Onderduiken in Eindhoven tijdens de oorlog (1940-1944)

Onderduikers

Een onderduiker is iemand die zich schuilhoudt om te ontkomen aan arrestatie of deportatie. Eindhoven, dat begin 1940 ruim 113.000 inwoners telde, kende tijdens de oorlogsjaren vele soorten onderduikers.

In de meeste gevallen ging het om het verbergen van personen op een adres waar zij niet geregistreerd stonden. Soms werden er geheime ruimtes gecreëerd waar de onderduikers zich tijdelijk moesten schuilhouden. Vooral jonge kinderen werden vaak opgenomen in een pleeggezin; met valse papieren werden zij aan de familie toegevoegd, waardoor ze vaak gewoon naar school konden gaan. Met een goed vervalst persoonsbewijs kon men onder een valse identiteit soms zelfs vrij rondlopen en werken. Zo werden er ook zo'n duizend mensen bij Philips ondergebracht om er zogenaamd te werken met een valse identiteit. Hierdoor konden deze personen een redelijk normaal leven leiden.

Het onderduiken gebeurde hoofdzakelijk om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz of de Jodendeportatie. Daarnaast moesten ook studenten, politieke- of vakbondsmensen en militairen onderduiken. De meeste onderduikers waren overigens niet actief in het verzet.

De vroege bevrijding van de stad op 18 september 1944 zorgde ervoor dat relatief veel onderduikers in Eindhoven de oorlog hebben overleefd. Bijna alle Joodse inwoners die waren ondergedoken, overleefden de bezetting. Ook de meeste weigeraars van de Arbeitseinsatz brachten de onderduikperiode er levend vanaf. Hilda Verwey-Jonker heeft in het bevolkingsregister ruim duizend vervalsingen toegepast. Daarmee liet zij vele onderduikers administratief verdwijnen of voorzag hen van een nieuw persoonsbewijs, waarmee ze talloze levens heeft gered.

De risico's waren immers enorm: wanneer een onderduikadres werd ontdekt, werden de onderduikers direct gedeporteerd. Ook de onderduikgevers werden in bijna alle gevallen gevangengezet, waarna velen van hen in de kampen onder erbarmelijke omstandigheden stierven.

Het Strijpse onderduikarchief bevat zo'n 200 namen die zijn aangetroffen in het Stadsarchief van Eindhoven. Zie de documenten hieronder

Zie ook de onderduikadressenlijst 
https://www.eindhoven4044.nl/9/duikadressen.html

Verhalen

Peter Buddemeijer vertelt in het Eindhovens Dagblad van 16 september 2020 hoe zijn ouders onderdak boden aan het Joodse echtpaar Godschalk op hun zolder aan de Lijmbeekstraat 217 in Eindhoven. De woning was met zo’n 113 m² niet al te groot. Er was geen tweede toilet en destijds was het nog een grote open zolder waar het echtpaar werd verstopt. Dat was eigenlijk de speelplek van de kinderen Buddemeijer, maar die werd opeens verboden terrein; volgens Peters ouders woonde daar tijdelijk Zwarte Piet. Toen de oorlog was afgelopen, vertelden hun ouders pas dat het geen Pieten waren, maar Joodse onderduikers. Ze hebben daar weken of maanden gezeten. Peters ouders zorgden al die tijd voor hen: ze sjouwden emmers poep en plas van boven naar beneden, kookten voor hen en zorgden voor kleding. Peter vertelt later: "We snappen nou nog niet hoe die mensen dat daarboven hebben volgehouden.” Op een gegeven moment werd zijn moeder zo zenuwachtig dat ze het niet meer aandurfde. Op het verbergen van Joodse onderduikers stond immers de doodstraf. Midden in de nacht heeft zijn vader hen toen naar Duizel gebracht, naar een ander onderduikadres. Het echtpaar Godschalk heeft de oorlog overleefd.

De familie Colet had twee Joodse onderduikers in huis. Ondanks het gevaar dat voortdurend op de loer lag, werden er ’s avonds twee stoelen buitengezet. Dat was het enige moment waarop meneer en mevrouw Thalmann buiten kwamen; de rest van de tijd zaten ze binnen. Riet de Rooij-Colet vertelt later over die periode: ,,We speelden spelletjes. Zo heb ik van hen leren kaarten en zij leerden beter Nederlands van mij. De zolderkamer was hun onderduikvertrek, maar overdag zaten meneer Julius en mevrouw Henny Thalmann vaak beneden. We hielden dan de gordijnen dicht. Steeds hoorden wij uit de buurt: 'Waarom zijn die gordijnen toch altijd dicht bij jullie, waait het soms hard door de kieren?' Ik zei niks. Het was ook niet gemakkelijk dat ik geen vriendinnetjes mee naar huis kon nemen. Dan kom je alleen te staan. Op school ging het destijds ook niet goed met mij. Dat kwam toch wel door de spanningen, denk ik.” Het waren aardige mensen, maar ook wat afstandelijk. Het gezin noemde hen nooit bij hun voornaam; het was altijd 'mevrouw' en 'meneer'. ,,We werden met de onderduikers niet echt eigen”, aldus Riet. De familie Colet had destijds geen contact met de Eindhovense L.O.

