Dr. J.F.H. (Jan) Custers was L.O. leider in Eindhoven en tijdens de bevrijding de commandant van Gestel, zijn schuilnaam was Paulus.
Gevraagd voor het tribunaal voor bijzondere rechtspleging en medeoprichter 'Landelijk Herstel' de latere stichting 40-45
Medeontdekker van de synthetische diamanten.
Verhuisd naar Zuid-Afrika.
Jan Custers was een katholiek man, zoals velen in die jaren in Brabant. Hij was ook een man van principes. Zijn stelling luidde: Een principieel katholiek kan geen lid zijn van de NSB en wijst dus het gehele Duitse nationaalsocialisme af. Zijn latere schuilnaam Paulus past geheel binnen de katholieke traditie. Hij werd geboren op 3 april 1904 in Stratum en trouwde op 31 december 1931 met Helena Johanna Hillebranda Beekman. Samen kregen zij drie zoons en twee dochters.
Voor hem was het van groot belang dat de bisschoppen in 1934 het lidmaatschap van de NSB voor katholieken hadden verboden; later werden ook de sacramenten voor NSB'ers ontzegd. In 1937 verscheen de encycliek "Mit brennender Sorge" van Pius XI. In dit schrijven worden het systematische nationaalsocialisme en racisme duidelijk veroordeeld. Tevens wordt de totalitaire staat afgewezen wanneer deze zich boven de principes van het natuurrecht en de juiste moraal stelt en zich als een absolute wetgever opwerpt.
Hoewel zijn ouders reeds waren overleden, wezen ook zijn zeven broers het nationaalsocialisme scherp af. Zij stimuleerden Jan in zekere mate in zijn illegale werk, al woonden zij buiten Eindhoven en was er weinig onderling contact. Geleidelijk raakte hij actief betrokken bij het verzet. Hij merkte de eerste tekenen van verzet op bij kapelaan Clemens Zigenhorn in zijn parochie Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand aan de Broekseweg 1. Jan Custers was zelf eveneens kerkelijk actief binnen deze parochie. Verder was er in die tijd nog weinig sprake van georganiseerd verzet, behalve bij het Philips NatLab. Daar werd voor verschillende doeleinden geld ingezameld, onder meer door Cor Gehrels via het zogeheten verjaardagsfonds om achtergebleven vrouwen en kinderen te ondersteunen.
Kapelaan Clemens Zigenhorn
Dit verhaal staat ook bij https://www.eindhoven4044.nl/9/kerken-verzet.html
Kapelaan Clemens Zigenhorn was werkzaam bij de kerk Heilige Hart en de daarbij behorende parochie: “ Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand” aan de Broekseweg in Eindhoven.
Clemens was voor de oorlog al actief in de mannelijke jeugdbeweging.
De Katholieke Actie (K.A.) trachtte tijdens de bezetting vooral de denkbeelden van gelovigen te behoeden voor de (morele) gevaren van het nationaalsocialisme. De opgeheven katholieke organisaties werden in 1941/1942 onder K.A.-dekmantel voortgezet. Vooral degenen die in Duitsland werkten werden als kwetsbaar beschouwd. De werkwilligen moesten worden overgehaald hun werk daar op te geven. Hetzelfde gold voor de dwangarbeiders. Tijdens verlofdagen moesten ze worden aangespoord niet meer terug te keren. Dergelijke werkzaamheden brachten menig K.A.-propagandist en instructeur op het pad van de illegaliteit. De Katholieke Actie stuurde aan jongens die gedwongen in Duitsland werkten, pakjes met levensmiddelen en brieven. Kapelaan C. Zigenhorn en Jan Custers kwamen steeds meer tot het besluit, dat wij ze helemaal niet moesten laten gaan. Die jongens moesten geholpen worden bij het vinden van een onderduikadres.
Kapelaan Clemens Zigenhorn was in 1942 al zijdelings betrokken bij hulp aan piloten, in samenwerking met mevrouw J.H. van der Holst-de Groot, de echtgenote van Ad van der Holst, de latere LO-leider in Eindhoven. Volgens Custers deinsde kapelaan Zigenhorn nergens voor terug; hij transporteerde bonkaarten en raakte steeds nauwer betrokken bij pilotentransporten. Custers, Zigenhorn en Van der Holst besloten bovendien contact te zoeken met Limburg (onder anderen met kapelaan Naus), omdat zij wisten dat het illegale werk daar al in volle gang was.
Pastoor dr. Lambert de Gruyter was op de hoogte van het werk van Zigenhorn en Custers. In zijn pastorie deed de SD'er Weber nog een inval, maar de Sicherheitsdienst vond niets. De pastoor had namelijk een grote radio onder de parketvloer verborgen. De geestelijken en Jan Custers luisterden vaak naar de Engelse zender terwijl zij languit op de vloer lagen, nadat er enkele vloerplanken waren gedemonteerd. Jan Custers had tevens een schuilplaats in de kerk gevonden voor de administratie van de onderduikers. Toen hij de leiding van de Eindhovense L.O. overnam, werden alle gegevens bewaard in een hoge kandelaber op het priesterkoor van de Heilig Hartkerk.
