Artsenverzet in Eindhoven

Het boekje “het illegale verzet” in de stad Eindhoven en omgeving besteedt zeven pagina’s aan het artsenverzet in de Lichtstad. Dr. Jos L. H. Specken schrijft daarin, destijds anoniem: “Bijna alle artsen van Eindhoven en omgeving die vóór de oorlog tezamen een afdeling van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst vormden, hebben steeds in gesloten formatie aan het verzet deelgenomen, iets dat niet van iedere stad of streek gezegd kan worden.”

Uitgebreid dossier over het artsenverzet in Eindhoven (1940-1945). Inclusief unieke documenten, biografieën van verzetshelden en informatie over de naoorlogse gedenkpenning.

Welke artsen of medici waren actief in het Eindhovense verzet en wie werkten er met de Duitsers?

Wat is het artsenverzet?

Geen enkele andere maatschappelijke beroepsgroep heeft zich tijdens de bezetting zo hecht georganiseerd en zich zo openlijk tegen de Duitsers verzet als de artsen. Bij de verzetsorganisatie van de artsen, genaamd Medisch Contact, sloten maar liefst 5000 van de ongeveer 6500 artsen zich aan.

De acties van Medisch Contact keerden zich in de eerste plaats tegen de gelijkschakeling van de artsen. In maart 1943 kwam het tot een grote protestactie. Ruim zesduizend dokters gaven de Artsenkamer te kennen dat zij afstand zouden doen van de uitoefening van hun beroep. De medici verwijderden de aanduiding arts van hun gevels en van hun recepten. Het was een symbolische daad, want hun beroepswerkzaamheden bleven ze normaal uitoefenen. Dit protest wordt ook wel aangeduid als de Bordjesactie of de Pleistermanifestatie.

Na ongeveer veertien dagen werd de Bordjesactie in het hele land op dezelfde dag stopgezet. Ruim 5500 artsen schreven vervolgens via het Departement van Sociale Zaken een brief aan de Duitse instantie, waarin zij nogmaals schriftelijk bevestigden dat zij eerder hun praktijk zouden neerleggen dan het lidmaatschap van de Artsenkamer te aanvaarden. Het succes van deze actie had niet groter kunnen zijn. De opgelegde boetes werden tenietgedaan en van verdere dwang werd afgezien.

"Fantastische organisatie"

Dr. Jos L. H. Specken vertelt in Nieuwe Eindhovense krant van 22 maart 1963: “De grote stommiteit van de Duitsers is geweest dat ze achter deze Pleistermanifestatie een fabelhafte Organisation zochten. Zij waren zo dom dat ze een enorm respect hadden voor het hele artsenverzet. Dat was helemaal niet nodig geweest, want het is best mogelijk dat als ze van de daken geschreeuwd hadden dat de top van het verzet geliquideerd was, de weerstand heel wat minder sterk zou zijn geworden.”

“En die top was te liquideren, want ze hadden onze gangen maar hoeven te volgen om het hele zaakje in te rekenen.” Dat zegt de Eindhovense arts dr. Jos L. H. Specken (60) als hij na twintig jaar de gebeurtenissen van maart 1943 nog eens overpeinst. En dr. Specken kan het weten, want hij is een van de topfiguren uit het artsenverzet geweest. Hij vertegenwoordigde de artsen uit Limburg, Noord-Brabant en Zeeland in het centrum van het Medisch Contact, dat de verzetsactiviteiten stimuleerde, organiseerde en de strijdvaardigheid van de vaderlandslievende artsen levendig hield.

“Spannende dagen,” vertelt dr. Specken. “We hebben ooit een hele nacht in het geheim vergaderd of we het wel mochten wagen ons verzet door te zetten. Er stonden enorme belangen op het spel. Daags na de Pleisteractie, bijvoorbeeld, kreeg ik om zeven uur in de morgen een telefoontje van een collega die van zijn bed was gelicht en op het punt stond weggevoerd te worden. ‘Specken, wat moet ik doen?’ vroeg hij me. ‘Meegaan,’ zei ik. Ik heb onmiddellijk daarop enkele mensen opgetrommeld en ben met hen alle artsen afgegaan om hen te waarschuwen dat ze onder moesten duiken. De verdwijning van deze artsen maakte het voor de Duitsers nog moeilijker. Ze durfden het risico niet meer aan en kwamen met een compromisvoorstel.”

Artsenverzet begon in 1942

De basis voor de motivatie van het artsenverzet werd eigenlijk al gelegd toen op 7 oktober 1940 twee Eindhovense artsen in hechtenis werden genomen. Dit gebeurde in verband met de Duitse gijzelaars in Nederlands-Indië. In de overzeese gebiedsdelen van Nederland hadden de Nederlandse autoriteiten de daar woonachtige Rijksduitsers namelijk in grote aantallen geïnterneerd.

Als represaille namen de Duitsers 116 willekeurige personen in gijzeling. In Eindhoven betrof het J. H. I. Goyarts, geneesheer aan de Kloosterdreef 1, en de Joodse huisarts David Slager. Tevens werd mr. G. Jansen, advocaat in Eindhoven, vastgezet. De volledige lijst staat in de Londense Vrij Nederland op pagina 464. Arts David Slager werd vastgehouden, waarschijnlijk vanwege zijn Joodse achtergrond. De anderen kwamen later weer vrij.

