Augustinianum tijdens de oorlogsjaren

 GYMNASIAST IN OORLOGSTIJD




GYMNASIAST IN OORLOGSTIJD

In het boek Het vergeten Stratum uitgave Heemkundige Studiekring Kempenland, beschrijft Frits van Bergeijk (1929-2016) zijn belevenissen als gymnasiast op het Augustinianum tijdens de bezettingsjaren. Zijn relaas is voor deze uitgave bewerkt naar hedendaags Nederlands, waar nodig aangevuld en met illustraties verrijkt.

Het verhaal gaat over de voortdurende zoektocht naar geschikte lesruimtes en de versnippering van de school over verschillende locaties, van Eindhoven tot Deurne. De oorspronkelijke gebouwen werden telkens door de Duitse bezetter in beslag genomen en na de bevrijding vorderden ook de Britse troepen de panden.

Dit verhaal is bovendien nauw verbonden met de belevenissen van leerlingen op het Joriscollege.

Het Augustinianum wordt door de bezetter gevorderd

Het was op een vrijdagmiddag in april 1942, kort na de paasvakantie. Hoewel ons land sinds mei 1940 door de Duitse bezetting volop betrokken was bij de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen daarvan merkbaar werden, ging het onderwijs tot dan toe redelijk normaal door. Hoofdonderwijzer Janssen van de lagere school aan de Jan Smitzlaan was even weg geweest en kwam terug in de zesde klas. Wij waren ijverig bezig met ons werk, maar keken op bij het geluid van de deur.

Mijnheer Janssen ging midden voor de klas staan, wees een zestal leerlingen aan en zei: "Komen jullie eens even hier." Wij stonden op en liepen naar voren, niet begrijpend wat er aan de hand kon zijn. "Weten jullie het Gymnasium van de paters Augustijnen aan de Kanaalstraat te vinden?" Ja, dat wisten we wel. "Ik krijg zojuist een telefoontje dat de school gevorderd is door de Duitsers en direct ontruimd moet worden. De paters hebben om extra hulp gevraagd, want de school heeft nog vakantie en de interne leerlingen zijn thuis. De leraren en de leerlingen uit Eindhoven zijn al opgeroepen. Jullie moeten er ook naartoe en je melden bij een van de paters. Ruim je spullen maar op, je hoeft vandaag niet meer terug te komen."

We borgen onze schriften op in ons kastje, pakten onze jas en liepen zo vlug we konden naar de Kanaalstraat 6-8.

"We moesten de inhoud van de kastjes van de interne leerlingen op de slaapzaal in schoenendozen doen, deze voorzien van een stevig touw en een naambriefje"

 

In het gebouw van de paters aan de Kanaalstraat werden we direct aan het werk gezet. We moesten de inhoud van de kastjes van de interne leerlingen op de slaapzaal in schoenendozen doen, deze voorzien van een stevig touw en een naambriefje, en ze bij elkaar zetten. Toen dat klaar was, moesten we instrumenten uit de practicumlokalen naar de villa van Schellens aan de Augustijnendreef 4 brengen en daarna nog boeken van de paters naar het grote huis van mevrouw Boelaars-de Vries aan de Tongelresestraat 18.

De volgende dag ben ik met mijn oudere broer, zelf leerling van het Augustinianum, teruggegaan om te helpen. Het was een drukte van belang, waarbij de paters probeerden de zaken zo goed mogelijk in de hand te houden en te controleren waar alles bleef. Ook zondagochtend zijn we nog terug geweest. Er liepen al enkele Duitsers rond en de sfeer was grimmiger. Toen een leerling wat kleine spullen uit de gymzaal wilde meenemen, klonk het: "Lassen Sie das, das brauchen wir."


De officiële opening van de Philips Bedrijfsschool vond plaats in november 1929. Tijdens het Sinterklaasbombardement raakte het schoolgebouw zwaar beschadigd, waarna het in 1947 werd gesloopt en vervolgens is herbouwd.


Naar de Philips Bedrijfsschool 

In september 1942 ging ik zelf naar het Augustinianum en kwam terecht in het gebouw van de Philips Bedrijfsschool aan de Kastanjelaan.

Daar kregen we les in lokalen die er heel technisch uitzagen, met stopcontacten en gas- en waterkranen op werktafels vooraan in de klas, op de vijfde of zesde verdieping. We mochten van de rector niet met de lift, maar soms nodigde een medewerker van de Bedrijfsschool die toch naar boven moest, ons uit om mee te gaan. Dat was dan even feest. Drie maanden later, bij het bombardement van 6 december 1942 op de Philipsfabrieken, werd ook de Bedrijfsschool zwaar getroffen en stonden we weer op straat.