Kapelaan Clemens Zigenhorn en pastoor dr. L. de Gruyter van de Gestelse parochie Heilig Hart werkten samen met Harry Aarts, een politierechercheur die betrokken was bij uiteenlopende verzetsactiviteiten, zoals het regelen van onderdak, het waarschuwen van mensen, het verspreiden van bonkaarten en het helpen van piloten. De L.O. Eindhoven ontving financiële steun van Mgr. Mutsaerts: eerst 5.000 gulden en later nog eens duizend gulden.
Onder in de kandelaar van de Heilig Hart kerk in Eindhoven, was het archief van de LO. Een van de schuilplaats voor de bescheiden van J. Custers. De kandelaar stond op het priesterkoor van de kerk.
In juli 1943 vond een zogenaamde Dag van Gebedsgemeenschap plaats op het Sint-Josephdal in Nuenen, in het kader van de Katholieke Actie. Hier kreeg Jan Custers van Max Laurey (Lakerstraat 8, Eindhoven) namens Piet Goede het verzoek om mee te werken aan de hulp aan onderduikers. Zodoende begon de organisatie in Eindhoven op eigen benen te draaien, maar het had niet veel gescheeld of er was permanent met Limburg samengewerkt. Overigens onderhielden met name kapelaan Zigenhorn (schuilcode A8), A. van der Holst (A1) en Jan Custers (A5) voortdurend nauw contact met kapelaan Kapelaan Naus, Pater Bleijs (Bleys), Jan Pennings alias Ambrosius, Kapelaan Janssen uit Horn en de secretaris van de bisschop van Roermond: mgr. drs. L. Moonen (alias Ome Leo) en anderen.
Er werd begonnen met het vervalsen van persoonsbewijzen (PB's), het terughalen van geblokkeerde stamkaarten via de zogeheten roze briefjes en het huisvesten van onderduikers. Vanaf begin augustus 1943 werd er al in een groter organisatorisch verband gewerkt. Al eerder was er samen met Zigenhorn, Holst en Jan Clement individueel illegaal werk verricht. Custers vertelde later dat hij eenmaal een piloot heeft getransporteerd, maar dat werk werd hem afgeraden. Op aandringen van kapelaan Zigenhorn, die hem wees op het feit dat hij een vrouw en vier kinderen had, beperkte hij zich tot het onderduikerswerk en zag hij af van verdere pilotentransporten.
Philips
Jan Custers bleef gedurende de bezettingsjaren aanwezig op het Natuurkundig Lab (NatLab) van N.V. Philips; hij vond het raadzaam om de schijn van een normaal leven op te houden. Wel was hij regelmatig afwezig om zogeheten boodschappen te doen voor het verzet. Van reguliere werkzaamheden was vanaf december 1943 geen sprake meer. Vanaf januari 1944 kon hij vrijwel niets meer voor Philips betekenen en fungeerde zijn werkkamer feitelijk als een illegaal hoofdkwartier, hij spreekt zelf van een "illegaal hol". Zijn verzetswerk was vanaf december 1943 een volledige dagtaak geworden.
Custers bezat geen vals persoonsbewijs (PB); dat wilde hij niet en het was naar zijn overtuiging ook niet nodig. Mede hierdoor kwam hij diverse controles ongeschonden door. Vanwege zijn aanstelling bij Philips had hij bovendien een vrijstelling voor de arbeidsinzet. In een interview vertelde hij later dat hij juist had moeten onderduiken als hij wel valse papieren had bezeten. Voor de veiligheid had hij afspraken gemaakt met drie vrienden om in geval van nood — bijvoorbeeld wanneer een van hen gezocht werd — van woning te wisselen. Deze drie vrienden waren kapelaan Zigenhorn (Ploegstraat 1), de heer A. van der Holst (Edenstraat 39) en Custers zelf (Guido Gezellestraat 27). In de praktijk is dit plan nooit uitgevoerd. Toen de familie Van der Holst uiteindelijk moest onderduiken, weken zij uit naar de Sperwerlaan 3D.
Er waren bij vlagen levensgevaarlijke momenten, zoals wanneer de Gestapo een inval deed in de woning van de familie Van der Holst. Het signalement en het woonadres van Van der Holst waren bij de SD bekend geworden doordat zij een koerier hadden gearresteerd.
Zijn originele persoonsbewijs was nodig in de volgende situaties:
1) Tijdens een razzia op de Keizersgracht in Eindhoven, bedoeld om mannen op te pakken voor verplichte arbeid aan de kuststroken in Zeeland. De Duitsers namen op dat moment zijn persoonsbewijs in beslag. Hij droeg toen circa 12.000 gulden en 300 bonkaarten bij zich, wat hij later omschreef als "onder de sok". Diezelfde avond kreeg hij zijn persoonsbewijs alweer terug.
2) Bij een controle bij de spoorwegovergang op de Hoogstraat in Eindhoven werd hij door een landwachter gedwongen zich te legitimeren. Hij droeg op dat moment geen bezwarende documenten of goederen bij zich.
3) In de trein van Eindhoven naar 's-Hertogenbosch in augustus 1944, terwijl hij een radiotoestel vervoerde voor mgr. Mutsaerts, de bisschop van Den Bosch. Hij had dit toestel onder de zitbank weggewerkt. De controle werd uitgevoerd door de Duitse SD in burger, die zich legitimeerde met een penning.