Een wezenlijk onderdeel van het nazificeringsproces was de gelijkschakeling van beroepsgroepen, waaronder de artsen. Binnen het nationaalsocialisme van Hitler, met zijn biologisch gefundeerde racisme en de cultus van een gezonde en vitale volksgemeenschap, vervulde de medische zorg een belangrijke functie. Zo steriliseerden de nazi's in Duitsland binnen tien jaar ongeveer 400.000 mensen. Op 14 juli 1933 werd in Duitsland namelijk een sterilisatiewet aangenomen die moest voorkomen dat mensen met een erfelijke aandoening of een verstandelijke beperking kinderen kregen. In 1935 werd deze wet uitgebreid: vanaf dat moment mochten ook Joden, homoseksuelen en Sinti en Roma tegen hun wil worden gesteriliseerd. Dit was de uiterste consequentie van een meedogenloze rassenleer die streefde naar de biologische volmaaktheid van het Duitse volk.

In hoeverre waren Nederlandse artsen ontvankelijk voor deze idealen en praktijken?
Ten minste 90 procent van de artsen in ons land was voor de oorlog lid van de Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (NMBG). Het streven van de bezetter om deze beroepsorganisatie onder Duits beheer te plaatsen, liep uit op een debacle.

Het lidmaatschap van de Artsenkamer hield de aanvaarding in van de nazistische opvatting over het doktersambt. Dit betekende dat de arts ondergeschikt werd gemaakt aan de vermeende belangen van de staat, naar het inzicht van Hitler of diens trawanten. Het hield derhalve de aanvaarding in van de rassenleer, sterilisatie en het massaal doden van erfelijk zieken en psychiatrische patiënten. Ook betekende het meewerken aan de eliminatie van de Joden en het desgevraagd verstrekken van inlichtingen over patiënten. Om het verzet te bestrijden, wenste de bezetter dat artsen opgave deden van alle schot- en steekwonden waarvoor hun hulp was ingeroepen. En dat dokters, zoals in het zuiden van het land veel gebeurde, gewonde geallieerde piloten hielpen, was uiteraard ten strengste verboden, om nog maar te zwijgen van het verlenen van medische hulp aan Joden en onderduikers.

De Duitse artsenkamer

Op 15 september 1942 werd het lidmaatschap van de Artsenkamer verplicht gesteld. Vrijwel geen enkele arts reageerde. In maart 1943 werd aan tachtig willekeurige artsen een boete opgelegd van duizend gulden en, kort daarop, wegens hernieuwde weigering van het betalen van contributie nog eens een boete van duizend gulden. Deze zouden betaald moeten worden uit een weerstandskas, maar omdat die niet rijk genoeg was, besloot Medisch Contact alle dokters op te roepen duidelijk hun houding te bepalen tegenover de Artsenkamer. Aan alle dokters werd geadviseerd op een en dezelfde datum een gelijkluidend schrijven te verzenden aan de Artsenkamer. Hierin werd gesteld dat men gebruik wenste te maken van de artikelen 1 en 5, lid 2, van de artsenverordening, die stelt dat de arts afstand kan doen van zijn bevoegdheid, maar dat hij dan het recht verliest de titel van arts te voeren of nog medische hulp te verlenen.

Dit gebeurde op 24 maart 1943 en de daad bij het woord voegend haalden de dokters de aanduiding "arts" van hun naambordjes weg. De patiënten lieten de dokters overigens niet in de steek; zij kwamen gewoon op het spreekuur. Het waren spannende dagen, waarop de meeste dokters met hun hoofd meer bij hun actie zaten dan bij de klachten van hun patiënten. De Duitsers vreesden het ergste voor de volksgezondheid, omdat daarmee de gezondheid van de in ons land gelegerde militairen nauw samenhing.

Himmler liet uit Berlijn weten dat 300 tot 500 artsen opgepakt en overgebracht moesten worden naar concentratiekampen in Duitsland. De SS- en politiebaas Rauter heeft het zover niet durven laten komen. Hij zat zozeer in zijn maag met de massale ‘Afplakactie’ van de dokters, dat hem al een pak van het hart viel toen de artsen hem in een later schrijven lieten weten dat zij hun praktijk normaal voortzetten, doch niet beschouwd wensten te worden als leden van de Artsenkamer.

In Kamp Amersfoort zijn wel circa 300 artsen, voor langere of kortere tijd, opgesloten vanwege hun lidmaatschap van de verzetsorganisatie Medisch Contact. Na een paar weken gevangenschap werden de artsen vrijgelaten en werden ze, in tegenstelling tot andere gevangenen, niet op transport gezet naar het oosten. Bij het verlaten van het kamp moesten ze een verklaring ondertekenen dat ze nooit mochten praten over de situatie in het kamp.

Dit overkwam de kinderarts Hermanus Petrus Josephus Damen, die zijn praktijk en woonadres had aan de Elzentlaan 11a in Eindhoven. Hij werd op 26 juni 1943 opgepakt door de Eindhovense politie, omdat hij de artsenbrief aan Seyss-Inquart had ondertekend. Hij heeft ongeveer tien dagen in Kamp Amersfoort gevangengezeten.

Alleen Joodse artsen of medici werden naar concentratiekampen afgevoerd; het gezin van de Eindhovense Joodse arts David Slager trof dit lot.