Google Gemini-tekeningen gebaseerd op een foto van het biologielokaal van het Sint-Joriscollege en een ansichtkaart van de kruising van de Elzenlaan met de Jan Smitzlaan.

Naar het Sint-Joriscollege

Er werd ruimte gevonden in het Sint-Joriscollege. Met ingang van het tweede trimester van dat eerste gymnasiumjaar zaten we met onze relatief grote klas in het ruime biologielokaal boven de hoofdingang. Omdat de banken in dat lokaal naar achteren toe trapsgewijs hoger waren geplaatst, hadden vooral degenen die op de laatste rijen zaten een fraai uitzicht op de kruising van de Elzenlaan met de Jan Smitzlaan. Zo waren we zelfs een enkele keer getuige van een verkeersongeluk.

Een klaslokaal in Eikenburg

Schoolleven op Eikenburg

Schoolleven op Eikenburg Het internaat van het Augustinianum was na de vordering van het eigen gebouw ondergebracht op Eikenburg. Hierdoor moesten de paters en lekenleraren op twee locaties lesgeven, wat het maken van een werkbaar rooster extra ingewikkeld maakte. Om het schoolleven zo normaal mogelijk te laten doorgaan en het contact tussen het internaat en het externaat te behouden, werden er op Eikenburg activiteiten georganiseerd zoals uitvoeringen en sportdagen. Ook werden we uitgenodigd voor toneel- of muziekvoorstellingen van Eikenburg zelf.

Gebaseerd op ansichtkaart collectie Jan Spoorenberg. Toegevoegd aantal leerlingen op de fiets met afgeschermde fietslampen.

De lange oprijlaan

We fietsten daarom vaak over de lange oprijlaan die vanaf de Aalsterweg naar Eikenburg loopt. Dit gebeurde ook wel ’s avonds als het door de verduistering aardedonker was, terwijl onze afgeschermde fietslampen nauwelijks licht gaven. Gelukkig waren we altijd met een groepje.

Aardedonker was het, terwijl onze afgeschermde fietslampen nauwelijks licht gaven.

"Hij durft niet te stoppen uit angst om te vallen."

Pater leert fietsen

Op een vrije dag, ik meen Sint-Cathrien op 25 november 1942 (altijd een feestdag voor het Augustinianum), waren we op Eikenburg voor buitenactiviteiten. Tussen de bedrijven door zagen we opeens pater Nieuwhof, conrector en leraar natuurkunde, rondfietsen. Omdat hij tot voor kort in het schoolgebouw woonde en werkte, had hij nooit gefietst. Nu de paters echter in twee huizen in de Elzent woonden en de lessen op twee andere plekken in de stad werden gegeven, moest ook hij eraan geloven. Hoewel hij al op leeftijd was, probeerde hij het fietsen op een geleend exemplaar onder de knie te krijgen. Het viel ons op dat hij maar bleef rondrijden en al snel ging het gerucht: "Hij durft niet te stoppen uit angst om te vallen." Uiteindelijk zijn een paar omstanders langs de route gaan staan om hem op te vangen, zodat hij veilig kon landen. Zo viel er ondanks de ernstige tijd toch nog weleens wat te lachen.

Klaslokalengang van Joriscollege.

Het tweede schooljaar: alleen nog 's middags les

In mijn tweede schooljaar (1943-1944) werd de situatie nog lastiger. Doordat er opnieuw een schoolgebouw werd gevorderd, moesten nog meer leerlingen uitwijken naar het Sint-Joriscollege, waardoor het complex overvol raakte. De lestijden werden daarom gesplitst: Sint-Joris en Sint-Catharina hadden 's ochtends les, de anderen 's middags. Wij kwamen terecht in de vleugel van het Sint-Catharinalyceum aan de Jan Smitzlaan en kregen alleen 's middags les.