De Duitser Bernard Erich Schäffner, geboren in Würzburg op 11 augustus 1918, woonde al jaren in Eindhoven en was onder andere medeoprichter van Scoutinggroep De Roode Vlam in Eindhoven. Omdat hij de Duitse nationaliteit bezat, werd hij tijdens de bezetting opgeroepen om dienst te nemen in het Duitse leger. Door administratieve fouten van Nederlandse zijde voor de oorlog was hij destijds namelijk niet tot Nederlander genaturaliseerd. Hij moest zich melden bij de Constant Rebecquekazerne, maar na twee nachten aldaar vluchtte hij. Via het verzet kreeg hij een vals persoonsbewijs, waardoor hij tijdens de resterende oorlogsjaren onder een totaal andere naam gewoon kon werken op het postkantoor aan het Begijnhof.
Bron: https://vrijheid.scouting.nl/

Jan Kuitert werd geboren op de dag dat de Duitse troepen Nederland binnenvielen: 10 mei 1940. Hij vertelt dat hij zich, mede door de latere verhalen van zijn ouders Jacob Kuitert en Aaltje Stavast, goed kan herinneren hoe zij in 1942 onderduikers in huis namen. Een dapper besluit, want onderdak bieden was destijds niet zonder risico. De woningen aan de Heemskerkstraat, die inmiddels zijn vervangen door nieuwbouw, waren klein en in de gehele buurt was er sprake van een grote sociale controle. In die periode was het door de enorme woningnood en de vele verwoeste huizen echter wel gebruikelijk dat er meerdere gezinnen of personen in één huis woonden. Jans vader was werkzaam bij Philips en was onder andere belast met de kwaliteitscontrole van gloeilampen op de Lichttoren.

Jan Kuitert herinnert zich de onderduikers nog goed: ,,Een van de onderduikers was Henk Stavast, een broer van mijn moeder, die ik 'Ome Henk' noemde. Waarschijnlijk was hij opgeroepen om in Duitsland te gaan werken voor de Arbeitseinsatz. Naast 'Ome Henk' was er nog een onderduiker op Heemskerkstraat 32. Dat was een Zeeuwse jongeman die ik 'Oom Pukke' noemde. Beide onderduikers zijn tot de bevrijding van het zuiden van Nederland gebleven.” Waarschijnlijk kreeg de familie Kuitert-Stavast destijds extra steun van het verzet in de vorm van distributiebonnen en geld.

Hieronder meer verhalen en links naar verhalen.

De Eindhovens L.O. (Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers).

In Eindhoven waren er in de zomer van 1943 twee groepen die onderduikers hielpen: één van katholieke en één van protestantse origine. Al snel gingen zij samenwerken, wat zeker niet zonder gevaar was. Na de arrestatie in november 1943 van Piet Goede (werkzaam bij Philips), die op dat moment de L.O.-leider van Eindhoven was, nam Jan Custers (werkzaam bij het Philips NatLab) tijdelijk het L.O.-leiderschap in Eindhoven over. Niet veel later namen Ad van der Holst en zijn echtgenote Johanna H. de Groot de leiding over, van november 1943 tot februari 1944. Johanna begeleidde diverse keren gestrande bemanningsleden van geallieerde vliegtuigen over de grens. Zij ontving hiervoor later een Amerikaanse oorkonde.

Van der Holst en zijn vrouw moesten uiteindelijk zelf onderduiken, nadat hun koerier in Venlo was opgepakt en door de SD onder druk was gezet om een signalement van hen te geven. Opnieuw nam Jan Custers de leiding van de Eindhovense afdeling van de L.O. over. Uit elke katholieke parochie was een geestelijke bij de L.O. betrokken, terwijl ook de predikanten in de Drentse buurt waren ingeschakeld. Daarnaast waren er vertegenwoordigers uit de verschillende wijken; zo kwam Jacques Hermans uit Strijp in augustus 1943 in contact met de L.O.

Omdat er specifiek vanuit Strijp veel archiefstukken bewaard zijn gebleven, is er tegenwoordig veel informatie beschikbaar vanuit het Strijpse gezichtspunt.
Meer: https://www.lo-lkp.nl/het-grote-gebod-i/i-de-landelijke-organisatie-voor-hulp-aan-onderduikers/noord-brabant-mr-h-b-s-holla-en-drs-a-raaijmaakers-blz-307-322.html

Vragenlijst van Mevr. v.d. Holst door Amerikaanse regering aangelegd m.b.t. toekenning van een oorkonde.
Mevr. Holst heeft contacten met Gerard Freeman, politieman Heiligers en Munten uit Roermond en P.J. Haagen, verder met van Bruggen, Oomens, Wielinga 

Ad van de Holst in 1956, vertrekt als 65 jarige als hoofd van de afd. personeel en pensioenen van de gemeentesecretarie.

