"spontane opstand Eindhoven mei 1941"

Op 23 mei 1941 werd in Eindhoven het 50-jarig bestaan van Philips gevierd. Door het personeel werd het feest spontaan aangegrepen om uiting te geven aan de afkeer van de bezetting. De 17.000 werknemers trokken de straat op en scandeerden anti-Duitse leuzen. Een vorm van symbolische verzet. 

Extra uitkering

De mededeling van de extra uitkering, die het personeel om twaalf uur bij het uitgaan der fabrieken en kantoren op de aanplakborden vond, had al aanleiding tot geïmproviseerde versieringen gegeven en wie meende, dat daarmee slechts beoogd werd de al enige malen gemiste kermis- en carnavalsdagen in te halen vergat, dat met het begrip „feest” zich nog ’n ander feit associeert, dat we het gemakkelijkst met „Koninginnedag” kunnen samenvatten. Het werd een geweldig feest, juist omdat het niet was voorbereid. 

Bloemen

In de ochtenduren n.l. werd een ware overdaad van bloemstukken, een grandioos exemplaar van het gemeentebestuur van Eindhoven vooraan, het hoofdkantoor binnen gedragen. Het duurde dan ook niet lang, of het imposante gebouw had het karakter van een bloemententoonstelling. Geen bloemist in Eindhoven had die dag nog bloemen over.

Fabrieksjubileum 

En zoals dat meestal met een menigte het geval is: het bewustzijn met velen te zijn in één gedachte, in één feestelijke stemming, drong de voorzichtigheid terug in dezelfde hoek, waarin de bezetter zo lang de ware Nederlandse gevoelens met dreiging van allerhande straffen had opgesloten gehouden. Van een fabrieksjubileum groeide daardoor, als door één wens bezield, deze viering uit tot een Oranje-manifestatie gelijk er in geen stad in ons vaderland gedurende de bezettingsjaren is te zien gegeven. Het was niet langer een Philipsfeest, het werd een geïmproviseerde „Nationale Feestdag van lokaal karakter”

Vijftigjarig bestaan van Philips op 23 mei 1941


Terwijl Frits Philips morgens in het Ontspanningsgebouw procuratiehouders en vertegenwoordigers van het personeel toesprak, trokken arbeiders van de glasfabrieken naar dit gebouw om hem voor de feestgave, namelijk twee weken extra loon, te bedanken. Op hun weg sloten zich van alle kanten duizenden medewerkers aan die, in een lange stoet, aan de inmiddels gewaarschuwde Frits Philips voorbij trokken.

"... daar kwam het duizendkoppige Philipsgezin in optocht aanzetten. Meisjes in hun witte montagejassen, mannen op karren, op electrische fabriekswagentjes, glasblazers met hun ijzeren staven, allen uitgedost met oranje of roodwit-blauwe sjerpen om, feestmutsen op, strikken in het haar ..."

's Middags kwamen op het binnenplein van de Philipsfabrieken aan de Emmasingel duizenden uitbundige personeelsleden bijeen een fascinerende schouwspel volgens bedrijfsleiders, zij vroegen Frits om ook naar de Emmasingel te komen. Felicitaties volgden, handen werden geschud. Iedereen wilde hem zien en spreken. 
Foto detail: https://beeldbankwo2.nl

Feest Emmasingel

Een overvolle Emmasingel ter ere 50-jarig bestaan van Philips en spontane uiting tegen de Duitse bezetting. Kijkrichting naar de Woenselse overweg.

Alle op deze foto voorkomende gebouwen zouden bij het Engelse bombardement van 6 december 1942 verwoest worden. Rechts: ingang hoofdkantoor Emmasingel Eindhoven.

Frits Philips

Toen hij in de menigte onder dreigde te gaan, namen enkele stevige mannen, onder wie de bedrijfsleider van de elektronenbuizenfabriek ir. Th. Tromp, hem als betrof het een groot sportkampioen op de schouders. Frits Philips liet zich enige tijd verrukt meevoeren in de warme stroom van dankbetuigingen en gevoelens van saamhorigheid. Het nam echter niet weg dat hij zich realiseerde dat dit spontane feest door de Duitse autoriteiten anders zou kunnen worden opgevat. De met de nationale kleuren getooide menigte maakte zelf duidelijk dat de band met Philips even sterk was als die met Oranje. Mogelijk met de in Amsterdam zo bloedig onderdrukte februaristaking, februari 1942, in gedachten, nam Frits Philips na enige tijd het woord om zijn personeel voor de rest van die middag vrijaf te geven en naar huis te zenden. Zodat geen staking was maar een vrije dag.