In die tijd klonk ook af en toe het vooralarm van Philips. Omdat de fabrieken gedwongen voor de Duitsers werkten en al twee keer door de Britten waren gebombardeerd, was er een alarmsysteem geïnstalleerd. Dit begon te loeien zodra geallieerde vliegtuigen Eindhoven naderden. Het personeel mocht dan snel de gebouwen verlaten en zich verspreiden tot het eindsignaal. Door de haast was er geen controle bij de poorten, waardoor er nogal eens spullen werden meegenomen. Het vooralarm kreeg zo de bijnaam "jatfluitje". Dit was overigens niet altijd pure diefstal; omdat Philips voor de Duitse oorlogsindustrie werkte, gebeurde het ook als sabotage of omdat het verzet spullen nodig had.

Ook op het Sint-Joriscollege – en waarschijnlijk op andere scholen in de buurt van de fabrieken – reageerden we op dit alarm. Als het afging, moesten we de lokalen met hun grote ramen verlaten en in de gang tegen de muur gaan staan. Uiteindelijk is er tijdens dat vooralarm nooit echt iets gebeurd.

Eikenburg kreeg een groot rode kruis op het dak.

Eikenburg Duits herstellingsoord

In juli 1943 werd Eikenburg door de Duitse bezetter in beslag genomen. De SS nam haar intrek in het pensionaat, met uitzondering van de kapel, de bakkerij en de boerderij. Broeder Martinus van Gerwen mocht met enkele knechten blijven om voor de veestapel te zorgen. Hij schreef over de Duitse bezetting: “De SS’ers lieten ons met rust. Zelfs onderduikers leefden naast hen op de boerderij.”

De SS’ers vertrokken na een goed half jaar en er kwam een Marine-Lazarett Eindhoven, Abteilung "Eikenburg". Een leidinggevende "Admiralarzt", enkele dokters en apothekers met personeel en een aantal zieken namen er hun intrek. ”Besuchszeit van 15 tot 17 Uhr”, stond er op een bord bij de ingang.

Soms gebeurde er geheimzinnige zaken dan alleen "zieken verzorgen." Broeder Martinus schreef: “Wat de eigenlijke bestemming van die lui was, daar lekte weinig van uit. Alles was uiterlijk rustig. Nu en dan was het hier niet veilig. Tegen den avond arriveerden ammunitiewagens met rode kruis vlag erover op Eikenburg en verscholen zich onder de beukenbomen langs de Marialaan. 's Morgens vroeg waren ze verdwenen. Als dat tuig aankwam, ging ik 's avonds naar Aalst bij de koster slapen.”
Ook waren er zware motorfietsen in een schoollokaal opgeslagen.

Frits van Bergeijk schreef in zijn verhaal: "Vanaf de Roostenlaan zag je ze soms in hun blauwe pakken op het terrein lopen, want de toegang tot het terrein was verboden."

Het gevolg was dat zowel de Broeders van Eikenburg met hun vele leerlingen als het internaat van het Augustinianum opnieuw op zoek moesten naar onderdak.

Diverse ansichtkaarten Eikenburg Eindhoven.
Ansichtkaarten collectie Jan Spoorenberg

De bijna plundering van Eikenburg 

Op 5 september 1944, "Dolle Dinsdag", trokken de Duitsers zich overhaast terug.

Broeder Martinus schreef: "Op 'Dolle Dinsdag' maakten we een stuip (schrikbeeld) mee. De Duitsers waren vertrokken. De bewoners van Stratum, Tivoli, Eindhoven en Aalst wisten dat er een flinke voorraad bedden, beddengoed, eetgerei e.d. op Eikenburg was en wilden hun slag slaan. Ik had de hulp van jonge broeders uit de Hemelrijken ingeroepen, maar deze zochten even ijverig naar spullen voor henzelf en hun familie.

Onverwachts keerden de Duitsers terug: de Grüne Polizei met overvalwagens omsingelde iedereen. Onder de loop van geladen geweren werden zij naar de hoofdingang gedreven. Enkele broeders bevonden zich tussen de menigte. Ik had me op de boerderij teruggetrokken om deze tegen plundering te beschermen. Ik had niets van de Grüne Polizei bemerkt. Men kwam mijn hulp inroepen.

Ik ging regelrecht naar de hoogste Duitser de Admiralarzt, Jean Frédéric Werner d’Hargues. Ik legde hem in 'Hoogduitsch' uit dat ik alles had gedaan om de nieuwsgierigen op afstand te houden. Tijdens een ronde door het huis toonde ik hem aan dat er niets was verdwenen; er was enkel het een en ander verplaatst. 'Die Leute sind keine Räuber' (Deze mensen zijn geen plunderaars), hield ik vol. 'Nur neugierige Leute' (Alleen maar nieuwsgierige mensen).'