4) In de Sint-Trudostraat in Eindhoven, toen hij terugkwam van een illegale bijeenkomst die in diezelfde straat had plaatsgevonden. Hier werd hij gecontroleerd door de Grüne Polizei.
Start van LO in Eindhoven en Steun aan onderduikers
Samen met Piet Goede (Heezerweg 209), Max Laurey (Lakerstraat 8), Leo Verdijk, Kees van Leeuwen, Jacques Hermans, mejuffrouw Jansen en Jos Buskens werd de L.O.-organisatie in Eindhoven gestart en opgebouwd. Voor zover bekend bestond er in de stad op dat moment nog geen vergelijkbare organisatie.
Aanvankelijk werd in de periode van september tot december 1943 een vergoeding van de onderduikers gevraagd: vijf gulden voor een vals persoonsbewijs en twee gulden vijftig voor bonnen. Dankzij donaties, opbrengsten uit collectes, bijdragen van kerkelijke instellingen en met name de steun van het Nationaal Steunfonds (N.S.F.) was een dergelijke bijdrage echter al vrij snel niet meer nodig.
Medewerkers
Jan Custers werkte in organisatorisch verband nauw samen met anderen. Zijn vriend Jan Clement, werkzaam bij het Gewestelijk Arbeidsbureau, spoorde hem aan en werkte mee aan het verzorgen van valse stempels en papieren. Daarnaast bestond de kern van de organisatie uit sleutelfiguren voor de verschillende stadsgedeelten en een administratieve medewerkster, die tot december 1943 aan de groep verbonden bleef. Iedereen stuurde zijn eigen medewerkers aan. Voor Custers waren dit onder anderen:
1 -2 ) Albert Karsmakers (Hoogstraat 238) en A. Wouters (Gestel). Beiden waren uitstekende krachten die gedurende de gehele periode tot aan de bevrijding actief bleven.
3) Jan Jonkers (Willem de Zwijgerstraat 49). Een zeer bekwame kracht die tijdens Vastenavond 1944 moest onderduiken nadat de Gestapo zijn woning had doorzocht.
4) J. Dronkelaar (Willem de Zwijgerstraat 6). Hij sloot zich in een later stadium aan en bleef actief tot de bevrijding.
Daarnaast waren er diverse medewerkers met wie hij minder direct, maar wel zeer intensief samenwerkte:
5) Nico Werter (Julianastraat 45). Hij was een cruciaal contactpersoon bij het distributiekantoor (DK).
6) Zuster Manfrida (Kleine Berg 48). Zij werkte voor de wijkverpleging van het Wit-Gele Kruis en was van Duitse geboorte. Als uitstekende kracht hielp zij veel minderbedeelden aan textiel.
7) Jan Six (Pauwlaan 38). Hij was als koerier bij de groep betrokken.
8) Kapelaan Zigenhorn (code A8). Hij was zeer actief, transporteerde bonkaarten en verleende hulp bij pilotentransporten.
9) Bart van Weert (Hoogstraat 257). Hij zette zich in als koerier.
10) Koosje van der Vloed (Binnewiertzstraat 8). Een zeer bekwame koerierster.
11). Onno Rinzema (Venstraat 77). Hij was voornamelijk werkzaam in Strijp en bewees de organisatie vele goede diensten. Custers omschreef hem als een man met sterke principes voor wie hij veel hoogachting had.
12) De koerierscentrale onder leiding van Hein Wielenga (Nieuwstraat 13a).
Vergaderingen.
In de beginfase werd er veel vergaderd in het R.K. Binnenziekenhuis, dat vanwege de vele ingangen een veilige locatie bood. Later vonden de bijeenkomsten op wisselende plekken plaats, waaronder bij de arbeidersfamilie De Wit aan de Versantvoortstraat 20, bij de heer Douma aan de Boschdijk 476 en dikwijls bij Jan Custers thuis.
Daarnaast werd er vergaderd aan de Willemstraat 26 en bij Jos Buskens aan de Woenselse Markt 9. Later week men mogelijk uit naar Hemelrijken 218, vooral nadat Jos Buskens was ondergedoken bij zijn vriendin vanwege zijn weigering om voor de bezetter in Zeeland te gaan werken. Een enkele maal kwam men samen in het Willibrordushuis in de Heilig Hartparochie aan de Edenstraat, bij Koos van Leeuwen aan de Floralaan 208 of bij Welling in de Tjalkstraat.
Voor zijn papieren had Custers een schuilplaats in de wc, in een afschermkast bij de afvoerpijp van de badkamer (zoals te zien op de foto). Ook was er ruimte achter een kastenwand bij de haard. Tenslotte had hij een schuilplaats voor zichzelf ingericht boven de schuifdeuren van de benedenetage. Deze was bereikbaar via een luik in een hangkast op de slaapkamer op de eerste verdieping. Custers richtte deze plek in nadat een collega, Dr. Bruining, op een vergelijkbare wijze aan de greep van de Duitse gendarmerie was ontsnapt.
Eén der eerste vergaderplaatsen der L.O. op een zolderkamer in de Willemstraat 26.
