Ewout Cassee 

verzetsman in Eindhoven

foto familie Cassee

Hans was zelf nog kind tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij kreeg slechts flarden mee van wat zijn ouders uitspookten. Ook na de bevrijding werd er nauwelijks over gesproken. “Ik denk dat er in de oorlog misschien dingen zijn gebeurd die ze liever afsloten aan het einde van de oorlog”, blikt hij terug in 2025.
bron https://studio040.nl/nieuws/artikel/onderduikers-eindhoven 

Ewout Cassee, verzetsman in Eindhoven

Ewout Cassee was 29 jaar oud toen de Duitse bezetting begon. Hij trouwde in juli 1937 met de 21-jarige Elizabeth A. de Jonge.

In 1934 werkte hij als laboratoriumassistent volgens de Eindhovense adresgids. In 1940 was hij werkzaam bij de E.T.F. Ontwerpgroep van Philips. Op deze afdeling werkten ook zijn latere medeverzetsmannen J. Strop en Floor Kuylman.

Op dezelfde afdeling waren ook Dr. Ir. N. A. J. Voorhoeve, F. H. de Jong en de in concentratiekamp gevangenschap omgekomen Jan van Buuren werkzaam. Het is onduidelijk in hoeverre Cassee contact met hen had.

Binnen Philips begon men al in het voorjaar van 1940 met het inzamelen van geld voor de vrouwen en kinderen van uitgeweken marechaussees. Zij kregen namelijk geen uitkering, wat als onterecht werd ervaren. "Mijn ouders deden daaraan mee," verklaart de 86-jarige zoon Hans. "Zo zijn ze erin gerold."
Bij Philips was er het Verjaardagsfonds. Dit specifieke Philips fonds groeide tijdens de bezetting. Daarnaast ontstond het landelijke N.S.F. (Nationale Steun Fonds). De giften evolueerden naar maandelijkse uitkeringen. Adressen van de begunstigden werden verzameld via contacten bij Philips, de gemeente en de marechaussee.

Ewout was al vroeg in de bezettingsperiode actief, samen met Pentermann, die ook bij Philips werkte. Cassee kende J. A. G. Pentermann al uit 1934, toen ze huisgenoten waren bij een hospita.
Volgens Engelandvaarder Jan Vilijn in 1942 had Pentermann "vaak illegale blaadjes, onder andere 'Vrij Nederland', die hij verspreidde." Vilijn verklaarde verder dat "Penterman erg fanatiek" was en dat "ook Cassee illegale krantjes en vlugschriften verspreidde."
Ewout Cassee zal nadien ook artikelen gaan schrijven voor 'Vrij Nederland'.

Jan Vilijn verklaarde ook dat hij tijdens zijn werk op het distributiekantoor had geholpen met het 'verdonkeremanen' van persoonsbewijzen voor Joodse vluchtelingen en mensen die door de politie gezocht werden. Zijn tussenpersoon voor deze materialen was meneer E. Cassee, kantoorbediende bij Philips. "Hem kende ik weer via Penterman."

Foto uit 1928-1933 vlnr: Eva, Margot, Jacob, Erna, Jacob Curt und Eva Eisner (Foto prive: Familie Eisner)

De familie Cassee: een veilige haven in oorlogstijd 

Het Joodse echtpaar Jacob Curt Eisner (28-04-1890, Zaborne) en zijn echtgenote Erna Grünthal (13-11-1897, Breslau) vluchtte in 1936 uit nazi-Duitsland naar Den Haag. Vanaf 1942 zaten zij ruim twee jaar ondergedoken op de bovenverdieping bij de familie Cassee op de Bredalaan 53 in Eindhoven. Ook andere leden van de familie Eisner vonden onderdak in Eindhoven.
Hans vertelt later: “Ik heb nog vage herinneringen aan een mevrouw en meneer die boven woonden. Die heetten Eisner. En die man kon heel goed tekenen. En wat mij bijgebleven is, is dat hij heel vaak paarden tekende.” “Die tekeningen liet ik aan mijn vriendjes zien. En dan zei ik erbij: ‘Die worden door mijn oom gemaakt die boven woont.’ Tot mijn ouders dat te horen kregen en mij dat verboden om  nog langer met die tekeningen rond te lopen.” Het echtpaar Eisner zouden niet betrapt worden en de oorlog overleven. "Na de oorlog kregen we met Sinterklaas altijd cadeautjes uit Den Haag." vertelt Hans.

Een AI visualisatie van het verhaal.

