/henny-peeks
Foto van Arno Rosenfeld en zijn jongere broer Franz. Beide zijn in het Dommelhuis geweest, alleen Arno overleefd de oorlog, zijn broer word in Auschwitz vermoord.
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/440145/franz-ulrich-ulli-rosenfeld-left-in-amsterdam-with-his-brother-arno-he-surv
Arno Rosenfeld vertelt later: Nadat we waren “schoongeschrobd, werden we naar het Dommelhuis gebracht. Het verblijf werd gebouwd als pension en had veel kleine kamers, slaapkamers en een grote eetzaal. De slaapkamers hadden legerbedden, vier legerbedden, twee op elkaar, met strozakken om op te slapen. Het was echt voorbereid voor een zeer utilitair legertype. We sliepen op strozakken, twee hoog, vier in een kamer. We zijn eraan gewend geraakt. Als je jong bent, neem je het zoals het is. Het was niet zo comfortabel als thuis, maar het zou er niet toe hebben gedaan als we klaagden. Het was even schrikken, maar het liet niet veel indruk achter. Het was natuurlijk nogal Spartaans, maar men is jong, men neemt de dingen zoals ze komen. Sommige kinderen klaagden en protesteerden, maar wij niet. Ze leerden ons bedden op te maken in legerstijl: de dekens moesten opgevouwen worden ……. Het eten was veel meer een reden tot klagen en ontevredenheid. Het was heel eenvoudig, het was eigenlijk voedsel zoals het aan de werklozen werd geleverd. Het allermooiste eenvoudig voedsel. We waren gewend aan lekker eten en een zekere mate van luxe. Het was niet koosjer. We aten thuis geen koosjer eten. Ik kan me niet herinneren dat ik varkensvlees heb gekregen. Maar we kregen wel paardenvlees. Het was vettig en vet. Het eten was erg slecht ”.
Fred Schwarz 31 oktober 1923 Wenen – 5 januari 2012 Badhoevedorp
Tekening is gemaakt op basis van een foto uit het boek Treinen op dood spoor.
Zie ook Fred Schwarz bij de scouting: https://vrijheid.scouting.nl
Fred Schwarz zegt hierover: “We eten aan lange tafels met banken." Links in de eetkamer staan een paar tafels waar koosjer eten wordt geserveerd. Dat komt van de instelling in Woensel. [Het koosjere eten kwam uit de keuken van het Rijks-Krankzinnigengesticht, aan de Boschdijk.] Een van de jongens en een van de conciërges gaan elke dag op een bakfiets om eten op te halen. Wij, het merendeel, staan aan de andere kant van de eetzaal en krijgen eten uit de Philips-keuken.
Alle kamers hebben ingebouwde kasten en wastafels, er zijn stapelbedden voor vier of zes jongens. Douches en toiletten bevinden zich in de hal. Alles is gewoon perfect. Beneden is een grote hal die als lobby wordt gebruikt. Er zijn enkele leslokalen, een bibliotheek, de administratie en kamers voor het personeel. Er is een ziekenkamer en zelfs een plek voor een verpleegster die naar eigen zeggen net is teruggekeerd uit de Spaanse Burgeroorlog. Voor het huis is een open ruimte tot aan de rivier de Dommel. De perfecte plek om te voetballen. De „Hauptmann" Van Brunschot laat ons daar gymnastiekoefeningen doen. Een van de jongens vertelt me dat we kunnen gaan zwemmen in het plaatselijke zwembad: dat kan ik al meer dan een jaar niet, dus daar heb ik heel veel zin in. Ook regelen ze veel voor ons. We kunnen regelmatig kaartjes krijgen voor voorstellingen of concerten en de bioscopen geven ons kortingen voor de matinees, die niet al te duur zijn om mee te beginnen.”
Fred Schwarz heeft na de bezettingsjaren een boek geschreven over zijn ervaringen. Hij kwam in 1938 als een 15-jarige Joodse jongen, op de vlucht voor de nazi's, moederziel alleen vanuit Wenen in Amsterdam aan. Daarna verbleef hij, samen met zijn oudere broer Frits, van mei '39 tot februari '40 in het Dommelhuis. Samen met vele lotgenoten werd hij in juli 1940 ondergebracht in vluchtelingenkamp Westerbork, dat in 1942 door de Duitsers getransformeerd werd in een doorgangskamp naar de concentratie- en vernietigingskampen. Hij overleefde Westerbork, Theresienstadt en Auschwitz, en bouwde na de oorlog een nieuw leven op met een vrouw die hij in de kampen had ontmoet, Klaartje (Carry) van Leeven. Een aangrijpend levensverhaal dat hij in 1994 heeft gepubliceerd in het boek; Treinen op dood spoor. Heruitgave 2019.
Frits Schwarz is direct na de oorlog in Utrecht medicijnen gaan studeren. Hij promoveerde er, werd hoogleraar in de endocrinologie en verliet de universiteit als decaan van de medische faculteit. Fred Schwarz werkte direct na de oorlog als naaimachinemonteur. Maar zijn loopbaan eindigde bij een groot Amerikaans concern in aluminiumlegeringen, als manager voor Europa.
