Ad en Annie van Eerd 

Ad van Eerd, de voormalige aanvoerder van PSV, was niet alleen een sportheld, maar ook een moedige verzetsstrijder. Samen met zijn vrouw Annie van Eerd-Mutsaers hadden ze vanaf half 1942 tot de bevrijding minstens twaalf Joodse onderduikers op zolder van hun huis in de Wenckenbachstraat 45 in Eindhoven.
De eerste opzet van dit verhaal is uit februari 2001, laatste update november 2025
Lees ook: Razzia in Eindhoven tijdens voetbalwedstrijd PSV - Longa 27 februari 1944

Zijn persoonlijke top bereikt Van Eerd in het seizoen '30/'31 als hij in 25 wedstrijden 25 doelpunten maakt. Op 30 november 1930 evenaart Van Eerd het clubrecord; in de thuiswedstrijd tegen De Valk (6-3) scoort hij vijf treffers.

Karaktereigenschappen van Ad van Eerd, nuttig tijdens de WOII

In het standaard werk over PSV "Voor rood-wit gezongen, zijn twee pagina's, gewijd aan Ad van Eerd. Uit dit voetbalverhaal van hem komt al een beeld naar voren van een eigenzinnige en onafhankelijke man met een duidelijke visie. Dit zie je al op jonge leeftijd, wanneer hij probeert zijn eigen voetbalclub op te richten. In plaats van zich zomaar aan te passen, neemt hij het initiatief. Deze onafhankelijke geest komt ook naar voren bij zijn overstap naar PSV: hij is kritisch over de club en besluit pas te verhuizen als hij een baan krijgt bij de Philips fabrieken als elektricien. Later is hij afdelingschef bij de lichtgroep  van Philips.

Zijn gedrevenheid en doorzettingsvermogen zijn duidelijk zichtbaar in zijn rol als voetballer. Ondanks de slechte omstandigheden bij PSV (kleedkamer was werkplaaats met "zand op de vloer" en een "kwakkelende" club), werkt hij zich op tot aanvoerder en wordt een ware leider. Zijn veelzijdigheid op het veld — van rechtsback tot midvoor — laat zien dat hij zich niet laat beperken door een vaste positie, maar zich volledig inzet voor het team. Hij wordt beschreven als een 'klassieke stormram', wat direct zijn robuuste en compromisloze speelstijl weergeeft.

De manier waarop hij de spelers van PSV omvormt tot een hechte eenheid toont zijn leiderschapskwaliteiten en veerkracht. Hij herkent een probleem (gebrek aan saamhorigheid) en neemt, tegen de wil van de voorzitter in, het heft in eigen handen om dit op te lossen. Dit wijst op een sterke wil en het vermogen om de controle te nemen, zelfs in moeilijke situaties. Door het vormen van een team wordt PSV dan ook voor het eerst landskampioen in 1929, volgens Van Eerd

De woorden "stormram" en "De Spijker" passen niet alleen bij zijn voetbalstijl, maar ook bij zijn vastberaden karakter in het verzet. Hij was iemand die, net als op het voetbalveld, recht op zijn doel afging, ongeacht de obstakels.


PSV verhalen op eindhoven4044.nl site:
PSV-razzia-1944
Oorlogshonden keuring 
Arie Voorwinde in verzet en 1e naoorlogse voorzitter van PSV
Jaap Hamming verzetsman (PSV) 
Ton van Anrooy voorzitter PSV 1939

PSV is in 1929 voor de eerste keer kampioen van Nederland. Staand v.l.n.r.: Christ Hoeppe, Joodse trainer Klein Wenting, Ad van Eerd (aanvoerder), Theo Hermens, Gerrit Dekker, Arie van Strien, Kees de Visser, Gerrit Hermans, masseur Ignaz Klein en Jan van den Broek. Gehurkt: Sjef van Run, Kees Leenhouwers, Leo boumans, Driekske Klaassen en Frits van Zeijl.
Ad van Eerd speelde van 1927 tot 1932 bij PSV en droeg de aanvoerdersband van 1928 tot 1932.
In 1929 was hij aanvoerder van het elftal dat de eerste nationale titel in de clubgeschiedenis veroverde.

Ansichtkaart van de winkel Le.bo winkel van familie Leeuw, zij zijn betrokken bij het verzet in Eindhoven.
De familie van Eerd en onderduikers wonen in het huis waar het beddengoed buitenhangt.