Foto technische Dienst N.V. Philips/ https://beeldbankwo2.nl
De huiskamer van een spoorwegarbeider, wiens zoon door de L.O. was geholpen, werd aangehouden als vergaderplaats, als tegenprestatie.
Foto technische Dienst N.V. Philips/ https://beeldbankwo2.nl
Bonkaarten.
Aanvankelijk telde het rayon van Jan Custers (Gestel en het centrum) een tiental onderduikers, maar dit aantal liep op tot ongeveer 180. Aan het eind van de bezetting werden er in de gehele stad ruim 3.200 personen verzorgd. Dit kwam doordat ook andere organisaties, waaronder de groep-Kuiper, de groep van mevrouw van Bruggen en de groep-Eddy de Vries, van bonnen werden voorzien; zij hadden gezamenlijk ongeveer 1.200 stuks nodig.
Tijdens een reüniebijeenkomst vertelde Custers hierover: "Wij kregen, vooral in de latere periode, iedere maand een kleine duizend bonkaarten van het distributiekantoor. Deze werden door Nico Werter op valse inlegvellen geproduceerd. Daarmee dekten wij de helft van wat wij als district L.O. nodig hadden. Na de komst van de tweede stamkaart hebben wij, op advies van Aart van Wijk, , andere groepen onder onze vleugels genomen. Zo verzorgden wij onder meer de kaarten voor Eddy Verkaik, 200 kaarten voor mevrouw Verbruggen en 150 voor Kuiper. In totaal beschikten wij over 3.200 kaarten voor onze eigen groepen, die op de meest verstandige wijze via de inlegvelletjes werden verkregen. Iedere maand hadden wij het stel compleet; de rest kregen wij via onze vriend Hein Wielinga".
Door Custers werden grote hoeveelheden documenten verspreid: honderden persoonsbewijzen en controlezegels, circa 200 Ausweisen van het Gewestelijk Arbeidsbureau, ongeveer 100 bewijzen om de distributiestamkaart (DSK) terug te krijgen en meer dan 1.000 tewerkstellingskaarten voor Philips. Deze laatste waren afkomstig van de Falsificatie Centrale (FC) in Nijmegen.
De documenten waren deels origineel en deels vervalst. Veel vervalsingen voor Eindhoven werden vervaardigd door Anton Vingerhoets op het Röntgenlaboratorium van Philips. De stempels werden geleverd door P.D. Steenken van het stempelhuis. Ook A. de Steussy (Vriesstraat 42, Woensel) speelde een rol bij de beschikbaarheid van zegels. Door de overval op het distributiekantoor in Tilburg waren er veel zegels voorhanden, al werden er later ook veel valse exemplaren gebruikt. Honderden persoonsbewijzen werden aangepast en tientallen nieuwe bewijzen werden uitgereikt.
Er was nauw contact met de Limburgse afdeling, onder wie kapelaan Naus en Jan Hendrikx (alias Ambrosius), over hun werkwijzen en inlichtingen. Vanaf februari 1944 was er tevens contact met Bob (schuilnaam voor ir. N. Voorhoeve). Als vertegenwoordiger van het Nationaal Steunfonds (NSF) verstrekte hij de benodigde gelden wanneer de L.O.-leden deze niet zelf konden inzamelen. Deze bedragen liepen op tot tienduizend gulden per maand of meer. Custers onderhield daarnaast rechtstreekse contacten met Nico Werter van de distributiedienst en, met name tijdens de laatste maanden, met dr. A. van Wijk (Gaailaan 7) over de tweede distributiestamkaart.
Controle-systeem
Wat betreft het controlesysteem werd er op de uitreiking van bonkaarten nooit intensief toezicht gehouden. Slechts een enkele maal werd ontdekt dat iemand via twee verschillende kanalen kaarten ontving; diegene werd vervolgens uitgesloten. Na de bevrijding vond er een controle plaats op de uitreiking van gelden, waaruit bleek dat alles ordelijk was verlopen, al is dit onderzoek niet uitvoerig uitgevoerd.
Leiders L.O. Eindhoven
1) Piet Goede
Piet Goede leidde de organisatie van begin augustus 1943 tot 1 november 1943, de dag waarop hij werd gearresteerd. Na gevangenschap in Scheveningen en Vught en een verblijf in Rathenau keerde hij pas na de bevrijding terug. Hoewel hij sterk verzwakt was, heeft hij de oorlog overleefd.
2) A. van der Holst: (schuilnaam Possidius, code A1)
Ad van der Holst sloot zich medio oktober 1943, of mogelijk iets eerder, bij de groep aan. Hij gaf leiding van 1 november 1943 tot eind februari 1944, waarna hij onmiddellijk moest onderduiken. Zijn onderduikperiode hield verband met de arrestatie van de koeriers Frans Coehorst en Joh. J. den Bak (Venstraat 79, Eindhoven) in Venlo. Zij werden opgepakt tijdens een transport van bonkaarten en exemplaren van het illegale blad Trouw van Zeeland naar Eindhoven. Hoewel beide koeriers gevangen werden gezet, kwamen zij later weer vrij. De SD zat Van der Holst echter op de hielen; men reed met de gearresteerde Frans Coehorst door Eindhoven omdat de SD wist dat de naam van de gezochte leider met Ad begon. Hierdoor werd ir. Advocaat abusievelijk opgepakt. Terwijl hij van niets wist, zat hij vier dagen vast. Als goedmaker werden er later drie bonkaarten bij hem in de bus gegooid en ontving hij een mooie bloemenmand. Ad van der Holst dook samen met zijn vrouw onder aan de Sperwerlaan 3D bij de familie Sigmans. Tot aan de bevrijding leefde hij ruim zes maanden tussen vier muren, van waaruit hij de financiële administratie van Oost-Brabant bleef verzorgen.