Pistool in een handtasje: Elizabeths gewaagde missie

Ook de moeder van Hans, Elizabeth A. de Jonge, kwam in actie na de arrestatie van een lid van de verzetsgroep waartoe zij zelf behoorde. Omdat de groep een huiszoeking bij de gearresteerde man verwachtte, werd Elizabeth naar zijn huis gestuurd. Met een smoes moest ze het pistool van de man ophalen bij zijn vrouw, die van niets wist. Ze had alleen een klein handtasje bij zich, dat te klein bleek voor het wapen. De hele weg naar huis was ze doodsbang dat iedereen het uitstekende pistool zou zien zitten.

Zoo leest U de gasmeter af, raadgevingen voor de huisvrouw van het plaatselijk gasbedrijf, 01-01-1941 - 01-01-1942
Bron: https://www.rhc-eindhoven.nl

Het saboteren van gasmeters

Hans, de zoon van Ewout Cassee, herinnert zich dat hij na de oorlog speelde met een vreemde ijzeren draad. Zijn vader vertelde later dat hij die draad en een speciale tang nodig had gehad om gasmeters te verzegelen tijdens de bezetting.

Het verbruik van gas moest worden gemanipuleerd, omdat een plotselinge stijging kon verraden dat er onderduikers in huis waren. Zoals Hans uitlegt: "Als daar plotseling een stijging in zat, dan was het logisch om te kijken of er onderduikers zaten op dat adres."

De gasmeters werden losgekoppeld en met een stofzuiger teruggedraaid, waarna ze opnieuw werden verzegeld met draad en loden zegels. De materialen hiervoor had Ewout Cassee vermoedelijk gekregen van personeel van het nutsbedrijf.

Bron folder en meer informatie over gasmeters www.noviomagus.nl/Meteropnemer.htm

Gasmeter

In Eindhoven hadden oude woningen, vaak gebouwd vóór 1920, nog een gas- en elektriciteitsmeter die werkte op dubbeltjes of speciale gas-/lichtmunten. Uit een aantal krantenberichten uit het voorjaar van 1937 blijkt dat in Eindhoven stelselmatig gasmeters werden opengebroken om de inhoud te stelen. Vaak ging het om kleine bedragen van 2 tot 3 gulden.

De meeste woningen in Eindhoven zijn na 1920 gebouwd en hadden een teller die maandelijks door een meteropnemer werd afgelezen. Deze opnemer registreerde het energieverbruik van gas en elektriciteit en kwam bij mensen thuis om de meterstand te noteren, eventueel de muntjes te tellen en waar nodig af te rekenen.

Tijdens de bezetting werd het steeds lastiger om voldoende energie te krijgen. Over het bezettingsjaar 1942 schreef Feik Fast in zijn dagboek:

20 januari '42: "Ons gas- en elektriciteitsrantsoen, dat 75% bedraagt van het gebruik van vorig jaar, is precies op nu de periode van 60 dagen om is, zodat we reikhalzend naar de meterman uitzien!"

Februari '42: "Het gas is elke dag van 3-5 uur en van 21-6 uur afgesloten."

26 mei '42: "Ons elektriciteits- en gasrantsoen wordt sterk verlaagd, omdat hun baby Rudi 15 maanden oud is." "In twee maanden mogen we nu maar 17 kWh elektriciteit en 60 m³ gas gebruiken."

Eind oktober '42: "We krijgen voor de eerste maal boete wegens te veel gasgebruik. Niettegenstaande alle bezuiniging zijn we er overheen. We mogen dan ook maar één m³ per dag gebruiken en dat, terwijl we gedwongen zijn twee keer per dag warm te eten en er veel was is voor Rudi."

Politiebureau (rechts op foto en nr. 26 op plattegrond) aan de Grote Berg Eindhoven

Ontsnapping  Floor Kuylman

Een collega en vriend waar Ewout Cassee veel mee samenwerkten was Floor Kuylman. Hij was  waarschijnlijk ook betrokken was bij het radiocontact met Engeland via Philips. Betrokken bij verspreiden van Vrij Nederland. Hij wist veel en kende diverse verzetsmensen in Eindhoven.

Floor werd op een dag opgepakt en meegenomen naar het politiebureau aan de Grote Berg voor verhoor. Hij moest lange tijd wachten in een wachtkamer, met een bewaker. Nadat de bewaker afgelost was, zei Floor tegen die bewaker: 'Dit duurt mij te lang, ik zit hier al een uur. Ik kom morgen wel terug.' De bewaker, die geen opdracht had gehad om specifiek deze verdachte te bewaken, haalde zijn schouders op en Floor wandelde naar buiten. Toen hij de hoek om was van de Kleine Berg, rende hij als een speer naar een vriend en vroeg daar om een fiets, met de opmerking: 'Mijn leven hangt ervan af!' Hij racete de stad uit en hij was net op tijd, want kort na zijn vertrek werden alle uitgaande wegen afgesloten. Hij is toen terechtgekomen bij een boer Labots in Groningen. Hij is later getrouwd met de boerendochter Gerritje Labots. "Dat echtpaar woonde later tegenover ons" vertelt zoon Hans. "Zij waren goede vrienden van mijn ouders."  
Deel van dit verhaal is opgenomen in het boekje "het illegale verzet" uit 1945, echter zonder aan te om welke persoon het ging, p.42 en 43. 