Oranje = Familie de Leeuw (de Lebo) Wim Leeuw, Wattstraat 21 schuilnaam = Leeuw
Blauw = Ad van Eerd en Annie van Eerd-Mutsaers: Wenckenbachstraat 45.
Groen = verhaal Piet Bouma Franklinplein 1.
Zwart = woonadres Wolterbeek.
Foto arrestatie Wolterbeek genomen vanuit Wattstraat 38. (zie hieronder).
Diverse verzetsmensen wonen in de omgeving zie namenlijst.

Joodse onderduikers in "Maison Van Eerd".

Van Eerd, in de laatste maanden voor de bevrijding ook actief als blokhoofd van de P.A.N., heeft vanaf 1942 zijn huis aan de Wenckenbachstraat 45 opengesteld als schuilplaats voor minstens twaalf Joodse onderduikers.

De 22-jarige Leo Troostwijk probeerde in augustus 1942 samen met zijn vriend Yosef (Herbert) Lipman (naamvariatie: Josef - Herbert Liffmann) te vluchten, omdat hij niets goeds verwachtte van de Duitsers. De bedoeling was om Engeland of Zwitserland te bereiken en vandaar naar 'Eretz Israel' (het 'Land Israël'). Met een vervalst identiteitsbewijs gingen ze naar Eindhoven, waar schoenmaker H.A. Bos hen tegen forse betaling de Nederlands-Belgische grens over zou brengen. In België ging het echter fout: hun vervolgvervoer kwam niet opdagen. Yosef staakte de vluchtpoging, maar Leo keerde terug naar Eindhoven. Daar ontmoette hij het Eindhovense Joodse echtpaar H. Meerloo en Käthe Meerlo-Brand, wonend Mathildelaan 67. Bij schoenmaker Bos ontmoette hij ook mevrouw van Eerd, die hem meenam naar haar woning.

Annie en Ad van Eerd waren in 1942 al erg actief in het Nederlandse verzet. Bij de familie Van Eerd waren toen al drie Joodse personen ondergedoken. Op Leo's verzoek hielpen zij zijn hele familie over te halen om onder te duiken. Ze regelden plaatsen in Eindhoven voor zijn broer Maurits, schoonzus Puck en hun twee kinderen Loes en Adje. Later kwamen ook Leo's ouders, Arthur en Dora, onderduiken bij de familie Van Eerd. Leo merkte na de oorlog op: "Het is vermeldenswaardig dat een niet-Jood Joden moest overtuigen om onder te duiken!"

Het huis van de familie Van Eerd grensde aan "de Lebo", de winkel en woning van de familie Leeuw, die eveneens bij het verzet betrokken was. Met de andere buren op Wenckenbachstraat 43, de familie Korenman uit Rotterdam, was op zolder een geheime doorgang gemaakt: een ontsnappingsmogelijkheid voor het geval de schuilplaats ontdekt zou worden. 

Samen met zijn eerste vrouw, Annie Mutsaers, heeft Ad van Eerd een belangrijke rol gespeeld in het behoeden van mensen voor deportatie. Naast zijn werk bij Philips en zijn activiteiten als voetbaltrainer, hadden Ad en Annie de dagelijkse zorg voor voldoende eten voor de onderduikers. Er is bijvoorbeeld een verhaal dat hij vis in zijn aktetas van zijn werk meesmokkelde.

Eindhoven was, volgens de onderduikers, het hoofdkantoor. van de onderduik. De zogenaamde 'N.V. reddingsmaatschappij Van Eerd-Mutsaers' (zie p. 26) had bijkantoren in: Amsterdam, Leiden, Maastricht en Zwolle. Deze feiten komen uit een cabaretoptreden dat de onderduikers verzorgden op de verjaardag van Ad, 27 april 1944.
Van Eerd moet contact hebben gehad met verzetsmensen, die extra levensmiddelenbonnen en een financiële vergoeding regelden. Zo is Ad van Eerd, verkleed als politieagent en met valse persoonsbewijzen, naar Amsterdam gegaan om 'Tante Jo' op te halen. Dit is waarschijnlijk Philipina Johanna de Wit-Leviticus, die onderdak vond in de Hoogstraat 185.