3) Jan Custers (Schuilnaam Paulus en code A5)
Vanaf eind februari 1944 tot aan de bevrijding op 18 september 1944 leidde Jan Custers de Eindhovense afdeling van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (L.O.). Tegen het einde van de bezetting was hij leider van de gehele stad Eindhoven. Zijn taak omvatte de verzorging van onderduikers in de ruimste zin van het woord. De totale Eindhovense L.O.-organisatie werd door hem geschat op circa 75 personen. In de laatste weken voor de bevrijding gingen de L.O. en de P.A.N. (Partisanen actie Nederland) een volledige samenwerking aan, waardoor Custers tevens commandant werd van het rayon Gestel.
Toen Jan Custers zelf de leiding had, bestond zijn team van naaste medewerkers en wijkleiders (naast de reeds genoemden) uit de volgende personen.
De wijkleiders waren:
Tongelre:
Leo Verdijk (Kievitlaan 11)
Max Laurey (Lakerstraat 8).
Stratum:
Kees van Leeuwen (Floralaan 172)
Centrum & Gestel:
Custers, Dr. J. (schuilnaam Paulus).
Strijp:
Jacques Hermans van drogisterij Het Kruispunt. Later was er veel intensiever contact met Jan Daamen (Doelenstraat 31). Hun belangrijkste steun was Piet Hagen (alias Tom, Molenstraat 9), die later is gefusilleerd.
Woensel:
Jos Buskens (Woenselse Markt 9).
Daarnaast werd er veel samengewerkt met koerier Dick Bolhuis en met de student Gerard Freeman (Stationsplein 13), de districtsleider van Noordoost-Brabant. Ook politierechercheur Harry Aarts (Sint-Martinusstraat 22) was een belangrijke contactpersoon.
Illegale colleges aan studenten
In het R.K. Binnenziekenhuis gaf Jan Custers samen met drie anderen ondergrondse colleges voor de propedeuse-opleiding van medici. Het initiatief hiervoor lag bij dr. Noyons (prof. dr. E.C.H.J. Noyons, hoogleraar in de fysiologische chemie aan de RK Universiteit te Nijmegen). Deze colleges werden twee jaar lang gegeven aan studenten die weigerden de loyaliteitsverklaring te tekenen en daardoor gedwongen waren ondergronds te studeren.
Er bestond nauw contact met de betreffende hoogleraren in Utrecht en Leiden. De latere Tijdelijke Academie in Eindhoven is feitelijk uit dit ondergrondse initiatief voortgekomen. Custers merkte later op dat er voor dit werk nooit publieke waardering is uitgesproken, noch aan het adres van dr. Noyons, noch aan dat van de andere betrokkenen. Desondanks werden de colleges met veel succes gegeven en legden de studenten hun tentamens met goed gevolg af. Volgens een bericht in het Eindhovensch Dagblad van 2 augustus 1946 werd hun stadgenoot dr. E.C. Noyons, destijds leraar scheikunde aan het St. Catharina Lyceum en het St. Joriscollege, per 1 september 1946 benoemd tot conservator aan het laboratorium voor fysiologische chemie van de Gemeente-Universiteit van Amsterdam.
Met de lokale notabelen kwam Custers tijdens zijn verzetswerk nauwelijks in aanraking. De enige keer dat hij een notaris tot tweemaal toe vroeg om personen in te zetten voor het financiële werk, kreeg hij slechts vage toezeggingen waar hij nooit meer iets van vernam. Hij heeft het steeds betreurd dat er relatief weinig prominente Eindhovenaren voor het actieve verzetswerk te vinden waren, al hield hij de mogelijkheid open dat zij actief waren op terreinen die hem niet bekend waren.
P.A.N. tijdens de bevrijding
Tijdens de bevrijding van Eindhoven maakte Jan Custers deel uit van de P.A.N. (Partizanen Actie Nederland); hij fungeerde als rayoncommandant van Gestel. In zijn verslag vertelt hij daarover: "Het militaire werk lag mij niet erg; ik ben nooit militair geweest. Ik heb zelf geen NSB'ers opgehaald en heb mij wel verzet tegen mishandelingen van deze lieden." Een belangrijke aanvullende aantekening hierbij is dat Custers nooit een voorstander van geweld was en zeer beducht was voor de gevolgen van acties door de Knokploegen (KP).
Voor de meeste mensen leek de P.A.N. in de Eindhovense stadswijk Gestel pas in de laatste dagen van september te zijn ontstaan. Er had echter voorafgaand aan die periode al in het geheim een werving plaatsgevonden. Op 10 september 1944 telde de groep zo'n 25 man, al beschikten zij toen nog niet over wapens. Een week later waren er ongeveer 65 betrouwbare mannen beschikbaar, maar de bewapening was op dat moment nog steeds nihil.