Ons Vrije Nederland: Het verzetsblad komt boven water
Na de bevrijding van Nederland werden schuilnamen ingewisseld voor echte namen. E. Cassee, is tijdelijk de hoofdredacteur van het verzetsblad Ons Vrije Nederland, wordt in de krantenkop van juni 1945 met zijn echte naam vermeld. Dit blad was een voortzetting van het eerdere verzetsblad Geïllustreerd Vrij Nederland. Ook zijn collega van Philips, J. Strop en Limburgse verzetman uit Hoensbroek J.H.J. (Jaq) Sangen, verschenen met hun namen in de openbaarheid in het blad.
Zij onthullen in deze uitgave: "Wij hebben, voor- en nadat onze hoofdredacteur, de heer R. Hagoort (schuilnaam G. Hajema), een functie aanvaardde bij het Militair Gezag, ons blad naar beste weten verzorgd."

Volledig document, 40 pagina's is te lezen bij: https://www.collectiegelderland.nl/vrijheidsmuseum

Bron: Het boekje "Het illegale verzet" uit 1945, p. 41-42.
Tekst: Helaas worden in deze uitgave geen namen genoemd, behalve die van omgekomen verzetsmensen.

De onschuld regelen voor Cassee?

In het verzetsboekje staat een verhaal rondom mensen die actief zijn bij Vrij Nederland, het verhaal gaat als volgt:
" Uit Rotterdam hadden we een groot aantal exemplaren van het ‘Witboek van Mr. Van Kleffens’ besteld. De zending werd in een gesloten kist verpakt en vanuit het westen naar Eindhoven verstuurd, geadresseerd aan onze vriend. Doordat kist- en pakmateriaal langzamerhand schaarser werden, werd deze belangrijke zending echter geopend voordat zij in goede handen kwam. In een oogwenk liepen volksstammen rond met deze felle aanklacht tegen de Duitse overheersing."

De politie kreeg lucht van de zaak en 's avonds werd onze vriend [ Dit kan zijn E. Cassee of J. Strop] door de S.D. in zijn huis gearresteerd. Alles werd minutieus doorzocht, maar ze vonden niets. Dat nam echter niet weg dat hij werd opgesloten. Dit bracht vanzelfsprekend grote consternatie teweeg in de kleine vriendenkring.

Wat nu? Bij de pakken neerzitten of onderduiken mocht in ieder geval niet gebeuren, omdat de moeilijkheden voor de gevangene dan nog veel groter zouden worden.

Via goede relaties werd hem in de cel van het politiebureau meegedeeld dat hij moest zwijgen. 'Alles zou in orde komen.' Als een haas ging een van ons naar het westen en regelde alles met de drukkers. Er waren verschillende telefoongesprekken geweest; deze moesten worden ‘uitgelicht’ om elk spoor naar de goede richting uit te wissen. Verder leek het het beste om tijdens de gevangenschap van onze vriend diezelfde ‘witboeken’ uit te geven. De originele stencils waren meegebracht uit Holland. In snel tempo werden de bladen afgedrukt en in Eindhoven verspreid. Daarbij werden natuurlijk de politie en de S.D. niet vergeten!

De toenmalige chef van de S.D. in Eindhoven, H. Wiegand*  moest nu wel overtuigd zijn dat hij met de arrestatie van onze medewerker op een verkeerd spoor was.

Al zijn onderzoekingen liepen op niets uit, zodat – de hemel zij gedankt – na acht weken van angstige spanning onze vriend bij 'volledig gebrek aan bewijs' weer in vrijheid werd gesteld! 

* [De naam Hans Adelbert Ferdinand Wiegand staat verkeerd gespeld in het verzetsboekje, zonder e, en midden 1943 is hij vertrokken naar Breda, waar hij diverse mensen heeft vermoord]
Wiegand: https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=547910

Eindhovensch dagblad 16-04-1955

Cassee betrokken bij Stichting 1940-1945

Na de oorlog werden er in het hele land collectes van huis tot huis gehouden voor de gezinnen van de ruim 6000 verzetsslachtoffers. In Eindhoven waren veel voormalige verzetsmensen betrokken bij de organisatie van deze acties. De lokale organisatie bestond in 1955 onder meer uit:
E. Cassée, Bredalaan 53 
A.P.L. Welling, Tjalkstraat 29
J. Strop, Anna Pauwlonastraat 34
dr. Spekker, Dr. Schaepmanlaan 10 
J.M.B Jacobs, Kloosterdreef 9  
Dr. Hajo Bruining, Kievitlaan 1 