Resultaat: De leidinggevende Admiralarzt gaf de commandant van de Grüne bevel: 'Die Leute kunnen gaan'. De Oberwachtmeister maakte bezwaar. De Admiralarzt zei: 'Der Pater lügt nicht. Es sind keine Räuber' (De pater liegt niet. Het zijn geen plunderaars). Een zucht van verlichting voor die meer dan honderd mensen. Allen verdwenen en zijn nooit meer teruggekomen, ook de jonge broeders niet.

Er bleven steeds terugtrekkende Duitse troepen naar Eikenburg komen om te overnachten.

Op 18 september 1944 werd Eindhoven bevrijd.

Vanaf 19 september 1944 tot medio 1945 namen de Engelsen Eikenburg over. In eerste instantie werd het "Field Dressing Station" er voor enige maanden gevestigd. Daarna werd het gebouw vooral gebruikt voor "The General Hospital 79", ofwel het 79th British General Hospital. Pas in juli 1945, nadat heel Nederland bevrijd was, verlieten de Engelsen Eikenburg. In de loop van de zomer van 1945 kwamen de vaste bewoners weer terug naar Eikenburg.
Bron: Archief van de Broeders van Liefde.
Tip documentatie: Frank Vermeulen.

Peter Oomens was beheerder van het Gezellenhuis "Ons Thuis", hij werkte samen met het verzet.
Gebaseerd op ansichtkaart uit collectie Jan Spoorenberg

Gezellenhuis in de Don Boscostraat

Omdat Frits van Bergeijk en zijn medeleerlingen Eikenburg moesten verlaten, werd een deel van de oplossing gevonden in het Gezellenhuis aan de Don Boscostraat, waar de klassen vier, vijf en zes onderdak kregen.

De lagere klassen kwamen terecht in Deurne. Omdat het reizen voor de leraren door de oorlogssituatie te lastig werd, werden de lessen daar deels gegeven door Augustijnse fraters. Zij waren zelf nog bezig met hun priesterstudie. Het schoolleven speelde zich, voor zover dat ging, af in het Gezellenhuis. We maakten daar onder meer gebruik van de kapel. Ook herinner ik me nog een gezamenlijk ontbijt op een feestdag waarbij we pap kregen.

We zagen een colonne Duitse ziekenwagens rijden; ze waren duidelijk bezig met de ontruiming van het legerhospitaal op Eikenburg. 

Duitse aftocht

Op 18 september 1944, ruim drie maanden na de geallieerde invasie in Normandië, werd Eindhoven bevrijd. De weken daarvoor waren vol onzekerheid en angst. Op 15 augustus werd de Sint-Trudokerk in Strijp zwaar beschadigd bij een bombardement op het vliegveld, dat in handen was van de Duitse Luftwaffe.

Tijdens een zondagmiddagwandeling zagen we op de Aalsterweg een colonne Duitse ziekenwagens rijden; ze waren duidelijk bezig met de ontruiming van het legerhospitaal op Eikenburg. Dagenlang trokken vluchtende Duitse soldaten in buitgemaakte voertuigen chaotisch door de stad. Op een nacht hoorden we zware ontploffingen. De volgende dag ging het gerucht dat de Duitsers bij hun vertrek van het vliegveld hangars en installaties hadden opgeblazen. Vanaf half september hoorden we het front naderen door het aanzwellende geschut vanuit België.

 

De bevrijding

Op zondag 17 september vloog er voor Operatie Market Garden een enorme luchtvloot over vanuit het zuiden. Parachutisten van de Amerikaanse 101ste Airborne Divisie landden op de Sonse heide. Hun taak was om naar Eindhoven te trekken en zo veel mogelijk bruggen onbeschadigd in te nemen. De dag erna, op maandag 18 september, kwamen ze via de Woenselsestraat de stad binnen. Tegen de avond maakten ze contact met het Tweede Britse Leger, dat via de Aalsterweg Eindhoven had bereikt. Er heerste natuurlijk grote vreugde in de stad. Helaas werd die een dag later wreed verstoord door een Duits bombardement dat veel slachtoffers maakte en grote verwoestingen aanrichtte.

