Anne Rinzema en Cornelia Lindhout en hun hulp aan onderduikers.

Het verzet in het Drents Dorp.

Anne (Onno) Rinzema en Cornelia Lindhout: het verzet in het Drents Dorp
Anne Rinzema was al vroeg in de oorlog, in augustus 1940, actief met anti-Duitse straatschilderingen. Op 28 mei 1942 trouwde Anne Rinzema (geboren 29 mei 1918) met de twee jaar oudere Cornelia (Corrie) Lindhout (geboren 24 oktober 1916) in Eindhoven.. Het echtpaar ging wonen aan de Venstraat 77, gelegen in het door Philips gebouwde Drents Dorp. Anne was zelf ook werkzaam bij Philips. Op dit adres woonde Luite Broer al. In maart 1943 werd hun zoon Henk (Hendrik Anne) geboren. De zorg voor een jong gezin belette het echtpaar echter niet om, gedreven door hun gereformeerde overtuiging, actief te strijden tegen de bezetter.

Van staking tot organisatie
De Mei-staking van 1943 en de daaropvolgende harde verordeningen van de bezetter vormden voor Rinzema het definitieve keerpunt. Gedreven door principieel humane en kerkelijke motieven zocht hij contact met een familielid met de vraag of er nu eindelijk niet eens daadwerkelijk verzet moest worden gepleegd. Via dit familielid en zijn kerkelijke connecties kwam hij in augustus 1943 in contact met de L.O. (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers), specifiek de groep van de eveneens gereformeerde Piet Goede.

Voorafgaand daaraan had Rinzema al een informele hulpgroep opgezet samen met Walhout senior, diens zoon en Eb Wever (W19), die betrokken was bij pilotenhulp. Binnen de L.O. werd hij, onder de schuilnaam Onno, een belangrijk contactpersoon voor het Drents Dorp. Volgens zijn eigen verslag herbergde deze wijk ruim 80% van de Eindhovense onderduikers en fungeerde het als een groot doorgangshuis. Vanuit Eindhoven werden onderduikers vaak doorgeplaatst naar Friesland, Drenthe en andere provincies. Dit omvangrijke werk werd gefinancierd door maandelijkse particuliere giften via het L.O.-netwerk.

De Venstraat als verzetsnest
In de Venstraat, waar de sociale controle groot was en men elkaar vertrouwde, woonden relatief veel verzetsmensen. Rinzema werkte nauw samen met zijn buren. Op nummer 79 woonde zijn zwager Co den Bak (in rapporten soms aangeduid als v.d. Back). Co woonde in bij zijn schoonmoeder, de verzetsvrouw Anna M. Lindhout-Meerman. Andere P.A.N.-leden in de straat waren Leonard A. Coolen (nummer 7) en Pater Laurentius "De Bruin" = H.C.F. Dusée (nummer 4). De familie Kuiper (nummer 59) nam een jonge Joodse onderduiker in huis. Daniël Rijkers, een onderduiker die de arbeidsinzet ontweek, woonde bij Henderikus Drenth op huisnummer 31. De verzetsactiviteiten van J. van Heeren (nummer 39) zijn onbekend.

Het liep niet voor iedereen goed af. Co den Bak werd gearresteerd. Een geplande bevrijdingsactie door de K.P. Nijmegen moest worden afgeblazen omdat hij vervroegd op transport was gesteld naar Amersfoort. Hij overleeft de oorlog en woont tot 1948 Venstraat 79. Ook buurman Johan Arend Groenink op nummer 75 overleefde de oorlog niet; hij moest voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland en kwam in september 1943 om in Berlijn.

Venstraat 77 Eindhoven - bouwjaar 1930  - Foto 2018 Google Maps

foto 1930 Venstraat Woonbedrijf SWS HHvL / Bron foto  www.eindhoveninbeeld.com

foto voorjaar 1944 genomen bij Anne (Onno) Rinzema in de Venstraat 77
Staand v.l.n.r. :
1 Ome Jan = Roelf Looij met leren jas = Jan van Zeeland = Jan Knok.
2 Ric Avis, 2e van links met stropdas = H.J. Avis = Roel van Brabant.
3 Tom = Piet Haagen als een pseudo-politieman gekleed, in 1944 gefusilleerd.
4 Willy Vos , Kootwijkstraat 16.
Geknield v.l.n.r. :
5 Wevers = Egbert Wever, Plataanplein 7 = Eb = W.19
6 Waarschijnlijk Anne (Onno) Rinzema of Teser G. Theres uit groep Ko.
7 Luite (Luut) Broer,
8 P.J. Abraham met de schuilnaam Peter.