In 1951 zag het comité er iets anders uit. Toen waren onder meer de volgende personen actief, waaronder een aantal oorlogsweduwen:
Mevr. L.W. F. Aarts (Maria v. den Heuvel) Mecklenburgstr. 62
Mevr. A. v.d. Broek-de Bruijn, Biesterweg 47;
Mevr. Jakob ter Haar, Eckartseweg 362;
Jan Broos, Hagenkampweg 212;
Jacobus den Dulk, Boschdijk 443;
E. Cassee Bredalaan 53, tel. 8379:
A.P.L. Welling, Tjalkstraat 29;
H. Wielenga, Edenstraat 37;
P. v.d. Zwaag, Pasteurlaan 86;
Egbert Wever, Plataanplein 7; 
Geldrop: van Dinther en Pellemans.
Valkenswaard: Swinkels, Maastrichterstraat 13.

Bron artikel 
Eindhovensch dagblad 17-04-1951 
Eindhovensch dagblad 16-04-1955 

De term 'illegaal' is verkeerd

Na de oorlog verschenen in de krant Ons vrije Nederland twee uitgebreide, kritische artikelen onder de titel 'De ondergrondsche werker in bevrijd gebied'. De artikelen bespreken de positie van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland, en uiten zorgen over de oprichting van een bond voor voormalige ondergrondse werkers: de Gemeenschap Oud Illegale Werkers Nederland (G.O.I.W.N.). De auteur van de artikelen uitte zijn twijfels over de intenties van deze nieuwe organisatie en de mogelijke gevolgen ervan.

De hoofdpunten van de kritiek zijn:

Dat deze ondergrondse werkers in het bevrijde gebied tot hun verbazing en teleurstelling vaak aan de kant worden geschoven. Hun expertise wordt genegeerd en ze worden vriendelijk, maar onbehulpzaam behandeld. De auteur uit de zorg dat de mensen die meewerkten met de bezetter nu de dienst uitmaken, terwijl de ondergrondse werkers aan hun lot worden overgelaten.

De onbekende auteur bekritiseert de term 'illegaal' in de naam van de bond, omdat hij het verzet juist als legaal en rechtmatig beschouwt. Het verzet handhaafde volgens hem de Nederlandse wet tegen de Duitse illegaliteit.

De schrijver vreest dat mensen die slechts oppervlakkig betrokken waren ('salon-illegalen') de leiding zullen nemen, terwijl de werkelijke helden, die hun leven riskeerden, bescheiden blijven.

De auteur stelt dat verzet een plicht was, geen avontuur of een manier om carrière te maken. Echte verzetsstrijders moeten daarom geen buitensporige eisen stellen na de oorlog, maar gewaardeerd worden en een plek in de maatschappij krijgen die past bij hun capaciteiten.

De auteur pleit voor een vluchtige, tijdelijke samenwerking om de belangen van de verzetsbeweging te behartigen, maar is tegen een grootschalige, bureaucratische organisatie. Hij waarschuwt de oud-ondergrondse werkers dat ze hun respect kunnen verliezen als ze ongefundeerde aanspraken maken en dringt erop aan dat ze hun vaderland niet schaden met hun nieuwe, bovengrondse werk.

Ons vrije Nederland 15-12-1944, pagina 4 -5 https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000133334
Ons vrije Nederland 05-01-1945, pagina 4 -5 https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000133338

Bronnen

Zoon Hans Cassee, die diverse herinneringen over zijn vader en moeder vertelt aan eindhoven4044.nl
Diverse krantenberichten en tijdschriften via Delpher.nl
 
Verhaal Hans Cassee bij Studio040 https://studio040.nl/nieuws/artikel/onderduikers-eindhoven

Verder lezen:
Ruim 200 onderduikadressen: https://www.eindhoven4044.nl/9/duikadressen.html
Vilijn en Cassee: https://www.eindhoven4044.nl/11/Vilijn.html
Het Verjaardagsfonds: https://eindhoven4044.nl/50/Cor-Gehrels.html

Meer over gasmeters op: https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Vos/Meteropnemer.htm
In Eindhoven was in oude woningen voor 1920 nog een gas en elektriciteit meter op dubbeltjes of gas/lichtmunten werkten. In 1937 blijkt uit een aantal krantenberichten dat in Eindhoven  gasmeters worden opengebroken om de inhoud buit te maken. Vaak gaat het om bedragen van 2 tot 3 gulden. In Eindhoven zijn de meeste woningen na 1920 gebouwd en die hadden een teller, die maandelijks  werden afgelezen door meteropnemer. Deze registreerde het energieverbruik van gas en licht. Deze meteropnemer kwam bij mensen thuis om de meterstand te noteren, eventueel muntjes te tellen en waar nodig af te rekenen.