14 September 1944: Te bezetten objecten: Geen.
In ons rayon Gestel zijn alleen scholen, geen telefooncentrales of iets dergelijks, geen enkel openbaar gebouw. Later toegevoegd: Persgasstation.
Sterkte: 29 man en 3 Groepscom. en 1 Rayoncom.
Bewapening: Nihil
1 Lichte Motorfiets (benodigd zijn benzine en olie; wilt ons dit verschaffen!) Wij hebben bovendien behoefte aan 13 overalls (1 dozijn hebben wij ontvangen)
1) Toezien op plundering. Als burger afkeuren en dreigen met noteren van namen en geplunderde objecten. Dit noteren wordt ook metterdaad uitgevoerd, zo uitvoerig mogelijk, minstens onder 2 getuigen.
2) Militaire objecten en transporten observeren.
3) Wachten op W1 betrekken. Daarbij nota nemen van wie er komt en bevindingen doorgeven aan volgende wachtlui. [Wachtlopen op hoofdkwartier Wal 1 ]
Dagelijks rapport uitbrengen van bijzondere evenementen (aan Albert [Wouters]).
PAULUS 14 September 1944.
Maandag 18 September 1944
Overalls gehaald op het hoofdkwartier, Hoogstraat 238. De PAN armbanden ontvangen, en uitgedeeld. Aanwezige krijgen een wapen. Patrouille langs de weg, waarbij enkele vuurwapenen van onbevoegden werden ingenomen.
Munitie, wapens en uitrustingsstukken in perceel Hagenkampweg 2 geconcentreerd.
Dinsdag 19 September 1944:
Appèl om 8, 30. Alle manschappen aanwezig. Enkele groepen hebben een aanvang gemaakt met het in hechtenis nemen van N.S.B.ers.
Het gebouw van de S.D. op de Paradijslaan door 2 man laten bewapenen.
Patrouille gelopen in de stad en wapens in beslag genomen. Andere groep heeft overdag patrouille gelopen in het gedeelte van Gestel, bewesten de Hoogstraat. In de namiddags deze werkzaamheden voortgezet met een inmiddels verkregen vrachtwagen. In de avonds de bevolking gewaarschuwd binnen te blijven met het oog op een mogelijke nadering van den vijand.
Na het bombardement des nachts gewonden getransporteerd naar het gebouw de Volksbond en die avond met afzonderlijke groepjes gidsdiensten verricht voor de geallieerden troepen.
xxx doorgestreept Het pand Rooymans (bewoond door hem) Binnewiertzstraat 9 toegewezen aan den Heer Ruys, Gestelsestraat 52 xxxx
Woensdag 20 September 1944:
Enkele huizen, door NSB-ers verlaten, en aan volkomen daklozen toegewezen. Opruimingswerkzaamheden verricht in het huis bewoond door de Familie Otten in de Hugo Verrieststraat. De Bennekelakkers (leeg gebied in Gestel) werden afgezocht op eventuele achterblijvende Duitse soldaten.
De bewapening gecompleteerd, munitie bijeen verzameld en de manschappen geïnstrueerd; de werking van karabijn en handgranaten uitgelegd. Eenvoudige exercitie-commando's behandeld en met de manschappen beoefend. Patrouilles in diverse richtingen het rayon ingestuurd. De groepen IV en V gereed gemaakt voor gewapende patrouille naar Best. Order gewijzigd en met overvalwagens schuilplaatsen gezocht waar nog Duitsers zouden zijn, die lichtkogels zouden afgevuurd hebben. Geen succes gehad.
[handgeschreven] Enkele mensen uit de PAN gezet.
Donderdag 21 September 1944:
Appèl 8,30. Alle manschappen aanwezig. Kwartier schoongemaakt. Groep IV (van Dijk) verhuisd naar "Ons Thuis" in de Don Boscostraat. Patrouille gelopen.
Noodzakelijke opruimingswerkzaamheden verricht in de Rivierstraat, waar zich onder het puin nog enkele lijken bevonden. Enkele onschuldig, in hechtenis genomen en in overleg met het hoofd der Politie, de Heer Minnaart, in vrijheid gesteld.
Met twee man terrein Z. van de ontginningsweg verkend; geen Duitsers aangetroffen. S' avonds bespreking met groepscommandanten der groepen I, II, en III. van ons rayon; er werd overeengekomen, dat nauwer contact gezocht zou worden en dat er geselecteerd zou worden. Cdt. van Dijk met 2 man naar Leopoldsburg vertrokken om Engelse militairen weg te brengen. Des nachts individueel gepatrouilleerd voor gidsdiensten.
Vrijdag 22 September 1944:
Appèl 9 uur. Alle manschappen aanwezig. Om half elf gemarcheerd naar het hoofdkwartier, waar opdracht werd gegeven om met 6 man een aantal gevangenen naar België te brengen. Een wagen bleek niet aanwezig, zodat voorlopig bij de gevangenen de wacht werd overgenomen. 2 man in actie geweest om een wagen te vorderen voor het vervoer der gevangenen (circa 20) Toezegging gekregen van de town-major, dat door de Engelse militairen voor een wagen gezorgd zou worden. De wacht betrokken in school (H. Hart) Ploegstraat 20, waar mogelijkheid op plunderen bestond. Verder geen bijzonderheden.