Diverse kranten advertentie van David Slager in Eindhovensch Dagblad en de dossierkaart van gevangenschap in diverse kampen bij https://collections.arolsen-archives.org

Huisarts David Slager 


In december 1927 vestigde de 27-jarige David Slager zich als jonge arts in Eindhoven. Hij begon zijn praktijk in de Rechtestraat 42. Op 28 juni 1928 trouwde hij met Lydia (L.A.) Jacobs. Ze kregen twee kinderen: Jack (geboren op 4 juni 1933) en Leonora Greta (Noortje, geboren in 1936). Later verplaatste hij zijn praktijk naar de ruimere woning aan de Wal 31, waar het gezin ook ging wonen.

Op 7 oktober 1940 werd hij gevangengenomen in verband met de Duitse gijzelaars in Nederlands-Indië; later werd hij in diverse concentratiekampen opgesloten. De Duitsers namen zijn woning in bezit en vestigden daar een Duitse legerarts en tandarts. Zijn vrouw en kinderen doken onder in Waalre, maar werden in juli 1943 verraden. Meer informatie hierover is te vinden op: duikadressen.html

Hij werd gevangengezet in verschillende kampen, zoals blijkt uit zijn kampkaart die een relaas vormt van vele ontberingen: Buchenwald, Haaren, Sint-Michielsgestel, Westerbork, Vught, Auschwitz, Langenbielau  en Reichenbach (soms aangeduid met Lang Bielow). Hij werd noch geestelijk, noch lichamelijk gebroken. In een van de kampen ontmoette hij de Eindhovense Rob Wiener, die onder andere Auschwitz overleefde door te boksen. David behield zelfs de kracht om in die dagen voor velen van zijn lotgenoten een steun te zijn voor lichaam en geest.

Tijdens zijn gevangenschap raakte hij bevriend met vele prominente Nederlandse figuren die hij in concentratiekampen in ons land en in Duitsland trof. In Duitsland verzachtte hij veel menselijk leed van geïnterneerden in de meest beruchte kampen (Auschwitz, Buchenwald, enzovoort). Hij offerde zich steeds op voor zijn medemens en was voor honderden gevangenen in die oorlogsjaren een steun op zowel medisch als geestelijk gebied. Mensen als dr. W. Drees, dr. Dekkers, prof. G. v.d. Bergh, prof. P.C.A. Geyl en vele anderen weten van nabij op welke wijze dokter Slager zich verdienstelijk heeft gemaakt; ook zij ondervonden veel steun van hem. Tot aan zijn overlijden maakte hij ieder jaar de reünie mee van de geïnterneerden van blok 46 van Buchenwald, waartoe ook oud-minister-president dr. W. Drees behoorde.
Bron: Nieuwe Eindhovense krant 15 februari 1962

De Eindhovense Joodse huisarts David Slager overleefde de verschrikkingen van diverse concentratiekampen.

Rond juni 1945 keerde hij terug in Eindhoven en pas toen werd het lot van zijn vrouw en kinderen hem duidelijk. In maart 1946 heropende hij zijn huisartsenpraktijk aan de Wal 31.

Het lot van Lydia Slager-Jacobs en de kinderen

Zijn vrouw en zijn twee jonge kinderen doken in 1942 onder bij de familie L. de Wit in Aalst. Ze werden daar op 6 juli 1943 ontdekt, samen met nog zes andere Joodse onderduikers. De Eindhovense politieagent W. A. A. Verweij speelde hierin een kwalijke en desastreuze rol. De kinderen van dokter Slager herkenden hem of een van de rechercheurs als een patiënt van hun vader. Verweij zou later dr. Jos L.H. Specken en ook de latere minister-president Beel van tevoren waarschuwen dat zij gearresteerd zouden worden. Deze politieman verried zonder scrupules Joden, maar tipte invloedrijke Eindhovenaren, waarschijnlijk met het oog op zijn eigen veiligheid na de oorlog.

Bij de arrestatie was ook de Duitse SD'er Ernst Seidenstücker aanwezig; deze man zou samen met Verweij Joden in Eindhoven en in heel Nederland opjagen en oppakken.

De moeder van de jonge kinderen, Lydia Slager-Jacobs, kwam op 5 mei 1945 in bezet Czernowitz (Oekraïne) om het leven als gevolg van een dodenmars. De kinderen overleefden de kampen en de oorlog.

In 1962 schreef L. van der Putt een in memoriam naar aanleiding van Davids overlijden op 13 februari 1962: "David Slager hervond in zijn tweede huwelijk een gelukkig gezinsverband. Over het verleden uitte hij klacht noch wrok. Hij keek vooruit, en met niet-aflatende wilskracht bouwde hij zijn praktijk, die door de collega's zo goed mogelijk in stand was gehouden, weer op. En hij heeft gewerkt tot hij niet meer kon. Wij betuigen troost aan vrouw en kinderen; zij verliezen een goede man en vader. De patiënten verliezen een goede dokter, en wij allen een goede vriend en een goed mens."

foto: dr. Jos L.H. Specken & arts L. T. W. van Wely

Wie leidden het artsenverzet in Eindhoven?

De leidende rol was weggelegd voor dr. Jos L.H. Specken, die als vrouwenarts werkzaam was in het Sint Joseph Ziekenhuis in Eindhoven. Hij was 40 jaar toen de oorlog uitbrak en werd vrijwel direct actief in het verzet.