De volgende Joodse personen hebben voor langere tijd op hun zolder gewoond en zo bescherming gevonden:
1) De familie Troostwijk: Arthur M. Troostwijk en Dora (Doortje) Troostwijk-van Essen (1883-1952) met hun volwassen getrouwde kinderen: Maurits (1906), Kitty Catherine Jeane (1912) en Leo (1920). Hun zoon Menno en zijn vrouw Ans Hijmans zijn, voordat ze konden onderduiken, gearresteerd en vermoord in Sobibor.

2) Zoon: Maurits Troostwijk (1906-1965) en en schoondochter Theresia (Thérèse (Puck) Judels (1907-2004) en hun dochter Louise Catherina (Loes) (1938 - 2016) Zij zijn later of eerder buiten Eindhoven ondergebracht bij de familie Muys (Muijs).

3) Hun dochter Catherine Jeane (Kitty) Troostwijk (1912-2002) is getrouwd met Kurt Max Mühlfelder (?-1980). Zij duiken tijdelijk bij Van Eerd op de zolder. Vertrekken daarna weer terug naar Kampen, hun dochtertje Marlies is nadien op een andere locatie in Kampen ondergebracht. De naam Mühlfelder (wordt ook gespeld als Muehlfelder, Muehlvelder of Muhlfelder).
De families Mühlfelder en Troostwijk waren bekenden van elkaar, door het huwelijk en kwamen oorspronkelijk uit de omgeving van Zwolle, waar ze ook tijdelijk ondergedoken zijn geweest.

4) Leo Troostwijk (1920)

5) Twee personen (vader en zijn oudste zoon) met de naam Mozes Cohen (1899) en Ernst Cohen (1928). Hun jongste zoontje Daniel (Daan) (1934), toen acht jaar, kon niet bij Van Eerd onderduiken omdat de zolder te vol was. Hij overleefde de bezetting onder andere op adres in Eindhoven namelijk op Goorstraat 5 bij de familie 
P. Schouwstra. De moeder, lerares M.O. Duits en beëdigd vertaalster Sophia Martin Cohen-Leviticus (1907) is ergens anders ondergedoken. Het gehele gezin overleeft de bezetting.

6) Alfred Koopman: Geboren Gangelt, Duitsland 31 maart 1909 Hij was accountant en een kennis van de familie Van Eerd.Na de oorlog in 1948 getrouwd met Amy van Essen, ze krijgen een zoon en dochter. Ze gaan in '48 wonen Petrus Dondersstraat 24.

7) Andre Katz: Geboren 1913 (Waarschijnlijk is de achternaam Katz of Kats ipv Cats)

Naast deze langdurige onderduikers is het mogelijk dat er nog meer mensen tijdelijk onderdak hebben gevonden bij Van Eerd en zijn vrouw. De familie Van Eerd heeft in een aantal andere gevallen geholpen.

Ad en Annie regelden een onderduikadres, via verzetsman Jan Suykerbuyk voor de familie Ruben Braaf (accountant Philips) in het huis van Pieter en Josephina Vogelaar in Nuenen. Jacob Braaf en zijn Zwitserse vrouw R. Guggenheim en hun zoon Ruben (1906) en hun dochter Lea (1910) werkten beiden bij Philips. De volwassen kinderen woonden nog steeds bij hun ouders op het adres Kruisstraat 62. Met behulp van Van Eerd doken zij allen tijdig onder en overleefden de oorlog.

Bemiddelingen door Ad van Eerd liep niet altijd goed af: de weduwe Levie Wegloop-Sassen (1892, Sittard) en haar drie zonen Hyman, Jacob en Mauritz werden opgepakt en zijn vermoord in diverse concentratiekampen.

Ad van Eerd had ook voor Menno Troostwijk en zijn vrouw Annie (Ans) Troostwijk-Hijmans onderduik geregeld, maar zij zijn in 1942 opgepakt en omgekomen in Sobibor.

Het boek PSV tijdens de Tweede Wereldoorlog van Joris Kaper, uitgave 2025 noemt nog een aantal andere namen van onderduikers die tijdelijk of geholpen zijn door Van Eerd.

Lied des onderduikers

Soldatenlaarzen vertrappen
De zwakken met hun geweld,
Onheilspellend klinken hun stappen
Aan hen, wier vonnis werd geveld.

Genadeloos in den dood gedreven,
Beroofd van al wat hen dierbaar was,
De wreedheid ten top verheven,
De dood van het vreemde ras.