De door Philips gehuurde huizen in de Hoogstraat nummers: 12, 14 en 16 van een wacht voorzien ter voorkoming van plundering.
Zaterdag 23 September 1944:
Commandant van Dijk uit Brussel teruggekomen; de rit had zich n.l. verder uitgestrekt dan Bourg Leopold. De wagen in Aalst achtergelaten wegens defect. In het kwartier "Ons Thuis" gebleven. Hier kwam de rayons commandant de nieuwe regeling mededelen waarbij diegenen naar voren traden, die deel wensen uit te maken van de Ned. stoottroepen. De overblijvende manschappen werden ontwapend, hun overalls en banden werden ingenomen en zij werden door de rayons commandant hartelijk dank gezegd voor de bewezen diensten. De vrijwilligers marcheerden 's avonds af naar de school in de Iepenlaan. 's nachts geen dienst.
Zondag 24 September 1944:
Appèl 9 uur. in de Iepenlaan; 4 man afwezig. Opgemarcheerd naar het ontspanningsgebouw. [Waar de P.A.N. wordt opgeheven en vrijwilligers doorgaan als Stoottroepers].
G.C. Beyer
R.C. Paulus.
| NAAM | Adres in 1944 | huisnummer | extra |
|---|---|---|---|
| Custers, dr. J.F.H. (Jan) | Guido Gezellestraat | 27 | Rayoncommandant Paulus |
| Elskamp, Th. G.A. (Theo) | Hoogstraat | 419 | Groeps commandant 1 |
| Wouters, A.J.A (Albert) | Blaarthemseweg | 40 | Groeps commandant 2 |
| Karsmakers, A. | Hoogstraat | 238 | Groeps commandant 3 |
| Dijk, M.M.C. | Kreeftstraat, van | 1a | Groeps commandant 4? |
| Dijk, W.Th.M | Kreeftstraat, van | 1a | Groeps commandant 4? |
| Beijer, M. | Cortenbachstraat, Adolf van | 87 | Groeps commandant 5 |
| Agt, G. van | Spoorstraat | ||
| Alstre, van | Scheidingsstraat | ||
| Berg, v.d. | Baarsstraat | ||
| Berk, v.d. | Spoorstraat | ||
| Boomen, Fr. v. d. | Hoogstraat | ||
| Damen, W. | Kreeftstraat | ||
| Dekkers, J. | Blaarthemseweg | ||
| Groels, W. | Hoogstraat | ||
| Heuvel, Fr. v.d. | Baarsstraat | ||
| Heuvel, A. v.d. | Hoogstraat | ||
| Heuvel, Jac. v.d. | Baarsstraat | ||
| Jansen, H. | Bennekelstraat | ||
| Kerkhof, Fr. v.d. | Hoogstraat | ||
| Lodewijks, M. | Hoogstraat | ||
| Loop, v.d. | Willardplein | ||
| Rooij, A.v. | Bennekelstraat | ||
| Verlangen, H. | Gestelsestraat | ||
| Vervest, H. | Kreeftstraat | ||
| Vlyminx, H. | Kreeftstraat | ||
| Vroomen, H.J.R | Bennekelstraat | 119 |
Aan Rayon commandant Paulus = Jan Custers.
Dringend verzoek door te geven aan hoofdkwartier om geen NSB-ers of moffen meiden in rayon Gestel op te laten halen door vreemde rayons. Daar wij hier de zaak zuiver in handen hebben en ruzie willen voorkomen.
Groepscommandant
Albert ( A.J.A. Wouters)
Inzet mensen bij:
Persgasstation: een groep, bijna geen bewapening
Distr. kantoor
Jan Smitslaan: een groep, bijna geen bewapening
Radio opslag
Gem. Lyceum Julianastraat: een groep, bijna geen bewapening
16 september 1944
Frans ! Edelweisstraat 64, 62 en 60 nog niet geplunderd. Er wordt geplunderd. Zorgen voor bewaking! Namens Dré [Dré Kousemaker]
Paulus R.C. Gestel
Na de oorlog: Tribunaal voor bijzondere rechtspleging
Jan Custers was in 1945 lid van het Tribunaal voor Bijzondere Rechtspleging in het arrondissement 's-Hertogenbosch, dat in Eindhoven gevestigd was. Naast de voorzitter mr. A.J. Guépin, secretaris van de directie van Philips, bestond dit tribunaal uit de volgende leden: J.M. de Haes (fabrikant), dr. J.F.H. Custers (natuurkundige bij Philips), Antoon Coolen (letterkundige en romanschrijver), C.H. de Bever (architect BNA) en mevrouw H. Verwey-Jonker (oud-raadslid van de SDAP-fractie in de gemeenteraad van Eindhoven).