Daarnaast kreeg hij steun van de arts L. T. W. van Wely, die zich in 1934 in Eindhoven vestigde om daar de functie van controlerend geneesheer bij de Coöperatieve Vereniging Centraal Beheer (C.B.) te vervullen. Vereniging C.B. was in die tijd de uitvoeringsorganisatie van de Ziektewet, de Ongevallenwet en de Kinderbijslagwet.

Specken omschreef hem als volgt: “Ik heb het grote voorrecht gehad hem gedurende de oorlogsjaren als medehelper in het artsenverzet te mogen meemaken. In die jaren is er een grote genegenheid tussen ons ontstaan en ik heb hem leren kennen als een principieel en moedig mens en een goed vaderlander. Nimmer werd er tevergeefs een beroep op hem gedaan; tot het einde toe is hij actief en enthousiast gebleven. In de gevallen waarin het verzet speciaal van de ambtenaar-geneeskundigen of een groep onder hen werd gevraagd, en door het kleinere aantal ieder individu kwetsbaarder was, was hij steeds een van degenen die van geen wijken wist en zijn mede-collega’s aanspoorde om vol te houden.”

In Eindhoven is Jos L.H. Specken geëerd met een straatnaam, de Speckenlaan, als eerbetoon aan zijn medische inzet en zijn leidende rol in het verzet.

Tommy
Tommy Specken

Dr. en mevrouw Specken maakten met vreugde de geboorte van hun zesde zoon, Tommy, bekend. Hij werd geboren op 8 september 1944. Pas na de bevrijding van Eindhoven kon deze advertentie in de krant worden geplaatst.

Stratumsedijk 18, Eindhoven
Advertentie in Oost-Brabant, 27-09-1944

Meer artsen in verzet 

Na de oorlog traden diverse artsen vrijwillig toe tot een organisatie voor personen van wie was aangetoond dat zij actief waren geweest in het verzet.

In de lijst Karaktervolle verzetters en illegale werkers uit Eindhoven noemt de gemeente kinderarts dr. J.P. Slooff. In zijn in memoriam uit 1989 staat: “In de oorlogstijd was Slooff een belangrijk man in het verzet, hetgeen pas jaren nadien eigenlijk bekend werd en waarvoor hij onderscheiden werd met het Verzetskruis.” Ook dr. P.A.F.H. Holtzer, een bekende zenuwarts (de toenmalige term voor psychiater), staat op deze gemeentelijke lijst vermeld.

Ook medici in dienst van Philips waren zeer actief. Zo werd dr. C.G.E. Burger in 1928 aangesteld als fabrieksarts, een noviteit waarover destijds alle kranten schreven. Hij steunde het verzet tijdens de oorlogsjaren ook financieel, zoals blijkt uit de lijst van het Nationaal Steun Fonds (N.S.F.). Daarnaast waren Philips-arts dr. Ton van Anrooy en zijn vrouw actief in diverse vormen van verzet; hij was bovendien lid van de Ordedienst (O.D.).

Verder staan de volgende medici vermeld op de lijst van de Gemeenschap Oud Illegale Werkers Nederland (G.O.I.W.N.): 
* Zenuwarts E.M.L. Sassen;
* dr. Otto Verbeek (orthopedisch chirurg);
* Huisarts K.E.W. Ebeling-Koning (Elzentlaan 40);
* Wethouder en arts B.A. Verhagen (Poirterslaan 29, overleden in 1942);
* Neus-, keel- en oorarts J. Venker (Tollenslaan 1);
* Huisarts J.G.R. Janssen (Strijpschestraat 74);
* Huisarts K.E.W. Ebeling-Koning (Elzentlaan 40)

Lidmaatschap van deze organisatie was enkel voorbehouden aan degenen van wie het illegale werk onomstotelijk vaststond.

Mr. H.P. Linthorst Homan stelde in het verslag na zijn vlucht naar Londen dat de medicus M.R. van Alphen de Veer als zeer betrouwbaar kon worden aangemerkt. Deze arts woonde aan de Stratumsedijk 55.

Loek van der Heijden, onderwijzeres in de Gerardusparochie, vertelde na de oorlog over haar ervaringen: “Ik liet mij door zenuwarts E.M.L. Sassen tijdelijk ongeschikt verklaren om les te geven.” De officiële motivatie was dat zij minder enerverend werk moest doen. In werkelijkheid verrichtte zij in de laatste oorlogsjaren dag en nacht stressvolle koeriersdiensten. “Ik ben gewoon vrijgemaakt om als koerier dienst te kunnen doen.”

Hoewel bijna alle artsen in Eindhoven en omgeving meewerkten aan het vervalsen van keuringsrapporten en het fingeren van familieomstandigheden, bleef de zakelijke kant soms onverbiddelijk. Toen Eddy Verkaik gewond raakte tijdens de bevrijding en de daaropvolgende strijd tegen de Duitse troepen, ontving hij van het ziekenhuis desondanks een gepeperde rekening.

Een treffend voorbeeld van ziektesimulatie wordt door Ben Postema beschreven in zijn dagboek. Hij legt daarin uit hoe zijn breukoperatie werd ingezet om uitzending naar Duitsland te voorkomen.