Oranje-feest

Nadat hij officieel vrij had gegeven, begon, aldus Frits Philips, het feest pas goed. Zingend en hossend trok iedereen de stad in. In een grote optocht defileerden men langs De Laak, het woonhuis van Anton Philips aan de Parklaan. Wanneer verbaasde of onthutste Duitse militairen of politiefunctionarissen in de stoet belandden, kwam het tot plagerijen en demonstraties van vaderlandsliefde.? Naar verluidt werd zelfs de auto van de Duitse opperbevelhebber, in Belgie: generaal Von Falkenhausen, die toevallig een bezoek aan Philips bracht voor een gesloten poort kwam, werd met een rood-wit-blauw vlaggetje versierd. Aan NSBʻers werden luidkeels gewetensvragen gesteld; een van hen, een politiecommissaris Dijs, werd door twee messtekken verwond in zijn arm, nadat hij een meisje een ernstige hoofdwond met zijn zwaard had bezorgd.

De Philips Harmonie rukte uit om op „de Laak”, woning van Frits Philips, een muzikale hulde te gaan brengen. Duizenden en duizenden volgden de mannen van dirigent Kees van der Weijden. En nu mocht deze hen laten spelen wat hij wilde, boven alles uit galmde telkens en telkens wéér het „Oranje boven, Oranje boven, leve je-weet-wel-Wie!” en dat midden in de bezettingstijd, in een stad vol Duitse soldaten.

De Duitse soldaten, bij de Philips uitgangen begrepen er eerst niets van. Een overmoedig fabrieksmeisje was op de schansmuur aan een van de poorten van de Emmasingel gekropen, en had een oranje-vlagje aan een zeer dun stokje in de loop laten zakken van de goedmoedige "Werksehütz", die daar op post stond. De observatiepost boven op de Philipstoren, die de Luftwaffe daar had uitgezet toen ze het dak inrichtte tot de Flakstelling, die haar op St. Nicolaasdag van 1942 noodlottig zou worden, die observatiepost ontwaarde beneden de deining van een duizendkoppige menigte met oranje en telefoneerde naar een van de portiersloges, wat er aan de hand was. „De Krieg ist abgelaufen!” brulde de overmoedige portier in de hoorn. En binnen enkele ogenblikken waren de manschappen, krijtwit, met de lift naar beneden gesuisd. Een afgelopen oorlog stond voor hen gelijk met een verloren oorlog; dat wisten ze toen al.

Spotprent van Politiecommissaris Dijs
Tekening W.F. Bladergroen; Philips tijdens de bezetting.

De reactie van de bezettingsautoriteiten bleef niet lang uit. Een eenheid van de Sicherheitspolizei werd inderhaast vanuit Tilburg naar Eindhoven gedirigeerd. Op de markt in Eindhoven bracht het bataljon mitrailleurs in stelling. Tot een noodlottige confrontatie met de feestvierende massa kwam het echter niet. Een hevige regen- en onweersbui dreef merendeel met spoed naar huis. Nochtans gaf de commandant van de Sicherheitspolizei de opdracht aan het gemeentebestuur om voor die dag een avondklok in te stellen. Na de weigering van burgemeester Verdijk nam de pro-Duitse en ex Philips bewakingsdienst, onlangs benoemde politiecommissaris W. Dijs het op zich om het bevel uit te voeren.

Volgens het dagboek [pagina 23 PDF] van Reinder Keizer: 
"Het wordt een geweldig feest met optochten en veel oranje. Dit is de Duitsers teveel en de Grüne Polizei komt met overvalwagens en mitrailleurs. Twee dagen lang is er een staat van beleg en iedereen die na 8 uur ‘s avonds opgepikt wordt moet in een gymnastiek lokaal 11 uur lang in de houding staan".

Frans Dekkers beschrijft uitgebreid in zijn boek Eindhoven 1933-1945 p. 180-196, uitg. 1982 een ietwat ander verslag van de gebeurtenissen, kort samengevat: Politiecommissaris Dijs had 's middags al geprobeerd met zijn zwaard in de hand om de mensenmassa huiswaarts te sturen en hij liep daarbij zelf een messteek op. Naast de politie provoceerden ook aantal NSB-ers en WA-mannen de feestgangers en het wordt hierdoor rumoerig in de binnenstad. Er wordt, om 20.00 uur, een avondklok ingevoerd, dit feit ontgaat menig feestvierder, omdat de pamfletten pas rond 19.30 verspreid worden. 

De Grünen zwermden de straat op, arresteerden iedereen, die zij nog na het verboden uur daar aantroffen en sleurden op hardhandige wijze, de zich van geen kwaad bewuste arrestanten naar het politiebureau. Wie voor het raam stond - nog wel binnen! - was voldoende om door de Duitsers uit de huizen gehaald te worden, zoals o.m. op de Geldropseweg enige burgers moesten ondervinden. Op het politiebureau was de beschikbare opbergcapaciteit weldra niet meer voldoende. Daarom werden de burgers verder opgesloten in de gymnastiekzalen van de beide scholen voor buitengewoon onderwijs, waar zij de nacht op de planken vloer moesten doorbrengen. In totaal bedroeg de buit van die avond ongeveer vierhonderd arrestanten: boeren en burgers, niets vermoedende volkstuinders, die van hun landje kwamen, een pastoor van een der buitenparochies, spoormannen, hulppostbestellers, van niets wetende bewoners der agglomeratie.