Hulp aan Joodse onderduikers

In januari 1944 droeg Onno de algemene wijkzorg over aan de eveneens gereformeerde P. Walhout (Beukenlaan 77). Dit deed hij om zich volledig te kunnen wijden aan de hulp aan Joodse onderduikers, voor wie de nood bijzonder hoog was. Onno had goede ervaringen met deze groep; de mensen die hij hielp waren vaak al elders in het land ondergedoken geweest. Geen van de door hem ondergebrachte Joden is gearresteerd.

Zijn vrouw Corrie speelde hierin een cruciale rol. Zij hield zich bezig met het vinden van veilige adressen en het regelen van bonnen. Een bijzonder voorbeeld is het verhaal van de jonge Mirjam (Mira), geboren in 1935. Het meisje had op veel adressen gezworven en was ongelukkig op haar toenmalige onderduikadres. Corrie besefte dat de achtjarige Mira een moederfiguur nodig had. Ze regelde dat Mirjam van februari tot juni 1944 kon onderduiken bij de familie Willem en Johanna Leijs-Schakel. Willem Leijs was een Philips-medewerker. Toen Johanna ziek werd, verhuisde Mira naar Huibert en Neeltje Monteban, waar ze de bevrijding meemaakte. In oktober 1944 kwam haar vader Mirjam ophalen, waarna ze terugkeerde naar haar eigen familie

Jaren later, in 1980, wist Mira (Miriam Rozenfeld-Kurz) vanuit Israël contact te leggen met Onno Rinzema. Hij bracht haar opnieuw in contact met haar redders. In 1983 werden de echtparen Leijs en Monteban door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.

Vriend Ric Avis raakt lichtgewond als stoottroeper  22 oktober 1944.
Links op de foto komt Anne (Onno) Rinzema in een hospitaal op bezoek, sigaretten waren toen nog gezond.

Gewapend verzet en bevrijding

Naast het humanitaire werk was er ook sprake van gewapend verzet naarmate de bevrijding naderde. Onno werkte veel samen met zijn vriend Ric Avis. Ric was betrokken bij de K.P. groep-Sander en voerde overvallen uit, zoals op het distributiekantoor in Bladel en een nachtelijke actie in de Fellenoord. Ook had Ric contact met dr. Betty Levie, die als koerierster samenwerkte met Onno. Deze dr. Betty Levie dook onder in Eindhoven bij ingenieurs van het NatLab van Philips. Vanaf 1944 werkte ze als koerier voor het verzet en na de bevrijding van Zuid-Nederland als arts voor het Rode Kruis.

In de chaotische dagen voor de bevrijding verhardde de strijd. Ric verdedigde met een mitrailleur strategische punten en blies in opdracht een elektriciteitshuisje op om de Duitse communicatie te ontregelen. Samen waren ze betrokken bij het weghalen van wapens van vliegveld Welschap en waarbij Ric een Duitse motorfiets buitmaakte.

Na de bevrijding van Eindhoven in september 1944 was de oorlog voor Onno en Ric nog niet voorbij. Op 10 oktober 1944 sloten zij, samen met vele andere jonge verzetslieden uit het zuiden, zich aan bij de Stoottroepen. Ze kregen de rang van sergeant-majoor. Onno diende bij de 1e compagnie in het Land van Maas en Waal en legde zijn diensttijd vast op camera. In december 1944 stopte hij bij de Stoottroepen, maar hij bleef beschikbaar als fotograaf.

Zie voor meer informatie over de duikadressen: https://www.eindhoven4044.nl/9/duikadressen.html of kijk bij de extra informatie onderaan.

In december 1944 verlaat Anne Rinzema de Stoottroepen, maar is nog wel beschikbaar om foto's te maken.
Foto's zie: https://beeldbankwo2.nl/nl/beelden/?mode=gallery&view=horizontal&q=onno&rows=25&page=1

Bron NIOD https://proxy.archieven.nl/298/D8854AD68C73A1C3E0538A77ABC2C6D8
Een aantal gegevens van dit document zijn verwerkt in deze webpagina, waar nodig zijn ze aangevuld of verbeterd.

Onderscheidingen en overlijden

Voor hun onbaatzuchtige hulp aan Joodse medeburgers kregen Anne en Cornelia later internationale erkenning. Op 18 januari 1983 erkende Yad Vashem Anne (Onno) Rinzema en zijn vrouw, Cornelia Rinzema-Lindhout, als Rechtvaardigen onder de Volkeren. Daarnaast is aan Anne Rinzema het Verzetsherdenkingskruis toegekend.

Cornelia Lindhout (geboren 24 oktober 1916) overleed op 9 november 1996. Anne Rinzema (geboren 29 mei 1918) overleed op 25 april 2007.

De tekst boven zijn rouwkaart, uit Jesaja 16 vers 3b, vatte de essentie van hun verzetswerk samen: "Verbergt de verdrevenen en meldt den omzwervende niet".