Hans-Joachim Meyer schreef, als 14 jarige, op 18 juli 1939 aan zijn ouders over het Dommelhuis: "We staan om 6 uur op. Elke ochtend zijn we om de beurt verantwoordelijk voor de kamer, dus wiens beurt het is, moet je haasten om zich aan te kleden en zich te wassen, het bed op te maken en dan de vloeren te vegen en dweilen. Dan is er de inspectie, wat betekent dat er iemand langskomt om te controleren of alles in orde is. Het is oké om nog niet klaar te zijn met aankleden, maar de kamer moet er perfect uitzien. Dan is het tijd voor het ontbijt. Koffie en brood. Om kwart over 8 gaan we naar de winkel en werken tot het middaguur. Rond 12.30 uur is er lunch. Meestal is het best goed. In de namiddag hebben we lessen in ... Engels. Ik besloot zelf een beetje te studeren uit het boek '1000 woorden in het Engels', aangezien ik bijna alles vergeten ben.
Diner om 18.00 uur en lichten uit om 22.00 uur. Vrijdag's gaan we 2 uur zwemmen."
Hij verlaat november'39 het Dommelhuis en gaat naar het Joods Werkdorp Wieringermeer. In 1943 dook hij onder in Amsterdam, echter in 1944 werd hij gearresteerd en naar Auschwitz gedeporteerd. Hij overleefde het vernietigingskamp doordat hij als machinebankwerker tewerkgesteld werd bij het onderhoud van treinwagons.
Na de oorlog keerde Hajo Meyer terug naar Nederland en ging hij theoretische natuurkunde studeren. Hij ging werken bij Philips en werd uiteindelijk in 1974 directeur van het Philips Natuurkundig Laboratorium (NatLab)
De laatste jaren was Hajo Meyer politiek actief en van 2001 tot 2010 was hij bestuurslid van Een Ander Joods Geluid. Hij schreef ook het boek Het einde van het jodendom (2003), waarin hij onder meer concludeerde dat Israël de Holocaust misbruikt als rechtvaardiging voor misdaden van dit land tegen de Palestijnen. Na een studiereis met oud-premier Dries van Agt door de bezette Palestijnse Gebieden kwam hij voor zichzelf tot de slotsom dat de Gazastrook "één groot concentratiekamp" is.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hajo_Meyer
Dit pand aan de Jonckbloetlaan 13 Eindhoven is gebouwd in 1930 voor de huisvesting van jonge, ongehuwde, mannelijke Philips-beambten, zogenaamde gezellen.
De opdrachtgever was Woningbouwvereniging "Thuis Best" en de architect was A. Ingwersen. Het gebouw heeft kenmerken van de Amsterdamse School. Sinds 2002 is het een Rijksmonument.
Na de bouw stond het pand geruime tijd leeg. De reden hiervoor was de economische crisis en de vele ontslagrondes bij de NV Philips' Gloeilampenfabrieken.
Van januari 1939 tot maart 1940 diende het gebouw voor de opvang van Joodse vluchtelingenkinderen door de stichting Het Dommelhuis.
De benaming bij ministerie in 1940 is Philips' Jonggezellenhuis "Dommelhuis".
In mei 1940 werd het gebouw gevorderd door de Duitse bezetter. De staf van Hauptmann Deunert en een aantal Stabshelferinnen (stafassistenten) waren er gelegerd. Verder werden er diverse stafafdelingen en hun telefooncentrale ondergebracht, waaronder de Blitzmädel. Daarnaast woonden er destijds nog zo'n twintig leden van de "Bund Deutscher Mädel", kortweg BDM, voor administratief werk. In de oorlog kregen zij in de volksmond de spottende bijnaam "Bond van Duitse matrassen". De piloten, zo'n 77 Duitse Fliegeroffiziere, waren ondergebracht in Hotel Victoria aan de Mathildelaan. Deze Duitse vliegeniers werden ingezet op Fliegerhorst Eindhoven (Welschap).
Na de bevrijding op 18 september 1944 werd het gebouw gevorderd door de Royal Air Force. Vanaf dat moment sliepen de Engelse piloten in het pand.
In 1946 werd het gebouw als pension in gebruik genomen onder de naam Hotel Pension Dommelhuis. Door de verwoestingen in de oorlog was er destijds grote woningnood en veel behoefte aan tijdelijke huisvesting. Nadat het gebouw in 1952 een nieuwe huurder had gekregen, werd het opgeknapt en voor een deel als hotel ingericht onder de naam Dommelhotel de functie pensioen verviel,
een naam die het tot in 1985 behield.
Na de sluiting van het hotel kreeg het gebouw zijn oorspronkelijke naam Dommelhuis weer terug. In de periode van 1985 tot 1991 werd het Philips Translation Office er gevestigd, het vertaalbureau van Philips dat destijds bekendstond onder de interne locatocode H-008.