Les in de Ten Hagestraat 

Les in Sint-Vincentiusvereniging aan de Ten Hagestraat

De gebouwen van het Augustinianum kwamen redelijk ongeschonden uit de strijd. De Duitsers waren weliswaar vertrokken, maar dat betekende niet dat de school er weer in kon; het Britse leger nam de gebouwen, 26 september 1944 direct in gebruik.
Omdat ook het Sint-Joriscollege werd gevorderd (22 of 26 september?) voor militaire doeleinden, moesten de scholen opnieuw op zoek naar onderdak in een gehavende stad waar ruimte steeds schaarser werd. Het duurde dan ook een paar weken voordat de lessen van het Augustinianum weer konden beginnen.

Enkele leraren gingen in die tijd zelfs kort in dienst bij het Britse leger. Vanwege hun talenkennis waren ze daar zeer welkom; zo werd een van hen ingezet om Duitse krijgsgevangenen te verhoren.

Toen de school weer begon, was de versnippering compleet. Wij kwamen met de derde klas terecht in het gebouw van de Sint-Vincentiusvereniging aan de Ten Hagestraat (dat inmiddels is afgebroken). We zaten daar dicht op elkaar in een vergaderzaal rond een lange tafel. Als we een proefwerk hadden, moest de helft van de klas met het schrift op de knieën tegen de muur gaan zitten om afkijken te voorkomen. Een grote kachel langs de wand zorgde in die strenge winter voor wat warmte. Soms werd er stiekem een gum op gelegd, wat lekker stonk. Een andere klas kreeg les in de kinderkamer van het huis van notaris Janssen, in de Ten Hagestraat 11.


De voetbal wedstrijd tussen Britse militairen en het Augustinianum

voetbalwedstrijd

Er was intussen wel contact met de Britse bewoners van ons schoolgebouw. Zo werd er op het grote sportterrein aan de Augustijnendreef een voetbalwedstrijd gehouden tussen een elftal van het Augustinianum en een ploeg Engelse militairen. De militairen wonnen met overmacht.

Een provisorische muur van betonblokken gebouwd om de school en de repatriëring van elkaar te scheiden.

De 'anti-luizenwal' 

In het voorjaar van 1945 verliet een Brits legeronderdeel het Augustinianum. Helaas kregen we het complex niet direct terug, omdat een deel meteen werd gevorderd voor de opvang van arbeiders die terugkeerden uit Duitsland. Veel Nederlandse mannen – werklozen, maar ook anderen – waren tijdens de bezetting gedwongen in Duitsland te werken voor de zogeheten 'Arbeitseinsatz'. Degenen die werkten in gebieden die al door de geallieerden waren bevrijd, wilden natuurlijk zo snel mogelijk naar huis. Eindhoven fungeerde als het centrale opvangcentrum. De mannen werden er medisch gekeurd, verzorgd en kregen onderdak tot ze naar huis konden terugkeren. Voor sommigen was dat pas mogelijk nadat heel Nederland bevrijd was.

Voor het gymnasium was het dus weer behelpen; we mochten alleen de gebouwen langs de Kanaalstraat en de Dommel gebruiken. Dwars over de 'cour' (zoals de binnenplaats van het Augustinianum werd genoemd) werd een provisorische muur van betonblokken opgetrokken om de school en de repatrianten van elkaar te scheiden. Deze afscheiding werd door de leerlingen al snel de 'anti-luizenwal' genoemd.

Klaslokalen zijn weer als van ouds

Eindelijk in het eigen gebouw

Na enkele maanden was ook die periode voorbij. Op 5 mei 1945 was heel Nederland bevrijd en kort daarna kreeg de school het hele gebouwencomplex eindelijk weer terug. Zo konden wij, inmiddels vierdeklassers, het nieuwe schooljaar voor het eerst in ons eigen Augustinianum beginnen.

In de tussentijd was er hard gewerkt om het gebouw weer bruikbaar te maken. Ik herinner me dat ik in de vakantie op school kwam om boeken op te halen. Een leger broeders met blauwe voorschoten over hun toog was met schrobbers, borstels, emmers muurverf en kwasten in de weer om de zaak op orde te krijgen. Er werden lampen opgehangen en meubels werden schoongemaakt en teruggeplaatst. Toen de lessen begonnen, was alles weliswaar niet nieuw, maar wel weer schoon en fris. Alle lof voor deze naamloze werkers die dit met schaarse middelen voor elkaar kregen!