Ontwaakt, ten strijd
Voor mens'lijkheid,
Wij zijn bereid,
Voor de nieuwe tijd.

Aan de vijand wisten wij ons te ontrukken,
Met de hulp en het moedig beleid
Van velen die voor bruut geweld niet bukken,
Ons werd door hen een schuilplaats bereid.

Wij leven thans in het duister,
Verdreven zijn wij van de straat,
Eens verbreken ook wij onze kluister
Als voor ons weer de zon opgaat.

Ons wacht ten strijd
Voor menschelijkheid,
Wij zijn bereid,
Voor de nieuwe tijd.

Wij duikers, wij hopen en smachten
Naar de dag die eens komen gaat,
Reeds jaren en maanden wij wachten,
dat de tiran van zijn voetstuk slaat,

Dat weer vrijheid zal zijn gegeven
Elk redelijk mensch op aard,
Waarvoor millioenen thans sneven,
In onvrijheid heeft 't leven geen waard'!

Ontwaakt, ten strijd
Voor menschlijkheid,
Wij zijn bereid,
Voor de nieuwe tijd.

R.K.

De hoogtezon werd in de jaren dertig door Philips op de markt gebracht onder de naam "Biosol". De onderduikers bij Van Eerd hadden er een ter beschikking.

"Maison Van Eerd".

De onderduikers noemden hun tijdelijke onderkomen "Maison Van Eerd". In een cabaretstuk noemen de onderduikers een aantal "voordelen" van de onderduik bij de familie Van Eerd.

Ze roemen de "gerenommeerde keuken met vleeschwaren van Leudsen, Vught." De verklaring hiervoor is dat Ad van Eerd tijdens de bezetting voetbaltrainer was bij voetbalclub Zwaluw in Vught. Een familielid, J. van Eerd, was daar voorzitter en had goede contacten met slager Leudsen.

Verder noemen ze "stromend koud en warm water", "elektrische verwarming", de noodzakelijke "privé emmer" en "geen telefoon". Er is een "eigen medische dienst", waarbij speciaal de "hoogtezoninstallatie" en "tandheelkundige bijstand" worden genoemd, plus een "knip- en scheersalon".

Ze noemen ook "politiebewaking"; waarschijnlijk werd hiermee bedoeld dat ze gewaarschuwd werden bij een eventuele inval. Er was een "vluchtluik naar de buren", dat ze een "veiligheidsklep" noemen. Ze sliepen in "lig- en hangmatten" en hadden een "bid- en rouwkamer".

Ook is er een "studeervertrek met bibliotheek" en waarschijnlijk een radio, wat slaat op de genoemde "eigen internationale berichtendienst".

De conclusie van de opsomming luidt: "Deze mooiste, prettigste en beste onderduik des lands is: „ MAISON VAN EERD “".
Zie paginanummer 60  

Op 27 april 1944 werd op de zolder van de familie Van Eerd een toneeluitvoering gegeven. Deze speciale voorstelling, met voordrachten, zang en dans, was ter ere van de verjaardag van Ad van Eerd. 
Dit is Adriaan. Aan 't begin van z'n voetballoopbaan

Voorkant van boekwerk, met wol bijeengehouden.


Meer pagina's van dit optreden  https://www.eindhoven4044.nl/11/maison-van-eerd.html

De eerste 17 pagina's zijn omgezet in tekst, nog zo'n 40 pagina te gaan...!!!
Openingslied. Hier is een groepje onderduikers...

Hier is een groepje onderduikers
Met een aardig, vroolijk cabaret.

Wij leveren dan de gebruikers,
Ernst en luim en soms ook dolle pret.
Op de jaardag van Ad,
Voor een ieder wat;
Voor oor en oog,
Samenspraak en monoloog,
Dans en zang neemt een aanvang,
Spits Uw oor, dan gaat er niets teloor.
LT. = Louise Troostwijk

wijze: Wir Fahren (Een opvallende keuze, Duits matrozenlied)
...Daar het naar alle waarschijnlijkheid de laatste maal zal wezen, dat wij, als onderduikers, dezen dag onder Uw gastvrij dak zullen vieren...

Het was een lange, zware wachttijd van ruim vier maanden tot de bevrijding van Eindhoven op 18 september 1944 eindelijk kwam.

Op 18 september 1944 werden in Woensel-West twee personen gearresteerd door het lokale P.A.N.-team. Een van hen was Adrianus Wolterbeek, een NSB'er en SD-agent die in de Wattstraat woonde. Hij is te herkennen als de man met zijn handen in de lucht op de foto.