Strijpse L.O. afdeling

1942 -1944

Jacques Hermans schrijft: "De snelle groei hiervan deed mij spoedig besluiten om P.J. Haagen, eerst onder de naam "Pierre", later "Tom" als koerier aan te zoeken. Mede door zijn werklust en vaderlandsliefde is de snelle groei van het verzet in onze wijk [Strijp] van Eindhoven, maar ook in Eindhoven, mogelijk geweest. Daar ik ook mijn zaak moest behartigen, nam ik J. Daamen "Johnie", in vertrouwen om mede de administratie te voeren. We hielden ons toen bezig met alle mogelijke werkzaamheden voor onderduikers. Het vervalsen van P.B.'s, het op valse papieren terug halen, of laten halen van distributiebescheiden, het inzamelen van gelden, en het verkregen geld zo goed mogelijk verdelen.Voor dit doel werd ook van degene die het missen kon fl.5.-- per bonkaart verlangd, daar wij dit geld voor steun aan onbemiddelden niet konden missen. De latere oprichting van het N.S.F. (Nationaal Steun Fonds) leidde automatisch tot opheffing van betaling van bonkaarten. Ook met de vervalsingen ging het beter, toen de interstedelijke koerier Dick F.C. (Dick Bolhuis) regelmatig kwam aanlopen. Inmiddels had ik contact opgenomen met de in onze wijk ook werkende personen, Onno (Rinzema) en X.X. (Walhout) deze werkten met diverse personen over geheel Eindhoven. Door L.O. werd contact gelegd bij Philips, op valse papieren werden daar door ons een duizendtal onderduikers ondergebracht, evenals bij diverse andere werkgevers ter plaatse. Tom had contacten bij Philips. Gevaarlijkere gevallen werden via de plaatselijke L.O. naar het platteland afgevoerd. Alle werkzaamheden hiervoor werden bij mij in het kantoortje achter de zaak (drogisterij en fotohandel "Het Kruispunt", Strijpsestraat 184), uitgevoerd. Helaas werd in oktober de plaatselijke leider van de L.O. Piet Goede gearresteerd, we konden op generlei wijze iets afdoende voor hem doen. Piet Goede werd opgevolgd door Ad. (A. v.d. Holst) en zijn echtgenote. Uiteindelijk kwam alles bij mij terecht. Aan allen werd verzocht niet meer aan te lopen dan strikt noodzakelijk was, alle af te werken papieren werden onder de mom van fotoafdrukken in fotozakjes in de zaak bij mij afgeleverd gehaald of gebracht. Daar het op vervalste bewijzen doen terughalen van distributiebescheiden was uitgelekt, kon dit niet meer geschieden.
Het aantal te verzorgen personen steeg nog steeds. Om een betere en veiligere verzorging te krijgen, werden door mij nog verschillende personen aangezocht, te weten "het Sieraad" Zeereerwaarde heer de Kroon, "de Bruin" Zeereerwaarde Pater Laurentius, “Wein" de heer Weinberg, "Gus" Gussenhoven, “Ley" de heer Wellink en de Zeer Eerwaarde Heer Roothans "Hans" welke laatste via Johnie (Jan) Daamen contact onderhield. Via Tom of de toen in opleiding zijnde koerier "Peter" P. Abrahams heeft fotoafdrukken in fotozakjes in de zaak bij mij afgeleverd of gebracht. In die dagen kwam ik ook in contact met "Sander" (Theo Dirks, leider van knokploeg "Sander"). De losstaande vereniging van Anne Rinzema, alias Onno en 7.07, P. Walhout met Pseudoniem X.X. en Coolen, Leonard A. met schuilnaam C.S. werd op een door mij geleide vergadering, na gemeenschappelijk overleg, verdeeld en ingelijfd bij de L.O. wijken. Rinzema, zelf nam speciaal de verzorging van joden ter hand, terwijl de anderen (Egbert Wever als W.19 en Willy Vos zich specialiseerden in het onderbrengen van jongens in hun buurt, zij hadden van het Drents dorp a.h.w. een groot doorgangshuis van Eindhoven gemaakt.

De helpers in Strijp

Keerden financiën uit
Rinzema, Anne (Onno, 7.0.7)
Gussenhoven, L.A. (Gus, Oom Guus)
Wever, Egbert (W19, Eb)
Kapelaan de Kroon (het Sieraad)
Kapelaan Roothans, G.W. J.(Hans, de Zwart)
Kapelaan van Esch
Walhout, P. (X.X.)
Daamen, Jan M.(Johnny, A2)
=======
Behandelden alle soorten van gevallen
Welling, A.L.P  (Ley) (Botenlaan 22)
Gussenhoven, L.A. (Gus, Oom Guus)
Walhout, P. (X.X.)
Weinberg, J.S.H. (Wein)
Rinzema, Anne (Onno, 7.0.7)
Egbert Wever (W.19)
zie namenlijst 

Financiering van het onderduiken

Het Eindhovense Philips-kader heeft een belangrijke rol gespeeld in het proces rond "de bankier van het verzet". Iman Jacob van den Bosch was een van de oprichters van het N.S.F. (Nationaal Steun Fonds). Er waren grote hoeveelheden geld nodig om het onderduiken te financieren en om mensen financieel te ondersteunen die onderduikers in huis namen. Lees de N.S.F.-verhalen hier en ontdek welke Eindhovenaren hierin een cruciale rol speelden. Ook na de bevrijding van Eindhoven is financiële steun voor een aantal personen nog noodzakelijk geweest, aangezien niet iedereen direct weer werk vond.

Steungelden voor N.F.S. omgeving Eindhoven / Noord-Brabant
Deel van deze financiering kwam terecht bij L.O. (Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers). Bron archief ir. H.J. Gelderblom van Philips bij RHC-eindhoven

Ondersteuningsbijdrage L.O. 1943-1944

Ondersteuningsbijdrage aan "duikers" Uitgekeerd door de LO Eindhoven in periode nov.1943 - september 1944.
Volgens de tekening werd 133 666 gulden opgehaald, de optelling van de bedragen geeft iets meer aan: fl. 133 870. 

Eindhovenaren die onderduiken


De eersten die moesten onderduiken, waren personen uit de Joodse gemeenschap in Eindhoven, in de zomer van 1942. J. van Oorschot schrijft in Eindhoven. Een samenleving in verandering (p. 979): "Plaatselijk ontstaat een illegale organisatie, de zogenaamde 'Jodencentrale', die na de eerste razzia's kans ziet 84 Eindhovense Joden te laten onderduiken." Zij overleefden allemaal de oorlog, behalve twee jongens die naar een voetbalwedstrijd gingen en daar werden gepakt. Wie de "Jodencentrale" organiseerde is tot op heden onduidelijk; mogelijk is dit te koppelen aan het werk van ing. P.H.K.G. Cornelius of Anne Rinzema.

Van de 570 Joden die aan het begin van de oorlog in Eindhoven woonden, zijn er 251 vermoord, voornamelijk in Auschwitz en Sobibor. Daarnaast zijn ook 23 Joodse patiënten van het Rijkskrankzinnigengesticht aan de Boschdijk omgebracht. Tijdens de oorlog hadden zich nog 339 Joden in Eindhoven gevestigd, vooral afkomstig uit andere plaatsen in Nederland, om bij familie te gaan wonen. Aangenomen kan worden dat de meeste slachtoffers na een oproep vrijwillig naar Westerbork zijn gereisd. Het totale aantal slachtoffers dat ondergedoken zat en werd ontdekt of verraden, is niet exact bekend. Uit de getuigenissen van nabestaanden is gebleken dat er zeker 17 slachtoffers in de onderduik zijn verraden en 21 zijn ontdekt, al dan niet door verraad. Van 5 slachtoffers is bekend dat ze zijn opgepakt tijdens hun vlucht naar het buitenland.