Na de oorlog was het vergulde Heilig-Hartbeeld weer zichtbaar.
Op last van de Duitse bezetter moest dit afgedekt worden.
Ansichtkaarten collectie Jan Spoorenberg

Heilig-Hartbeeld  weerzichtbaar

Na de zomervakantie liepen of fietsten we als externe leerlingen weer dagelijks via de Kanaalstraat, de Tramstraat en de Augustijnendreef naar school. We kwamen daarbij langs de Paterskerk, waar hoog op de toren het grote Heilig Hartbeeld prijkte. Op 10 juni 1945 werd dit beeld ontdaan van zijn donkere omhulling. Die was op bevel van de Duitse bezetter aangebracht, omdat het vergulde beeld als een oriëntatiepunt voor geallieerde vliegtuigen werd beschouwd. Nu werd het zeildoek verwijderd en kreeg het beeld – zoals aangekondigd en onder grote belangstelling – zijn aureool terug.

Ik wil hierbij benadrukken dat de uitdrukking "Jezus de Waaghals", die in de 20e eeuw zo vaak werd gebruikt, toen onbekend was. Onder de leerlingen werd die naam in elk geval nooit gehoord. Dit in tegenstelling tot wat wordt beweerd in een publicatie uit 1998 (bij het eeuwfeest van het Augustinianum), waarin staat dat die bijnaam al vanaf 1898 in gebruik raakte. Geheugenspecialist professor Wagenaar zou dit een "gemaakte herinnering" noemen.

Bij inschrijving na de oorlog was het verplicht dat de ouders een trouwboekje meenamen.
Ansichtkaarten collectie Jan Spoorenberg

Periode van herstel

Het schoolleven op het Augustinianum kwam nu weer op gang. Het schoolblad Primula Veris verscheen weer maandelijks en er kwam, in samenwerking met andere Augustijnencolleges in Nederland, weer een eigen schoolagenda. Ook de verenigingen, zoals de debatingclub, hockeyclub Antenor en missieclub Sint-Ferdinandus, hervatten hun activiteiten.

Er waren weer vieringen in de eigen kapel en er werden muzieklessen gegeven. De school deed ook mee aan het initiatief Eén uur muziek, waarbij beroepsmusici klassieke werken uitvoerden en toelichting gaven op hun instrumenten. Ook de jaarlijkse afscheidsrevue van de zesdeklassers vond weer plaats.

Daarnaast werd er hard gewerkt aan het onderwijsniveau, dat door de turbulente oorlogsjaren natuurlijk wat geleden had. In 1945 werden er op de Nederlandse middelbare scholen zelfs geen eindexamens afgenomen; door een besluit van de regering mocht de school de diploma's direct uitreiken aan de leerlingen van de hoogste klas.

Maar in 1948, toen wij in de zesde klas zaten, kon dr. Höppener, leraar klassieke talen, voldaan tegen de klas zeggen: "Met jullie hebben we dit jaar weer het niveau van voor de oorlog bereikt. Het volgende jaar gaan we er misschien wel overheen."

Augustijnenkerk - Paterskerk - Mariënhage Hoek Tramstraat - Kanaalstraat Eindhoven

Bronnen 

Jaarboek 2009 Heemkundige Studiekring Kempenland
uitgegeven als: Het vergeten Stratum, auteur Herman de Groot beschrijft Frits van Bergeijk 
Bevat diverse hoofdstukken zoals:
Het vergeten Stratum door Herman de Groot (1889-1982)
Gymnasiast in oorlogstijd door Frits van Bergeijk, pagina  158 - 166
Nogmaals Den Elzent door Koen Spoorenberg, over Tollenslaan

Tekeningen door https://gemini.google.com

Over Joriscollege: https://www.eindhoven4044.nl/11/Joriscollege.html
Over de Paterskerk: https://eindhoven4044.nl/8/Paterskerk.html
Over den Elzent : https://www.eindhoven4044.nl/11/Elzent-bezetting.html

Titel: Geschiedenis van het Sint-Joriscollege (1917-1977)
Auteur: A.L.J.M. (Wiet) van der Heijden
Uitgave: s.n. : Eindhoven, 1977
Druk: Mennen / Asten
Collatie: ill.
Paginering: 109 p.

Geschiedenis Joriscollege: https://parmantjoris.nl/historisch-archief

Algemene gegevens over inwoners Eindhoven in 1934: https://www.ihesm.com/eindhoven1934/
Krantenartikelen: https://www.delpher.nl


(Een deel scriptie gaat over Augustinianum) Het kostbare van ons bestaan : terugblik van een rechter, Blaauw, Henk
https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/18796/18796.pdf?sequence=1&isAllowed=y