Ben Postema beschreef in zijn dagboek zijn breukoperatie om uitzending naar Duitsland te voorkomen. Zie twee tekst blokken hieronder voor zijn verslag.

Dr. Ton van Anrooy
Foto met AI geoptimaliseerd 

 Dr. Ton van Anrooy 

Dr. Ton van Anrooy, werkzaam als bedrijfsarts bij Philips, heeft veel mensen geholpen te voorkomen dat ze naar Duitsland moesten gaan werken.
Het verhaal gaat dat tijdens de wedstrijd PSV–Maurits iets gebeurde wat nu wel openbaar gemaakt mag worden. Enkele dagen voor de wedstrijd had PSV-speler Ad van Tuyl een oproep gekregen voor tewerkstelling in Duitsland. De donderdag in de volgende week moest hij al vertrekken. Dit moest natuurlijk worden voorkomen. Vijf minuten voor het einde zakte hij plotseling in elkaar en klaagde over vreselijke hoofdpijn. Hij werd op de been geholpen, maar tolde even later weer tegen de grond. Er werd om een dokter geroepen en dr. van Anrooy constateerde een hersenschudding. Ad speelde zijn rol buitengewoon goed en liet zich van het veld dragen. Thuis werd hij een beetje ziek gemaakt door hem met talkpoeder wit te maken. De controlerende geneesheer schreef hem toen nog enkele weken het bed voor en zodoende was uitzending naar Duitsland voorlopig weer van de baan.

Ook speler Miel d’Hooghe heeft verschillende keren een dergelijke stunt uit moeten halen om hem in ons eigen land te laten blijven. Hij hield er echter een andere manier op na om zich ziek te maken. Eerst rookte hij een sigaret en daarna liep hij zich zowat het apenzuur op de sintelbaan. Hij vertelde me eens over 25 rondjes. Daarna ging hij naar de keuring en werd telkens afgekeurd wegens ernstige hartkloppingen.
Dit alles is volgens de verhalen van PSV-speler Piet Bakers in Eindhovensch dagblad 15 oktober 1960.

Meer over Dr. Ton van Anrooy op de pagina’s:
https://eindhoven4044.nl/8/gewone-leven.html (verzetswerk en Rode Kruis)
https://www.eindhovenfotos.nl/2/parklaan_dl1.html (woonadres)
https://eindhoven4044.nl/50/Thal-Larsen.html (O.D. werkzaamheden)

Henri Spoorenberg (11-12-1887 - 15-10-1967)

Dr. H. A. J. M. (Henri) Spoorenberg was in 1930 de oprichter van de gemeentelijke GGD en werd door het gemeentebestuur benoemd tot geneesheer-directeur. Deze dienst groeide onder zijn leiding van een eenmanspost uit tot een organisatie met 32 personeelsleden in 1951.

Tijdens de mobilisatie in 1939 was dokter Spoorenberg dirigerend officier van gezondheid tot enkele maanden na de capitulatie in mei 1940. In 1943 weigerde hij voor de bezetter keuringen te verrichten voor de tewerkstelling in Zeeland. Dat kwam hem op drie maanden celstraf op het politiebureau te staan. Het merendeel van die tijd bracht hij echter door in een ziekenhuis, aangezien hij zogenaamd ziek was geworden.

Mede dankzij deze standvastige houding werd hij in 1961, bij het gouden jubileum van de Eindhovense afdeling van het Wit-Gele Kruis, benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In Eindhoven is bovendien een straat naar hem vernoemd: de Dr. Spoorenberglaan.

Tandartsen in het Eindhovense verzet

C. Th. A. M. Hoogenbosch (1902-1961)​, tandarts in Eindhoven, startte in 1926 een tandartspraktijk aan de Willemstraat 29 in Eindhoven.

Hij was tevens een zeer actief zendamateur met de roepnaam PA0NN. Tijdens de oorlog kwam Cor weer in het bezit van een zender, nadat hij deze had moeten inleveren tijdens de mobilisatie in 1939. Met zijn zender gaf hij informatie door aan de Britten.

Cor had contacten met het verzet, en zijn gebombardeerde woonhuis diende in de laatste weken voor de bevrijding dan ook als geheime telefoonpost van de P.A.N. Het valt op dat Cor in de laatste maanden voor de bevrijding steeds vaker afwezig was. Pas op 23 oktober 1944 opende hij zijn praktijk weer, maar ook daarna was hij vaak afwezig als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten en in dienst van het Bureau Inlichtingen.

Het uitgebreide verhaal over C. Th. A. M. Hoogenbosch is te vinden op: www.eindhoven4044.nl/8/hoogenbosch.html

Tandarts H. P. J. Peeters, gevestigd aan de Stratumsedijk 16, was volgens de lijst van de G.O.I.W.N. (Gemeenschap Oud Illegale Werkers Nederland) eveneens actief in het verzet.

Tandartsen vormden tijdens de bezetting een eigen beroepsgroep die, net als de artsen, onderworpen werd aan nazistische controle. De organisatie die de bezetter voor de tandartsen in Nederland oprichtte, was de Nederlandsche Tandartsenkamer.