In totaal is 37 procent van de Joodse Eindhovense inwoners om het leven gebracht. Eindhoven is daarmee, samen met Tilburg, een van de middelgrote steden met het laagste percentage slachtoffers, afgezet tegen het landelijke gemiddelde van 75 procent. Velen zijn gered doordat zij een goede band met niet-Joodse inwoners hadden en op een onderduikadres de oorlog hebben overleefd. Ook het feit dat Eindhoven bijna negen maanden eerder werd bevrijd dan de rest van Nederland, heeft bijgedragen aan de grotere overlevingskans. Daarnaast waren de Duitsers in Eindhoven vermoedelijk niet zo fanatiek in het opsporen en arresteren van Joden, hoewel een kleine afdeling van de SD en de zogenaamde preventieve politie jacht maakten op ondergedoken personen. Zo zijn er geen aanwijzingen gevonden voor grootschalige razzia's op Joden, zoals die in andere steden hebben plaatsgevonden.
Bron scriptie Roof en rechtsherstel in Eindhoven https://www.ru.nl/sites/default/files/2023-08/rapport_joodse_onteigeningen_eindhoven.pdf

De meeste onderduikers in Eindhoven waren personen die de Arbeitseinsatz, het verplicht werken in Duitsland, wilden ontlopen. Hoeveel onderduikers er exact zijn geweest, is onbekend. Veel Philips-medewerkers waren lange tijd vrijgesteld van tewerkstelling in Duitsland. Maar na de bombardementen op de Philips-fabrieken raakten veel arbeiders werkloos, waardoor er tussen juni 1942 en januari 1944 toch ruim 3300 verplicht in Duitsland te werk zijn gesteld (Philips-biografie: Onder Duits beheer, p. 266, 1997). Philips en het arbeidsbureau deden vele pogingen om deze dwangarbeid te voorkomen. Zo kregen zo'n duizend mensen bij Philips en andere bedrijven een soort "spookbanen".

De term 'gesauckeld' komt regelmatig voor op teruggevonden briefjes uit die tijd. Gesauckeld staat voor het onder dwang werken in Duitsland en na een tijdelijk verlof of terugkomst zijn ondergedoken. Deze term is afgeleid van de naam van Fritz Sauckel (Ernst Friedrich Christoph Sauckel). Hij was tijdens de oorlog de leider van de dwangarbeid in nazi-Duitsland en is na de oorlog ter dood veroordeeld en opgehangen.

Het onderduiken van Joodse mensen vond vooral in het najaar van 1942 plaats. Zij kregen voornamelijk onderdak bij bekenden; pas later gebeurde dit via de hulp van de L.O. De grote groep onderduikers die wilden ontkomen aan de Duitse arbeidsinzet, groeide vanaf augustus 1943 flink. De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers was pas vanaf november 1942 beter georganiseerd in Eindhoven. Diverse ondergedoken studenten waren actief in het verzet, ondanks het feit dat Eindhoven destijds nog geen universiteit had. 

Ruim 200 duik- of onderduikersnamen die voorkomen op diverse documenten.

1

Onderduikers

Aarts
Abrahams
Alberts, Jan
Arends A.
Arends P.
Baas
Baaten
Baijen
Bandringa
Barrevoets
Bemmel, v
Berk, van den Johannes G.
Bies
Biet (m)
Biet (v)
Boerdonks
Bogers
Bok, de H
Bom
Bommel, v
Boom, v.d. of de
Bragt, v
Brand, v.d.Leendert
Braspennings
Breda, v
Broek, v.d.
Brouwer, de = Wim Kelder
Bruin, de
Bruin, Maarten de
Büdgen H ( schuilnaam Ven, v.’t)
Cadier
Cornelissen
Daal, v
Dartel, v
Deijk
Dey
Dijk , v
Dokters
Domb (k)
Domb (m)
Domb (v)
Dommelen v.
Donders
Dorst, Hubertus
Drenth
Drijver, Geert
Drudens (naam onduidelijk)
Duijzers
Dungen, v.d.
Eck, van Jan
Edens
Elderen
Elst, v.d.
Engelen, van
Folkers
Fouw, de
Francimond
Fransen
Gemert, Hendrikus van
Gennip, v
Gerrits
Geujen M.H.T.
Gevjen
Ghijssen
Greve, van
Groesen, N van
Grünfeld (m)
Grünfeld (v)
Grunsven, van

2

Onderduikers

Haagen
Haas, de
Ham, Gerard van
Harks
Henskens
Hest, v
Heugel, v.d.
Heutekom, v pseud. Haper, J van
Hillebrandt
Hollander
Holman
Houte, v
Hugers
Hulsman
Hurk, v.d.
Ideler
Iperen, v.
Jansen
Keijzer, de
Kemenade, v
Kinderen, der P.
Klinken, Barda van
Klinken, Reinder van
Klinken, Roelof van
Kluwers
Knoops
Knoops
Koeneman
Koomans, Leender
Kutmichael
Laak, v.d.
Laat, de
Lent, v
Ley, Jitse van der
Ley, Klaas van der
Linden, v.d.
Linneman
Louw, de
Louwers, Jan Markus
Lucee
Maas
Maurik, Jacob van
Melis
Merendonk, v.d.
Meulman
Meyer
Mierlo, v
Montijn
Moosdijk, v.d.
Muilenburg, Christan J.
Muilenburg, Johan T.
Mutsaers
Natris, de T.
Natris, de R
Niesthoven
Nouwens
Nuwenhoud
Oudjers, Jan
Paauw, de
Philippart
Piet
Pijs
Pluimers
Quakkelaar
Raaijmakers 3x?
Reemers
Rensen A.
Rijkens
Rijkens
Rijkers, Daniël
Rozenberg
Rozenfeld
Rubens
Ruijter