's Avonds was er een radiotoespraak van Anton Philips via de zender Boston. Hoe de informatie over datum en tijd van de uitzending Philips had bereikt is niet duidelijk. Maar eenmaal bij een enkele ingewijde bekend, was de verspreiding van die wetenschap binnen het bedrijf geen probleem geweest. In een van de liften in de fabriek had Van Riemsdijk de even uitdagende als simpele boodschap gelezen: Dr. Anton 9.15.

Naar de radio luisteren kon nog in die dagen. Een jaar later, 13 mei 1943, kregen alle Nederlanders de opdracht dat ze hun radio’s moesten inleveren. Wie dat niet deed, riskeerde een gevangenisstraf of zelfs de doodstraf.

Vele Philips mensen zullen 23 mei 1941 herinneren als een vorm van verzet. Een protest tegen de bezetter. Dit 'symbolische verzet' geeft vooral het gevoel om de moed er in te houden.

Gevolgen
De Duitse bezetter verbod alle berichten en foto’s over de „ongeregeldheden te Eindhoven” zodat er geen letter over het spontane Oranje-feest in de kranten verscheen.
De Joodse Louis de Wit en zijn oom Isidor de Wit hadden een zaak in huishoudelijke- en feestartikelen op de Demer 60. Bij het vijftigjarig bestaan van Philips werden bij de gebroeders de Wit allerlei feestartikelen gekocht. Dit was voor de Duitsers aanleiding de broers te arresteren. Tegelijkertijd werd door de grüne Polizei in hun woonhuis in de Rodenbachlaan 20 een huiszoeking gedaan, maar er werd niets gevonden. In de winkel vonden ze een oranje afdekzeil, dat door de Duitsers tot vlag werd omgedoopt. De broers werden veroordeeld tot een gevangenisstraf in het Oranje Hotel in Scheveningen van zes maanden en een geldboete van enkele duizenden guldens. Zij komen vrij en duiken onder en ze overleven de bezetting. lees https://www.eindhoven4044.nl/6/Hoogstraat185.html

Ook de geestdriftige heer Willems sr., stond voor de ramen van de bovenverdieping van de winkel „de Olifant” en wierp met volle handen de oranje-toeters in de opeengepakte menigte onder de mededeling: "Dit is de ene helft, de andere wordt bewaard voor als de Koningin terugkomt." Hij en zijn zoon komen er met een dag "vastzitten" er vanaf.

Het Eindhovensch dagblad omschrijft in 1947 de gebeurtenis als: "Het grootste Oranje-feest tijdens de bezetting. Wat in geen enkele andere stad in Nederland gewaagd is, heeft, volkomen spontaan, Eindhoven te zien en te horen gegeven in het tweede jaar van de Duitse bezetting. Het heeft daarmee in de vaderlandse oorlogsgeschiedenis historie gemaakt."

Philips Koerier 14 mei 1971

Bronnen:

Onder Duits beheer p. 198 - 202, Geschiedenis van Philips deel 4, 1997.
Frans Dekkers: Eindhoven 1933 -1945
Eindhovensch dagblad "Het grootste Oranje-feest tijdens de bezetting" 22-05-1947 & 24-05-1947
Philips Koerier 14 mei 1971
bron foto's https://beeldbankwo2.nl/
bron foto's: Onderdrukking en verzet, deel 3 pagina's 574 en 575
bron foto's: Biografie Philips deel 3 "onder Duits beheer"

Anjerdag 29 juni 1940  

Op 29 juni 1940 kwamen in Den Haag veel Oranjegezinde Nederlanders bijeen. Het was de eerste verjaardag van een lid van het koninklijk huis, prins Bernhard, sinds de inval van Duitse troepen. De dag werd aangegrepen om uiting te geven aan de trouw aan het Koningshuis. De dag kwam bekend te staan als Anjerdag. Het was de eerste keer dat in Nederland openlijk geprotesteerd werd tegen de Duitse bezetting. Oranje uittingen werden hierna verboden.

Na de oorlog is de Anjerdag nog een aantal jaar gevierd. Prins Bernhard heeft zijn hele leven met een anjer gelopen. Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld had trouwens al sinds zijn studententijd de gewoonte zich met een witte anjer te tooien. 

De bezetter bepaalde naar aanleiding van Anjerdag dat namen en functies van leden van het Nederlands koningshuis voortaan niet meer op de radio of in kranten vermeld mochten worden. De scouting die geholpen had bij de demonstratie werd een verboden organisatie en het zingen van het Wilhelmus was voortaan strafbaar. Op last van de bezetter moesten na Anjerdag ook alle koninklijke portretten weggehaald worden uit overheidsgebouwen. Later zouden ook straatnaamborden aangepast worden. enz enz.

Meer informatie Anjerdag

affiche rhc-eindhoven.nl