Hoewel de artsen zich verenigden in de verzetsorganisatie Medisch Contact, is er geen nationaal vergelijkbare, allesomvattende verzetsgroep van tandartsen met een eenduidige naam bekend die gold als het equivalent van Medisch Contact. Net als de artsen verzetten de meeste tandartsen zich wel tegen de Artsenkamer en de latere Tandartsenkamer, bijvoorbeeld door hun naambordjes te verwijderen. Veel tandartsen waren, net als Peeters, individueel of via lokale verzetsgroepen actief, bijvoorbeeld door het verstrekken van valse medische verklaringen om tewerkstelling in Duitsland te voorkomen.

Dagboek Ben Postema aanwezig www.rhc-eindhoven.nl deel 1 volledig te lezen op:
https://www.eindhoven4044.nl/10/postema.html

Ben Postema (fotograaf) en werkzaam bij Philips

In zijn Dagboek in oorlogstijd beschrijft Ben Postema hoe hij probeerde de keuring en zijn gedwongen uitzending naar Duitsland te voorkomen.

In 1943 ging hij een paar dagen op vakantie, nadat hij door een ondergrondse organisatie was gewaarschuwd dat hij zich moest melden. Bij de Philips-polikliniek kreeg hij zogenaamde tabletjes voor zijn buik. Tijdens de keuring kreeg hij uitstel omdat hij onder doktersbehandeling stond. De foute NSB-arts schold op Philips: “allemaal mankeren ze wat.”

Op 11 april kreeg hij een oproep om zich op 14 april te melden bij het arbeidsbureau, voor vertrek naar Duitsland op 17 april. Op of vóór 12 april had hij geregeld dat hij met spoed opgenomen moest worden voor een breukoperatie, terwijl hij nergens last van had. Hij stelde alles in het werk om te verhinderen dat hij naar Duitsland moest. De spoedoperatie stond gepland op 17 april, maar hij deed alsnog een verzoek om de ingreep uit te stellen. Dit uitstel werd met tegenzin verleend door dr. H.G. Beins, een chirurg en uroloog die sinds 1937 werkzaam was in het Eindhovense Diaconessenhuis. In werkelijkheid was de operatie medisch gezien niet noodzakelijk.

Op 17 april 1943 vierde hij zijn verjaardag in Zeist. Ben Postema zou uiteindelijk nooit in Duitsland hoeven werken. Daardoor was hij later in de gelegenheid om indrukwekkende foto's maken van de bevrijding van Eindhoven.

A.M. Mooij

Mr. dr. A. M. Mooij
Geneesheer-directeur van 20 januari 1940 tot 15 oktober 1955
Geboren op 4 oktober 1898

Verzetswerk van Mr.dr. A.M. Mooij

Na zijn artsexamen in Groningen in 1926 volgde Mooij zijn opleiding tot zenuwarts aan de Psychiatrisch Neurologische Universiteitskliniek aldaar. In 1928 werd hij afdelingsgeneesheer in het Sint Joris Gasthuis in Delft, waarna hij in mei 1930 werd benoemd bij het Rijks Krankzinnigengesticht te Woensel.

In 1940, kort voordat de oorlog uitbrak, werd hij benoemd tot geneesheer-directeur. Na de oorlogsjaren, die gepaard gingen met grote zorgen, kon hij een aanvang maken met de modernisering van het RKG. Een van de belangrijkste wapenfeiten op dat gebied was de totstandkoming van een ‘aangewezen’ afdeling en de daarmee verband houdende naamsverandering van het Rijks Krankzinnigengesticht te Woensel in Rijks Psychiatrische Inrichting in Eindhoven (bij Koninklijk Besluit d.d. 21 september 1946).

Onder zijn leiding kreeg de arbeidstherapie een bijzonder karakter door vanaf 1945 grote opdrachten van de industrie te aanvaarden, met name van de Eindhovense Philips-fabrieken. In 1955 was Mooij enige tijd geneeskundig inspecteur voor de geestelijke volksgezondheid. Na een kortstondig directeurschap bij de RPI te Grave vestigde hij zich in 1957 als zenuwarts in Eindhoven. Zijn ruime ervaring met de problematiek van de Krankzinnigenwet bracht hem ertoe om, na een voltooide rechtenstudie, een juridische dissertatie te schrijven met de titel: De Krankzinnigenwet van 1884 (Rijksuniversiteit Utrecht, 1964).

Dr. A.M. Mooij: Verzetsgeest en veilige haven binnen de muren van de RKG

Dr. A.M. Mooij nam een aparte positie in binnen het artsenverzet, waarin hij ongetwijfeld zeer actief is geweest. Hij was geneesheer-directeur van het Rijks Krankzinnigengesticht Woensel (RKG) tijdens de oorlogsjaren. Het terrein was een kleine wereld op zich, bestaande uit 100 hectare bos en 30 hectare landbouwgrond en weiland – een gemeenschap van ruim duizend personen. Mooij was fel anti-Duits, maar voelde zich ook verantwoordelijk voor zijn personeel en patiënten. Hij sprong voor zijn Joodse patiënten in de bres toen de SD in maart 1944 ontdekte dat er nog Joodse personen verpleegd werden. “Ik heb geen Joden, alleen maar patiënten,” was zijn gevleugelde uitspraak. Desondanks werden op 14 maart 1944 24 Joodse patiënten door de Sicherheitspolizei weggevoerd naar Auschwitz en daar vermoord. Lees het volledige verhaal hierover op: https://stichting18september.nl/de-grote-beek/

Mooij werd bij wijze van straf gevangengezet in Kamp Vught. Oorspronkelijk gold een straf van zes maanden, maar in de praktijk keerde hij na een aantal weken terug als directeur bij het RKG. Zijn administrateur Kampers zat eveneens een aantal weken vast op het hoofdbureau van politie.