3

Onderduikers

Salomon (d) Ellen Dorothee
Salomon (v) Gertrud
Sanders
Santvoort, v
Savenije (B.F. Savenije )
Schaafsma
Schaffner
Schipper
Schokker, A
Schuur, E
Schuurman, Bernard
Schuurman, Dirk
Serton
Siepel
Simons
Sintnicolaas
Slootmans
Smid
Smit
Smulders
Spaargaren
Sprengers
Staring
Stein (C. H. van der Steijn)
Stokkum, v
Straaten, Riet van
Straaten, Willem van
Swinkels
Tappel
Thaens
Theeboom
Tom (P. Haagen)
Tuijl, v
Ufkens
Vaan, de
Veen, van
Veldhoven, P N J. Van
Ven, v.d. J (!)
Verhagen
Verkuijlen
Vermeulen
Verton
Vieth
Visser, de
Vorstenbosch
Vries, de
Vrijmoed
Waarden
Wassermann (v)
Wassermann (m)
Waterman
Werveling
Wette, de
Wijs, de
Wijssmann (z)
Wijssmann E.M. / Weissmann 
Woerkum
Wolde, v.d.
Wolde, v.d.
Wools (m)
Wools (v)
Wouters
Zondag
Zwaan

Onderduikers aantal zijn ondergebracht buiten Eindhoven

Onderduikers en hun duikadressen. Aantal zijn actief in het verzet zoals: P.A.N. , O.D. en KP

Drijver, van de Brand en Sanders.

 Dey, Driesens, Holman, Hollander, Houten, Keijzer, van Stokkum en Ufkes

F.Boom - L Scheepjens
Term "werkt" waarschijnlijk na de bevrijding toegevoegd.
Diverse geloven: RK = Rooms-Katholiek, Geref = Gereformeerd, Protestant, Ned Herv = Nederlandse Hervormd, israëliet / Jood

Uitleg cijfers en foto van steunlijsten in een schriftje met daarin de gegevens van de personen die geholpen werden.  

F. Waarde en Albertus Tappel

A. van Santvoort - J.G.M. Bijen - H van Gemert - P.E. Schaafsma

Geujen, Henkens, van Geel, van de Moosdijk

W.J. Janssen, de Laat, Vorstenbosch, Sanders

H.A. Luceè, J. Haagen, Hulsman, Greve

van Groesen, Staring, Verton, van Tuil

van Veldhoven, van de Dungen, Fokers, Zondag

Domb, van Bemmel, W. Raaymakers, J. Raaymakers

P. Raaymakers, Baptist, Harks, Slootmans

Heertje, H. Bandringa, B. Bandringa, Strends (?) Henrica Weeke

Wools, Rozenberg, de Vries, Schmul Wassermann

Daniël Rijkers 6-4-1920

Codeboek Strijp

Aantal namen komen vaker voor, na de bevrijding zijn toevoegingen erop geplaatst.
 J.S.H. Weinberg is bij de organisatie "Landelijk Herstel district Eindhoven verantwoordelijk voor de afhandeling van de uitgekeerden gelden. Ook een lijst met helpers stelt hij samen, zie namenlijst Landelijk Herstel.

Rode doorstreep waarschijnlijk na de bevrijding geen ondersteuning meer nodig.

Anne Rinzema en P. Walhout onderhielden de Joden of Israëlieten

Onder zorg van kapelaan Roothans

Onder zorg van kapelaan de Kroon

Onder zorg van kapelaan van Esch

Onder zorg van L.A. Gussenhoven (Gus, Oom Guus)

Namen en aantal adressen

Namen en adressen

Jan Daamen ( Johnny) verzorgde de zeer actieve verzetsleden. 293 Van Heulekom, is pseud. J van Haper, 232 Tom = J. Haagen, 210A de Brouwer = Wim Kelder en 258 Lucée =Theo Dirks (Sander)

106 t/m 111

Zoeken van adressen was moeilijk

In het boek B&W Rond de Tweede Wereldoorlog in Groot-Eindhoven
 beschrijft Frans Dekkers, pagina 149 -151 de ervaringen op getekend door Mevrouw S. Wijtman-Vleer met hulp aan onderduikers en verzet.

Mevrouw S. Wijtman-Vleer

Mevrouw S. Wijtman-Vleer: 'In de zomer van 1940 vingen mijn ouders Wijtman aan met illegale activiteiten. Als enige dochter hielp ik vooral mijn moeder, omdat zij de spil in het geheel was. Aanvankelijk hielp ik met het verspreiden van illegale bladen als Trouw. Die bezorgde ik al wandelend met mijn baby – verstopt onder het matrasje – bij vertrouwde adressen aan huis.

Het illegale werk bracht mijn moeder in contact met een Philips-employé werkzaam op Nat Lab., ing. P. H.K. G. Cornelius, een Duitser van origine die met een joodse was getrouwd. Hij hield zich vooral bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen voor joden en onderduikers en het vinden van onderduikadressen. Toen hij vroeg of wij onze woning aan de Julianastraat daarvoor beschikbaar wilden stellen, hoefden we daar niet lang over na te denken.
Cornelius bracht mijn moeder in contact met de financier van zijn verzetsgroep, mevrouw Philips-Van Lennep. Eens per maand haalde mijn moeder geld bij haar op. In de "boekhouding” van mevrouw Sylvia Philips-Van Lennep getrouwd met Frits Philips, zo vernamen we na de oorlog, werd mijn moeder met de codenaam “Vleermuis” aangeduid.