Nadat deze Philips-dienst was vertrokken, stond het gebouw anderhalf jaar leeg. In de periode van 1992 tot 2006 bood het pand kantoorruimte aan Korteweg Communicatie. Vanaf die periode staat het gebouw bekend als Dommelsteyn.
Vanaf 2006 huisde het Luzac College in het pand, de onderwijsfunctie die het tot 2014 behield.
In 2015 werd het complex verkocht en in 2016 omgebouwd tot 16 short stay appartementen voor expats. Het heeft een statige entree die toegang biedt tot compacte studio's en appartementen met een oppervlakte vanaf circa 35 tot 50 vierkante meter. Deze nieuw opgeleverde, gestoffeerde studio's worden verhuurd voor zo'n 1300 euro (2026) met een minimale huurperiode van 12 maanden. Het short-stay-appartementen-principe is in de loop der jaren weer los gelaten.
De huidige naam van het complex is Residence Dommelsteyn.
Verantwoording
Het verhaal over Het Dommelhuis en de opvang van jonge Joodse kinderen is gebaseerd op een aantal krantenartikelen, die zijn samengevoegd tot een verhaal. Omdat over het jaar 1939 geen Eindhovense kranten online beschikbaar zijn, komt het nieuws uit andere kranten die in Delpher.nl wel aanwezig zijn.
Jonge Joodse vluchtelingen in Eindhoven in Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant 05-01-1939
Link: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSADB01:000018066:mpeg21:p010
Eindhoven: Duitsche jongens aangekomen. Nieuwsblad van het Zuiden 05-01-1939
Link: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB15:000872004:mpeg21:p00002
Joodsche kinderen in Eindhoven. Geen „arme” vluchtelingen? Emmer courant 06-01-1939
Link: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMGEM01:163323002:mpeg21:p00003
Jeugdige emigranten te Eindhoven. De courant Het nieuws van den dag 13-02-1940
Link: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010986325:mpeg21:p005
Van Dommelhuis naar Residence Dommelsteyn
Eigen onderzoek en deels: http://www.eindhoven-encyclopedie.nl/index.php/Dommelsteyn
Monument Dommelhuis gebouw https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/518805
Aantal namen van jongens die in het Dommelhuis hebben gewoond.
link: https://www.joodsmonument.nl/nl/search?qs=dommelhuis
Documenten over het Dommelhuis
Link: https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.04.58/invnr/12
Dokin.nl over Dommelhuis
https://www.dokin.nl/wp-content/uploads/Unser-Dommelhuis.pdf
https://www.dokin.nl/refugee_homes/eindhoven-dommelhuis
Fred Schwarz
Link: https://vrijheid.scouting.nl/~documents/scouts-in-de-oorlog/joodse-scouts/joodse-scouts-fred-schwarz/?layout=file
Link: https://www.verwey-jonker.nl/artikel/het-onbekende-verzetswerk-van-hilda-verwey-jonker/
Hajo Meyer
Link: https://bits-chips.com/article/machinebankwerker-overlever-visionair-natlab-directeur (geen open link)
Link: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hajo_Meyer
De herinnering aan de 'Kindertransporte' Het Parool 05-05-1990
Link: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010833599:mpeg21:p025
Het onbekende verzetswerk-van-hilda-verwey-jonker/
https://www.verwey-jonker.nl/artikel/het-onbekende-verzetswerk-van-hilda-verwey-jonker
Extra links:
https://historiek.net/kindertransporten-1938-1948-duizenden-kinderen-gered-van-nazis/60554/
Vrij Nederland, jrg 35, 1974, no. 16, 20-04-1974
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBVRNL01:252311017:00005
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBVRNL01:252311017:00006
Joods kinderen na de oorlog Vrij Nederland, jrg 51, 1990, no. 40, 06-10-1990.
Link: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBVRNL01:252360005:00034
Henny Peeks
https://spanjestrijders.nl/bio/peeks-henny
https://stichting18september.nl/henny-peeks
Niet geraadpleegd.
Stichting Het Dommelhuis: Lijsten van personen, waarschijnlijk opgesteld door Hilda Verwey-Jonker, die ofwel vermoedelijk gedeporteerd, vertrokken op Alijah (emigratie naar Israël), in 1945 nog in leven, geëmigreerd van Dommelhuis of Burgerweeshuis, zonder datum.
Archiefnummer:249-A1116
Link: https://proxy.archieven.nl/298/E770DF4EA92539DFE0538A77ABC29FF7
Niet geraadpleegd
Is niet aanwezig in Delpher, wel bij https://www.rhc-eindhoven.nl op microfiche:
Eindhovens Dagblad 08-10-1966 Weerzien na veelbewogen tijd, een interview over het Dommelhuis
Persoon genoemd in krantenartikel: Camps, Kratzer, Marks, Sternlicht en Hilda Verwey-Jonker
Editie: Stad, rubriek: Eindhovens Dagboek; Onze Gast Vandaag