Hajo Bruining werkte op het NatLab van Philips en onderhield geheime contacten met de Britten; zijn werkzaamheden worden pas in 2027 openbaar. Na de oorlog, in 1946, ontving hij de Order of the British Empire. Dit erelidmaatschap is aan slechts weinig Nederlandse verzetslieden toegekend. In het voorjaar van 1944 doorzochten de Duitsers zijn huis, maar hij wist te ontkomen en vond onderdak in het Rijks Krankzinnigengesticht. De directeur was een vriend van hem. “Hij liet mijn vader opnemen, zodat hij zich tussen de patiënten kon verstoppen,” vertelde zijn dochter later.

Mooij liet ook een jonge Joodse vluchteling uit Amersfoort onderduiken als leerling-verpleger. In het boek De komst van Joseph Alexis K. beschrijft Frits Goudkuil zijn belevenissen in het Rijks Krankzinnigengesticht; hij overleefde de oorlog.

Waarschijnlijk verbleven er tientallen onderduikers op het terrein, zowel onder de patiënten als in de woonvertrekken van de verpleegsters. Een van hen was Mina van der Heim, een Joodse vrouw die sinds september 1942 ondergedoken zat in het voormalige Rode Dorp, waar het personeel van het gesticht woonde. Bij een Duitse controle wist zij haar identiteit te verbergen door snel haar rok over haar hoofd uit te trekken, waarna de binnengekomen Duitser zich verontschuldigde bij het zien van haar ontblote lichaam. Hierna is zij ondergedoken bij de familie Sprengers.

Daarnaast was het beroep van (leerling-)verpleger of -verpleegster erg populair, omdat deze beroepsgroep was vrijgesteld van de Arbeitseinsatz (arbeidsinzet).

Na de oorlog, op 22 oktober 1944, schreven dr. Jos Specken, dr. J.P. Slooff en dr. A.M. Mooij aan het Militair Gezag dat er onvoldoende voeding was voor de bevolking en dat de verkrijgbare rantsoenen een verbrandingswaarde hadden van hoogstens 1200 calorieën (bron: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog). In november 1944 vond er in Eindhoven een hongerdemonstratie plaats, waar de Duitsers in het nog bezette deel van Nederland de spot mee dreven.

In september 1945 werd dr. A.M. Mooij per Koninklijk Besluit benoemd tot plaatsvervangend voorzitter van het Tribunaal te ’s-Hertogenbosch en tot lid van het Eindhovens Tribunaal. Dit tribunaal veroordeelde foute Nederlanders; zo heeft Mooij de Eindhovense NSB-burgemeester Pulles veroordeeld. Als zenuwarts heeft hij, samen met een collega, de SD’er Weber — de man die zijn Joodse patiënten had laten wegvoeren naar vernietigingskampen — krankzinnig laten verklaren. Na een gevangenisstraf en zijn genezing kon Weber als vrij man naar Duitsland vertrekken.

Foute artsen

De stad Eindhoven kende een aantal artsen die lid waren van de NSB of gelieerde organisaties, zoals de NSB-raad voor de Volksgezondheid, het Medisch Front, de afdeling Medische Zaken van de Nederlandsche Volksdienst (N.V.D.) of de Artsenkamer. Na de oorlog is een aantal van hen veroordeeld, onder wie:

J. H. van Roon, die al in november 1941 met zijn praktijk stopte en naar Wenen vertrok.

Dr. Giovanni Attilio (Vente) Catalani, die in juli 1940 was ontslagen als officier van gezondheid bij de marine. Hij verrichtte keuringen voor de bezetter op het Gewestelijk Arbeidsbureau en verklaarde tijdens zijn proces dat hij velen had afgekeurd.

Dokter J. H. R. van der Pas, die de praktijk van Catalani én zijn werk op het Gewestelijk Arbeidsbureau overnam. Hij werkte daar in de periode dat mensen naar Zeeland werden gezonden en verrichtte de keuringen. Tijdens zijn proces verklaarde hij dat hij velen afkeurde, onder wie zijn verdediger, mr. Van der Putt. Wel vertrok hij op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, uit Eindhoven om een trein met evacuees medisch te verzorgen en zo zijn arrestatie te ontgaan.

De NSB-artsen kregen over het algemeen milde straffen.

‘Alleen een vrij man kan een goed geneesheer zijn’ 

Medisch Contact 1946 gedenkpenning 

GEDENKPENNING VAN HET ARTSENVERZET.
Het centrum van Medisch Contact (M.C.) heeft een gedenkpenning laten vervaardigen als blijvende herinnering aan het artsenverzet. De penning, die uitsluitend voor M.C.-leden verkrijgbaar was, toont aan de voorzijde een hakenkruis dat door een slang wordt gebroken, met het randschrift: “Alleen een vrij man kan een goed geneesheer zijn”.

De voorzijde met de slang die het hakenkruis verbrijzelt is een van de meest krachtige metaforen van het artsenverzet. Het zien van het gebroken hakenkruis laat de morele overwinning van de artsen direct binnenkomen bij de kijker.