Onze woning werd hoofdzakelijk als doorgangshuis gebruikt. Ook hebben wij er voor langere tijd tientallen onderduikers in huis gehad. Tijdens de bezetting was er veel loslippigheid onder de mensen, om maar te zwijgen van verraad. Daar zijn tal van joden het slachtoffer van geworden. Soms ook de helpers. Zo werd de familie Van der Wal uit onze buurt verraden en gearresteerd. Die hadden zes joden in huis. Het dag-en-nacht-parool was dan ook zwijgen en oppassen.
'In onze woning verstopten we wapens voor het echtpaar van Bruggen en we hielpen hen bij het zoeken naar onderduikadressen. Op een dag vernamen we dat we geen contact meer met hen moesten opnemen: de SD had hun illegale werkzaamheden ontdekt. Rien van Bruggen was met rechercheur Harry Aarts bij Tilburg in de val gelopen toen ze met geallieerde piloten op weg naar België waren. 'Na de oorlog hoorde ik dat ze verraden waren.' Beiden overleven de oorlog niet en worden in kamp Vught geëxecuteerd.

Het grootste probleem voor ons was het vinden van onderduikadressen. Heel wat Eindhovenaren durfden het niet aan een onderduiker in huis te nemen. Wekenlang waren we daarvoor soms op pad. En ik moet helaas zeggen dat sommige joden heel lastig of kieskeurig kunnen zijn. Ik herinner me een vrouw voor wie geen enkel adres naar haar zin was. Het was te klein of er was te weinig comfort. Velen daarvan raakten daardoor in moeilijkheden en werden opgepakt. Weer andere joden gaven blijk van wantrouwen tegenover ons. Voordat ze door ons werden ondergebracht, werd hun huisraad onder verschillende adressen verdeeld, zo van de linkerschoen hier en de rechterschoen daar. Dan waren de mensen in staat om te zeggen; jullie zoeken het verder zelf maar uit. Er waren na de oorlog ook mensen die zeiden: zoiets doen we nooit meer.
Na de bevrijding hielpen wij opnieuw joden. Nu die – nog in hun streepjespakken gekleed - uit de concentratiekampen terugkeerden en in het Veemgebouw van Philips werden opgevangen waar we hen moesten ontluizen. Ik vond het heel indrukwekkend hoe die uitgemergelde mensen, die nauwelijks konden staan, het Wilhelmus zongen. Wij hebben onze plicht gedaan en wisten vooral door de inzet van mijn moeder een groot aantal joden uit handen van de Duitsers te houden. Mijn moeder is nooit voor haar verzetswerk onderscheiden, ook niet postuum, en dat is iets wat mij nog altijd steekt.'

Joodse onderduikers in Eindhoven

Op deze site staan diverse verhalen van Joodse onderduikers, die door bekenden zijn geholpen.
In Eindhoven woonden zo'n 900 Joodse mensen in 1940. Hiervan zijn er zo'n 600 die de oorlog hebben overleefd. De meeste waren ondergedoken, een klein aantal is tijdens de aanvang van de bezetting gevlucht.
Hiernaast zijn er zo'n 100 tot 200 (schatting) Joodse mensen extra in Eindhoven ondergedoken, uit andere steden.

Aantal verhalen over en van Joodse onderduikers

1943 E.M. Weissmann en F. Bies, 16- 6- 1898 / 29-2-1904 gevlucht uit Den Haag en ondergedoken en ondersteunt in Eindhoven

Joodse familie duikt onder in Eindhoven. Zeven bewoners van de Sillestraat in Den Haag, waar zij voorheen woonden zijn deporteert en vermoord.
Zij werden geholpen door Anne Rinzema met de schuilnamen: 7.07 of de naam "Onno". (schrijfwijzen Wijssmann had waarschijnlijk moeten zijn Weissmann)

1943 F. Weissmann, 8-9-1924 gevlucht met zijn ouders uit Den Haag en ondergedoken en ondersteunt in Eindhoven. (

(schrijfwijzen F. Wijssmann had moeten zijn Weissmann)

Codeboek dat tijdens de oorlogsjaren is gebruik: code, namen en duikbedragen voor de onderdak verleners. De adressen werden ergens anders bewaard. De namen van de uitbetaler en de contactman Rinzema en Wallhout zijn na de oorlog toegevoegd met potlood. 

In deze bovenstaande lijst staan alle 21 Joodse onderduikers die door Strijpse onderduikcentrale zijn geholpen.

Lees het verhaal "de Pauw" (oorspronkelijke naam de Paauw) Johanna de Paauw, een meisje van 14 jaar alleen ondergedoken in Eindhoven.
Johanna de Paauw heeft als enige van haar familie de oorlog overleefd. 

Ondergedoken op 22-7-1942 in Eindhoven. Joodse familie Salomon, uit Cliostraat 6 Amsterdam. De persoon die is achtergebleven op dit adres of niet gevlucht is Annie Beatrice Meier-Salomon, Zij is op 30 september 1942 vermoord in Auschwitz op 38 jarige leeftijd.

Gertrud Sara Salomon-Uilendorff (05 -01-1881) en haar dochter: Ellen Dorothee Salomon (10-10-1908, Charlottenburg), Ondergedoken bij L.W. (Louis) Staals, Slagerij "De Kaak" in de kelder.
Zie https://www.eindhoven4044.nl/9/duikadressen.html

Niet iedere Joodse onderduiker redt het


Phocas Kroon (1944-2021) onderzocht de arrestatie van Joden in Eindhoven. Volgens zijn onderzoek is er sprake van 22 gebeurtenissen waarbij in totaal 71 Joden zijn gearresteerd. In de processtukken worden bij de getuigenissen de namen van 59 Joden genoemd. Van hen kwamen er 11 uit Eindhoven, 21 van buiten Eindhoven (vooral uit Amsterdam) en waren 27 Joodse patiënten afkomstig uit het krankzinnigengesticht.