Links van hem, zonder helm maar met een witte band, loopt Ad van Eerd, de leider van het P.A.N.-wijkteam. Van Eerd was vóór de oorlog een bekende figuur als aanvoerder van PSV, waar hij de bijnaam "De Spijker" droeg. Tijdens de oorlog gebruikte hij de schuilnaam "De Greef". Zijn voetbalcarrière bij PSV duurde van 1927 tot 1932, en hij was aanvoerder van het team van 1928 tot 1932.

De foto is genomen vanuit het bovenraam van Wattstraat 38 in Eindhoven.
Van Eerd is de man rechts op de foto, in pak en met een witte band om zijn vooruitgestrekte arm.

Arrestatie 

Op 18 september 1944 voerde het lokale team van de Partizanen Actie Nederland (P.A.N.) in Woensel-West een gedurfde arrestatie uit, waarbij geschoten is. Een van de gearresteerden was Adrianus Wolterbeek, een beruchte NSB'er, 'jodenjager' en SD-agent die op Wattstraat 4 woonde.

Wolterbeek was al in 1933 lid geworden van de NSB en had gewerkt op de vliegbases Soesterberg en Welschap. In 1942 trad hij in dienst bij de SD, eerst als chauffeur van het Eindhovense SD-hoofd Wilhelm Weber, later als zelfstandig 'joden- en onderduikersrechercheur'. Hij verrijkte zich met in beslag genomen bezittingen en liet een spoor van verraad, dood en verdriet achter, zelfs binnen zijn eigen gezin. De arrestatie vond plaats bij zijn woonhuis, waar hij zich verborgen hield. Diverse schoten op zijn huis waren nodig voordat hij zich overgaf en afgevoerd werd, zoals te zien is op de foto.

De Rol van de Familie Leeuw in het Verzet
De familie Leeuw was ook actief betrokken bij het verzet in Woensel. Leendert Leeuw belandde echter, dankzij Wolterbeek, op de SD-afdeling van het hoofdbureau van politie. Dit veroorzaakte grote paniek binnen de familie, die vreesde dat de Duitsers zouden ontdekken wie ze gevangen hadden genomen. Ook Dirk Leeuw, Wim Leeuwe en D. Priemus (Juliusstraat 36) waren actief in het verzet. Priemus trouwde in 1945 met Ada Leeuw, die bij haar ouders op Wattstraat 21 woonde. De verzetslijst met 400 namen toont aan dat meer mensen uit de Wattstraat en omgeving actief waren in verzet, of ze elkaar kenden is onbekend.

In Woensel waren diverse groepen actief, zoals de P.A.N. en GUST.

Hetgeen in zijn buurt gebeurde en waarbij Ad een rol speelde, staat beschreven in het dagboek van Piet Bouma op deze website. 

Piet Bouma schrijft over maandag 18 Sept.'44 o.a." 1e. Het eerste verschijnen van partizanen op straat! Kenbaar aan een witte band; bestemd om de Tommies op alle mogelijke manieren behulpzaam te zijn, om de orde te handhaven, en om de resterende NSB’ers op te sluiten. Sommige hadden geweren, de meeste helmen (van de luchtbescherming), en één een reusachtige kromme sabel!

2e. Het opbrengen van de NSB’ers. Ze gingen er telkens een halen, en brachten hem weg, aan beide zijden partizanen, en er achter eentje met een geweer. Andere partizanen hielden het volk op een afstand, opdat ze hem onbeschadigd af konden leveren. (De meeste toeschouwers waren de mening toegedaan, dat een lichte beschadiging geen kwaad zou kunnen doen). Het slachtoffer zelf moest zijn handen achter zijn hoofd gevouwen houden. Bij minder bekende en beruchte exemplaren bepaalde de menigte zich ertoe, hem en masse te vergezellen, hen op een honend hoera-geroep of applaus te onthalen, en, toen de stemming steeg, hen met toepasselijke liedjes toe te zingen, in de geest van: “Oranje boven”, “Dat gaat naar Den Bosch toe”, en “zo gaat Jantje naar de bliksem toe”. Maar bij de ergste individuen, de spionnen en aanbrengers in dienst der Duitsers, daverden de scheldwoorden door de straten, en moesten de partizanen een heel cordon vormen en schoten in de lucht lossen om de woedende menigte op een afstand te houden. De ergste [Adrianus Wolterbeek], die persoonlijk tientallen mensenlevens op zijn geweten had, wou zich eerst niet laten arresteren en had zich op de vliering verschanst. Pas toen de partizanen door de ramen begonnen te schieten (waarbij één hunner nog door een onhandige kameraad in de arm geschoten werd!) gaf het heer zich over. De vrouwen werden niet meegenomen, maar één der individuen trachtte medelijden op te wekken, door zijn vrouw en drie kleine huilende kinderen mee te nemen. Het publiek reageerde op de juiste wijze: het medelijden bepaalde zich uitsluitend tot de kinderen, en de man werd nog erger verfoeid, omdat hij dit zijn kinderen aandeed."