Landelijk Herstel en de Stichting 1940-1945
De organisatie Landelijk Herstel werd op 20 september 1944 opgericht ten huize van dr. ir. A.J. Gelderblom (schuilnaam Van Dijk), de zuidelijke topman van het Nationaal Steun Fonds (NSF). De L.O. werd hierbij vertegenwoordigd door A.W. Vingerhoets (Filippo), dr. J. Custers, G.P. Freeman en A. van der Holst. Het NSF in Noord-Brabant werd vertegenwoordigd door ir. N.A.J. Voorhoeve.
Met deze nieuwe organisatie beoogde men de steunverlening aan de talrijke verzetsslachtoffers — zoals gefusilleerden, gevangenen, ontslagenen, gijzelaars en onderduikers — en hun gezinnen legaal voort te zetten, voor zover dat nodig bleef. Dit werd in overleg met diverse burgerlijke bestuursinstanties georganiseerd, op schrift gesteld en op 6 oktober 1944 ter bekrachtiging voorgelegd aan de districts militair commissaris (DMC), majoor C. Verhoeff.
Bron: https://www.eindhoven4044.nl/4/Verzet_in_de_Kempen.pdf
Meer over DMC en Verhoef in PDF
De "zure" nasleep
Jan Custers betreurde het dat zijn leidinggevende, ir. Verff, weigerde hem enkele dagen per week vrij te stellen toen hij het verzoek kreeg om de L.O.-leiding van Oost-Brabant op zich te nemen. Door zijn prioriteit bij het verzet te leggen, raakte hij in zijn loopbaan bij het Natuurkundig Laboratorium onvermijdelijk achterop. Sommige collega's wezen hem er destijds op dat hij onjuist handelde; zij stelden dat hij door Philips betaald werd en daarom prestaties verschuldigd was, zeker omdat het bedrijf direct na de bevrijding klaar moest zijn voor de wederopbouw.
Custers deelde deze visie niet. Hij bleef van mening dat het landsbelang voorging en dat Philips de verantwoordelijkheid had om voor het levensonderhoud van zijn gezin te zorgen terwijl hij zijn morele plicht vervulde. Dit standpunt kwam overigens overeen met het consigne, het officiële dienstbevel, van de Nederlandse regering in Londen. Het verzetswerk kostte hem persoonlijk geen noemenswaardige sommen geld of goederen, afgezien van kleine uitgaven voor reizen en dergelijke.
Toch zag hij dat collega's die zich minder met het verzet hadden beziggehouden, sneller carrière maakten. Het bleef voor hem moeilijk te peilen in hoeverre dit een directe consequentie was, maar hij stelde vast dat niemand van de directie of de leiding interesse toonde in zijn verzetsactiviteiten. Zijn uiteindelijke houding hierover was: zand erover. Deze ervaringen en het mogelijke gevoel van miskenning hebben vermoedelijk bijgedragen aan zijn besluit om Nederland te verlaten en een nieuwe carrière in Zuid-Afrika te beginnen.
Zijn vader was de bekende beeldhouwer Jan Custers. Deze senior behoorde tot de notabelen van Stratum; hij had zitting in het kerkbestuur en was lid van de gemeenteraad. De jonge Jan groeide op in een gezin dat uiteindelijk tien kinderen telde: acht jongens en twee meisjes. De familie had bovendien nauwe banden met de sigarenfabriek van de familie Van Gardingen.
Ondanks diverse ontploffingen in zijn laboratorium slaagde Jan Custers er in 1959 uiteindelijk in om een synthetische diamant te vervaardigen. Deze uitvinding werd wereldwijd gepatenteerd. Custers was destijds als hoofd van het Diamond Research Laboratory werkzaam in dienst van Harry Oppenheimer. Van deze historische doorbraak bestaat filmmateriaal waarop te zien is hoe Custers en Oppenheimer samen de eerste kunstmatige diamanten presenteren.
Dr. J.F.H. (Jan) Custers is een prominente figuur in de diamantindustrie als grondlegger van de onderzoeksafdeling die de basis vormde voor het huidige Element Six. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de productie van synthetische diamantmaterialen voor uiteenlopende industriële en technologische toepassingen. Onder de wetenschappelijke leiding van Custers groeide het onderzoekslaboratorium uit tot een toonaangevende wereldwijde leverancier van synthetische diamanten en aanverwante materialen. In 1972 ging hij met pensioen, waarna hij op 7 juli 1982 in Zuid-Afrika overleed.
Bron: In Volume 42 (1982) van de Industrial Diamond Review staat op pagina 304 een overlijdensbericht (obituary): "We record with regret the death on 7th July [1982] of Dr. Jan Frans Henri Custers, former Director of Research at the Diamond Research Laboratory..."
History of Diamond: https://www.synergymaterial.com/Timeline/
Personalia en tijdlijn
Volledige naam: Jan Frans Henri Custers
Geboortedatum: 3 april 1904
Geboorteplaats: Stratum (Eindhoven)
Overlijdensdatum: 7 juli 1982
Overlijdensplaats: Johannesburg, Zuid-Afrika
Leeftijd bij overlijden: 78 jaar
Getrouwd op 31 december 1931 in Eindhoven
Bruidegom: Jan Frans Henri Custers, geboren op 3 april 1904 te Stratum, 27 jaar oud
Bruid: Helena Johanna Hillebranda Beekman, geboren op 21 juli 1907 te Eindhoven, 24 jaar oud