Hoe zijn de kleine 300 andere Joodse slachtoffers uit Eindhoven in Duitse handen terechtgekomen? Veel Joden hebben niet geweten welk lot hen te wachten stond; zij meldden zich simpelweg na een oproep voor het transport naar Westerbork.

Van de 800 voljoden (met vier Joodse grootouders) die niet gemengd gehuwd waren, zijn er 330 vermoord. De overige 470 personen hebben de oorlog overleefd door onder te duiken, terwijl een klein deel de concentratiekampen overleefde en nadien terugkeerde.

In een ander onderzoek schrijft Phocas Kroon: in Eindhoven woonden zo'n 900 Joodse mensen in 1940. Hiervan hebben ongeveer 600 personen de oorlog overleefd.

Lees alle bijzonderheden in de spreadsheet van Phocas Kroon als PDF of als Excel met allerlei extra gegevens.

Vierjarige Floortje Citroen en vele anderen redden het niet...

Eindhoven, 6 juli 1943. Leendert de Wit gaat die morgen naar een adres aan de Helmerslaan (Fränkel) om een joods kindje op te halen, dat daar tijdelijk is ondergebracht. Hij wil haar naar een nieuw onderduikadres brengen. Als hij heeft aangebeld wordt de deur opengedaan door Verweij, een rechercheur van de Eindhovense politie die voor de "Postenstelle Eindhoven" van de Sicherheitsdienst werkte. De Wit slaagt er niet in om te ontsnappen doordat hij niet tijdig het slot van zijn fiets kan openen en bovendien wordt hij met een revolver bedreigd. Hij wordt gesommeerd het huis binnen te gaan. De Wit en het joodse kindje worden door twee rechercheurs naar het politiebureau van Eindhoven gebracht. Het joodse kindje was de vierjarige
Floortje Citroen uit Amsterdam. Op 16 juli wordt zij samen met haar moeder in Sobibor vermoord.
Jacoba Louise Citroen-Sluijs zat met haar man ondergedoken in Barneveld. Hun dochter Florence Rosette (Floortje), was ondergebracht in Eindhoven. Omdat het adres in Barneveld te gevaarlijk werd, ging Jacoba Louise op zoek naar een ander adres. Op het station van Ede werd ze gearresteerd door twee leden van de Kolonne Henneicke. Ze had een brief ontvangen van het adres waar dochter Floortje tien dagen eerder was ondergebracht. In de brief was het adres in Eindhoven vermeld en
daardoor kon Floortje worden opgespoord. Floortje Citroen werd met haar moeder naar Westerbork gedeporteerd. Jacoba Louise Citroen-Sluijs

Waalre, 6 juli 1943. Twee uur nadat Leendert de Wit in Eindhoven is gearresteerd wordt zijn huis in Waalre bezocht door twee SD-ers uit Eindhoven, een Duitser en de rechercheur Verweij. Zij komen huiszoeking doen. De vijftienjarige zoon heeft tijdig de joodse onderduikers kunnen waarschuwen die zich snel verborgen hebben op de bovenverdieping. De huiszoeking leek niets op te gaan leveren maar op het moment dat zij weer wilden vertrekken werd een kreet van een van de onderduikers gehoord. De rechercheurs concludeerden dat er op de bovenverdieping mensen moesten zitten. Zij beklopten de planken en dreigden er door heen te schieten. De toestand was onhoudbaar en er kwamen negen onderduikers tevoorschijn. Er werd gebeld met de Postenstelle
Eindhoven: “We hebben negen joden gevonden, stuur de grote wagen maar”. Onder de gearresteerden waren de twee jonge kinderen van dokter Slager. Zij herkenden een van de rechercheurs als een patiënt van hun vader.
In het huis op de Julianaweg werden 9 personen gearresteerd, behorende tot een familie de Jongh uit Eindhoven, een gezin De Zwarte uit Amsterdam en mevrouw Slager met twee kinderen uit Eindhoven. Het echtpaar dat hen onderdak gaf wordt gearresteerd wegens “jodenbegunstiging”. Alleen de kinderen Slager, Jack Norbert Slager, 10 jaar en Leonora Greta Slager, 11 jaar overleefden de oorlog. Gesina de Zwarte, een twintigjarige verpleegster, dochter van Simon de Zwarte, was elders in Waalre ondergedoken en
kwam veilig door de oorlogsjaren.
Bron: Jan Bader "Kroniek van 'n vervolg

De rol van de Sicherheits Dienst (S.D.) afdeling Eindhoven bij de joden vervolging 1940-1944

Phocas Kroon (1944-2021) onderzocht ook de S.D. in Eindhoven.

Een Duitse politieagent werd hoofd SD Eindhoven

De SD afdeling Eindhoven was gevestigd aan de Paradijslaan 35. De SD-leden hadden als taak om Joden te arresteren. Daarnaast waren ze betrokken bij de arrestatie van mensen die in het bezit waren van een radio. Ook arresteerden ze personen die anti-Duitse of verzetsactiviteiten ondernamen, of die waren ondergedoken om aan de arbeidsdienst in Duitsland te ontsnappen.

De afdeling bestond uit:

Wilhelm (Willy) Weber, hoofd SD Eindhoven. Hij was oorspronkelijk een Duitse politieagent en woonde in Krefeld. Hij is veroordeeld tot 19 jaar gevangenisstraf.

Wilhelm Frohnapfel, was een Duitser en sneuvelde tegen het einde van de oorlog.

Adrianus Jacobus Jozef Wolterbeek (geboren 27-10-1901 in Breda), wonende aan de Wattstraat 4 in Eindhoven. Deze Nederlandse SD-medewerker is veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. De rechter oordeelde: “Verdachte heeft bewust de vijand hulp verleend en meegewerkt aan de arrestatie van ondergedoken joden” en “Verdachte heeft in meerdere gevallen bij huiszoekingen of arrestaties onnodige activiteiten getoond.”