Aan de achterzijde staat het randschrift: “Medisch Contact 1941–1945” en de esculaapstaf, gekroond met de vrijheidshoed, die tevens de vorm heeft van de oude doktershoed. Aan deze zijde is plaats voor de inscriptie van de naam en functie binnen het M.C..

De penning was destijds voor 8 gulden te koop, uitsluitend voor leden van Medisch Contact (bron: Medisch Contact, augustus 1946).

De achterzijde toont prachtig de esculaapstaf met de vrijheidshoed. Hierdoor begrijpt de lezer meteen waarom deze twee symbolen werden gecombineerd: de medische eed en de nationale vrijheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
De Latijnse jaartallen MCMXLI – MCMXLV geven het geheel een plechtige en tijdloze lading.

Bronnen

Het Medisch Contact in verzet https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/het-medisch-contact-in-verzet

Helaas zijn onderstaande historische documenten bij NTVG niet meer raadpleegbaar voor niet-leden. 
In memoriam D. Slager: https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1962104450001a.pdf
In memoriam Dr. Jos.L.H. Specken: https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1973106980001a.pdf
In memoriam L. T. W. van Wely: https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1955124100001a.pdf
prof.dr.J.Slooff 50 jaar arts: https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1971103890001a.pdf

Dr. J. Specken: Spannende dagen & Artsen twintig jaar geleden in het offensief.  Pleisteractie joeg de Duitsers degelijke schrik op het lijf Massaliteit verraste vriend en vijand.  Nieuwe Eindhovense krant van 22 maart 1963


Joodse-gemeenschap in Eindhoven door Phocas Kroon: https://www.eindhoven4044.nl/5/Boek-Joodse-gemeenschap-06-2010.pdf
Lydia Amalia Slager Jacobs: https://stichting18september.nl/slachtoffers/Lydia-Amalia-Slager-Jacobs

A.M. Mooij in Boek: De komst van Joseph Alexis K. De 75-jarige geschiedenis en ontwikkeling van een rijksinstelling tot Ziekenhuis De Grote Beek. Gedenkbundel 75 jaar Rijks Krankzinnigengesticht, Rijks Psychiatrische Inrichting, Ziekenhuis De Grote Beek, uitgave 1993, 384 p. (met dank aan Frans Dekkers voor beschikbaar stellen van het boek)

Dagboek Ben Postema www.rhc-eindhoven.nl

Woordenlijst


Artsenverzet: De verzetsbeweging van artsen tijdens de Tweede Wereldoorlog, gericht op het beschermen van patiënten en het saboteren van Duitse richtlijnen.
Medisch Contact: De verzetsorganisatie van artsen tijdens de oorlog.
Gelijkschakeling: Het proces waarbij de nazi's probeerden alle aspecten van de Nederlandse samenleving onder controle te krijgen, inclusief de medische professie.
Artsenkamer: Een door de nazi's opgerichte organisatie die alle artsen moest controleren en nazificeren.
Bordjesactie: Een protestactie in maart 1943 waarbij artsen hun naambordjes verwijderden om hun verzet tegen de artsenkamer te tonen.
Arbeitseinsatz: De gedwongen tewerkstelling van Nederlanders in Duitsland.
NSB: De Nationaal-Socialistische Beweging, de Nederlandse nationaal-socialistische partij.
SD: De Sicherheitsdienst, de inlichtingendienst van de SS.
RKG: Rijks Krankzinnigengesticht, een psychiatrisch ziekenhuis in Woensel.
G.O.I.W.N.: Gemeenschap Oud Illegale Werkers Nederland, een organisatie voor voormalige verzetsstrijders.

Wie heeft informatie over mogelijk verzetswerk van onderstaande Eindhovense artsen?

* genoemd op deze pagina.
G. N. L. J. Aukes, Eindhoven 
Mej. M. A. Baas, Eindhoven 
H. A. W. Bamberger, Geldrop 
J. R. M. Bär, Eindhoven 
H. C. Beins, Eindhoven 
J.de Bergh, Eindhoven 
J. van den Blink, Eindhoven 
M. C. J. van den Boom, Eindhoven 
M. Bruining, Eindhoven 
H. C. Coebergh, Eindhoven
*H. P. J. Damen, Eindhoven (gevangen in kamp Amersfoort)
H. I.J. M. Defesche, Eindhoven 
L. A. Falke, Eindhoven 
L. J. P. Frank, Eindhoven 
A.van Hattem, Eindhoven 
* P. A. F. H. Holtzer, Eindhoven
B. van 't Hullenaar, Eindhoven 
G. H. W. Jordans, Eindhoven 
B. I. Koster, Eindhoven 
W. F. van Meerendonk, Eindhoven 
T. J. J. H. Meuwissen, Eindhoven 
* A. M. Mooij, Eindhoven 
J. A. Notting, Eindhoven 
F.J.M. Pannekoek, Eindhoven 
H. de Raad, Eindhoven 
B. de Regt, Eindhoven 
* E. M. L. Sassen, Eindhoven 
* J. P. Slooff, Eindhoven 
* J. L. H. Specken, Eindhoven 
A. Tillema, Eindhoven,
J. G. M. van der Ven, Lieshout, 
* O. J. H. M. Verbeek, Eindhoven 
B. A. Verhagen, Eindhoven 
J. F. C. Werz, Eindhoven