Hoewel er weinig over zijn verzetswerk bij de P.A.N. is vastgelegd, speelde Ad van Eerd ontegenzeglijk een cruciale rol in de laatste maanden van de oorlog en tijdens de bevrijding van Eindhoven. Zijn actieve betrokkenheid bij het wijkteam Woensel-West tijdens de bevrijding op 18 september 1944 en de daaropvolgende dagen onderstreept zijn moed en toewijding aan het verzet. Maar het is toch vooral het aanbieden van een onderduikadres en de daarbij behorende zorgen, zoals voedsel en veiligheid garanderen, die alle eer moeten krijgen.

Voor zijn verrichtingen in de Tweede Wereldoorlog werd hij terecht onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis 1940-1945.

Op 5 november 1972 ontvingen hij en zijn toenmalige vrouw de Yad Vashem-onderscheiding voor hulp aan Joden. Zijn eerste vrouw Anna van Eerd-Mutsaers heeft deze onderscheiding ook ontvangen, al was zij niet aanwezig bij de plechtigheid.

Ad van Eerd (Vught, 27 april 1901 – Den Bosch, 22 augustus 1990) Adrianus Petrus Franciscus van Eerd
Anna Mutsaers ( Maria Anna Mutsaers, geboren in 's-Hertogenbosch 21 september 1907 - ?)
Ze zijn op 27 december 1929 getrouwd en zijn op 17 juni 1959 gescheiden.

Ad van Eerd tijdens Yad Vashem-onderscheiding 5 november 1972.
© foto Yad Vashem

PSV In 1932
Zittend: Hunting, Van Run, De Visser, P. Van Eerd, Van Zeijl En Paulissen.
Staand: Van Den Broek, Boumans, Oomens, Hermens En Hermans.

Een portretcartoon van Ad van Eerd in Eindhovensch dagblad 1929

Ad van Eerd, voetballer en aanvoerder van PSV, scoorde een doelpunt in de wedstrijd tegen Velocitas. PSV behaalde een overtuigende overwinning met een eindstand van 9-1.

PSV behaalde in 1929 zijn eerste landstitel, een mijlpaal in de clubgeschiedenis.

In 1932 bracht de Zaandamse theehandel Ter Wee een unieke serie voetbalplaatjes uit met zwart-wit portretfoto's van Nederlandse spelers. Deze serie, zonder bijbehorend album, omvat naar schatting 108 verschillende voetballers, waaronder Ad van Eerd. De plaatjes hebben een afmeting van 3,5 x 7 cm.

Een andere belangrijke speler in de vroege sportplaatjeswereld was de "Victoria" Egyptische Cigaretten Verkoop Maatschappij uit Rotterdam. Als prominente sponsor van sportwedstrijden vóór de Tweede Wereldoorlog, waren zij pioniers in het uitgeven van sportplaatjes, waarmee ze de weg vrijmaakten voor de latere populariteit van Panini-plaatjes.

Bronnen:
https://www.joodszwolle.nl/troostwijk-van-essen/

Ghetto Fighters House Archive

PSV tijdens de Tweede Wereldoorlog door Joris Kaper
Uitgave 2025, pagina's 256,
ISBN 9789464565096,
Prijs € 24,99

Diverse privé aangeleverde gegevens.

Boek: Voor rood-wit gezongen
Hoofdauteur: Frans van den Nieuwenhof
Tweede Auteur: Marion Abendoor  
Aantal pagina's 514, met illustraties
Hoofduitgeverij PSV
EAN 9789090160283
Hierin zijn twee pagina's, 108-109 gewijd aan Ad van Eerd.