Wilhelmus Antonius Adrianus Verweij (geboren 5-10-1906), wonende aan de Barrierweg 171 in Eindhoven. Deze Nederlander is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf “voor hulpverlening aan de vijand.”

Gijs Mosterd (geboren 15 april 1903) uit Putten. Deze Nederlander heeft uiteindelijk 4,5 jaar vastgezeten, terwijl er vijftien jaar tegen hem was geëist. Meer informatie is te vinden op https://eindhoven4044.nl/8/politie-eindhoven-oorlogsjaren.html

Diverse foute agenten die de SD hielpen, zoals van Es en Haasz, zijn ontslagen. Na de oorlog zijn er in totaal zo'n 40 Eindhovense agenten, wachtmeesters, (opper)luitenants en functionarissen in allerlei andere functies ontslagen, zo blijkt uit de Nederlandsche Staatscourant.

Gewestelijk Arbeidsbureau Eindhoven

Het verzet van ambtenaren en werknemers bij Gewestelijk Arbeidsbureau Eindhoven.
Lees: https://eindhoven4044.nl/10/arbeidsbureauEindhoven1941.html

1944 vervalst ausweis met stempel Gewestelijk Arbeidsbureau Eindhoven

foto © Jacques Hermans / Eindhovenfotos.nl

1944 vervalst ausweis met stempel Gewestelijk Arbeidsbureau Eindhoven

foto © Jacques Hermans / Eindhovenfotos.nl

Zij die hun nieuwe T.B. bezitten

Iedere Nederlander heeft een distributiestamkaart waarop distributiebonnen verkrijgbaar zijn. Hiermee kan een bepaalde hoeveelheid goederen worden gekocht. Op 4 december 1943 gaan de Duitse autoriteiten over tot de uitgifte van een tweede distributiestamkaart (T.B.). Deze wordt nu gekoppeld aan het persoonsbewijs. Doel was te verhinderen dat Joodse en andere onderduikers en verzetsmensen aan voedsel konden komen. Ook zouden ze daartoe makkelijker op te sporen zijn, door de bezetter.
Uiteindelijk waren er meer T.B.'s uitgegeven dan mensen in Nederland woonden, dus deze T.B. is massaal vervalst
Hieronder een lijst van personen die een valse TB in hun bezit hebben in Eindhoven.

H. v.d.Berk - Zeelsterstraat 30
W. v.d.Boer - Schootschestraat 37
H. Bok - Lochemstraat 61
A. v.Deursen - Bootenlaan 69
W. Fraasen - Lochemstraat 67
P. v.Gent - Zutphenstraat 7
M. v.Groesen - Zutphenstraat 11
G. Hulsman - Kreugelstraat 46
F. Harks - Strijpschestraat 107
F. v.Hout - Hastelweg 67b
S. Helmonds - Kreugelstraat 37
J. Jordans - Halvemaanstraat 79
A. Verbakel - Hastelweg 107!
A. Verstraten - Hurkschestraat 17
P. Tiebaxs - Anjelierstraat 56
C. Voorkamp - Bomstraat 28 
J. Teeuwen - Hastelweg 28
B. Vink - Strijpschestraat 163
H. Verwey - Ruurlostraat 11
J. Vorstenbosch - Botterstraat 17
A. d.Wijs - Lochemstraat 41
D. Schuurman - Schootschestraat 132
A. d.Grunt - Zeelsterstraat. 279
F. Pulles - Strijpschestraat 89
C.d.Brouwer - Schouwbroekscheweg 20! 
A. v.Gemert - Schouwbroekscheweg 130
A. Tappel - Wilgenstraat 27
A. Versteyne - Lochemstraat 29
J. Voorjans - Schootschestraat 15
A. Rensen - Annastraat 25
P. d.Wolde - Apeldoornstraat 27
J. v.d.Boomen - Bootenlaan
J. v.d.Ley - Beukenlaan 10
K. v.d.Ley - Beukenlaan 10
J. v.d.Linden - Gelderlandplein 1
J. Swinkels - Gelderlandplein 20
R. v.Klinken - Zwaanstraat 2
W. d.Leeuw - Needestraat 18
H. Engel - Schouwbroekscheweg 31 
F. Garenfeld - Zeelsterstraat 198

Voorbeelden stempels waarmee valse documenten werden gemaakt.

Voorbeelden stempels waarmee valse documenten werden gemaakt.

Voorbeelden gemeentelijke stempels waarmee valse documenten werden gemaakt.

Rie Jansen helpt

Rie Jansen (doopnaam Maria) en Cor van Reuth waren zeer actief met het helpen van (joodse) onderduikers. Zij was begin veertig in de oorlogsjaren en woonde in de Paradijslaan 50 (huidige 22-C) Eindhoven. Rie was verpleegster en had door haar functie ook toegang tot het Eindhovense politiebureau. Zij kreeg daar hulp van de politieagent P.E. (Piet) Soethout en oud-burgerwachter J.Bogers. Zij smokkelde brieven en boodschappen naar buiten en zorgde dat sommige celbewoners opgenomen werden in het ziekenhuis en dan onderdoken. Ook op het gemeentehuis had zij veel contacten en met diverse ziekenhuizen en instellingen waar mensen tijdelijk werden ondergebracht. Zij onderhield nauwe contacten met de P.A.N. en andere verzetsleden in Eindhoven voor o.a. extra voedsel- en andere bonnen.

De namen in dit verslag van Rie en uit de studie "De joodse gemeenschap van Eindhoven 1940-1945", uit 2003.van Phocas Kroon (1944- 2021) zijn de daarin genoemde namen opgenomen in het onderstaande overzicht.

Extra: Eindhovenaren en anderen die (joodse) onderduikers hielpen en/of lid van de ondergrondse 
zie: https://www.eindhoven4044.nl/9/duikadressen.html